Achteraf misschien beter zo
Vorige week schreven we al dat Pedro Acosta KTM-topman Gottfried Neumeister openlijk tegensprak. Waar Neumeister suggereerde dat de Spanjaard vooral naar Ducati vertrekt om Marc Márquez op gelijkwaardig materiaal te kunnen verslaan, maakte Acosta duidelijk dat zijn beslissing veel dieper zat.
Ook de manier waarop KTM de afgelopen jaren met zijn coureurs en hun contracten is omgegaan, speelde daarbij een rol. Zoals we in onze analyse van de contractpolitiek van Pit Beirer uiteenzetten, staat Acosta bepaald niet alleen in zijn moeizame relatie met de Oostenrijkse fabrikant.
Toch komt de 22-jarige Spanjaard nu met een opmerkelijke bekentenis. In een uitgebreid interview met AS op Phillip Island erkent hij dat het achteraf misschien maar goed is geweest dat zijn gewenste overstap naar Ducati vorig jaar niet doorging.
‘Met die frustraties was het niet goed gegaan’
Tijdens het moeizame seizoen 2025 voerde Acosta gesprekken over een mogelijke overstap naar VR46, waarmee hij al in 2026 op een Ducati had kunnen rijden. KTM hield hem echter aan zijn contract, waardoor hij nog een seizoen op de RC16 bleef.
Destijds leidde dat tot grote frustratie, maar inmiddels kijkt Acosta daar genuanceerder tegenaan.
“Het is gelopen zoals het gelopen is. Misschien was ik wel op die motor gestapt, maar alleen al door alle frustraties die ik met me meedroeg, had ik waarschijnlijk niet goed gepresteerd”, vertelt hij aan AS.
Volgens Acosta kwam de kans om naar het Ducati-fabrieksteam te vertrekken uiteindelijk op het juiste moment.
“Die mogelijkheid kwam toen ik er klaar voor was. Vooral nadat ik vorig jaar door die moeilijke periode van frustratie was gegaan en vervolgens resultaten begon te boeken, goed ging presteren en het verschil begon te maken met de andere coureurs van mijn merk. Volgens mij was dat het moment waarop ik echt klaar was om zo’n uitdaging aan te gaan.”
Het is een opmerkelijke uitspraak van een coureur die vorig jaar het liefst zo snel mogelijk bij KTM was vertrokken. Acosta neemt zijn kritiek op de Oostenrijkse fabrikant niet terug, maar erkent wel dat hij destijds mogelijk niet in de juiste gemoedstoestand verkeerde om bij een nieuw team optimaal te presteren.
Frustraties gingen verder dan KTM-contract
Opvallend is dat Acosta zijn moeilijke periode niet uitsluitend aan de contractpolitiek van KTM koppelt. Minstens zo belangrijk was het uitblijven van de resultaten waarop hij had gerekend.
De Spanjaard vertelt dat hij steeds meer begon te twijfelen aan zichzelf. In de opstapklassen waren de successen relatief gemakkelijk gekomen, maar in de MotoGP bleef die eerste overwinning veel langer uit dan verwacht.
“Die eerste overwinning heeft veel langer op zich laten wachten, omdat ik die echt nodig had. Het was de enige reden waarom ik iedere dag opstond en tegelijkertijd de oorzaak van zoveel twijfels in mijn hoofd. Waarom lukten de dingen niet, terwijl ze me in andere klassen of op andere momenten relatief gemakkelijk waren afgegaan?”
De doorbraak kwam uiteindelijk eerder dit seizoen tijdens de Grand Prix van Oostenrijk, waar Acosta op de Red Bull Ring zijn eerste MotoGP-overwinning behaalde.
Toch was die zege volgens hem vooral de bevestiging van een ontwikkeling die al eerder was ingezet. Hij voelde dat hij weer beter ging presteren en klaar was voor een competitieve motor.
Ook de komst van voormalig coureur Carmelo Morales in zijn directe omgeving speelde daarbij een belangrijke rol. Acosta vertelt dat hij Morales aanvankelijk vooral meenam omdat hij plezier wilde terugvinden in de raceweekenden.
“Ik had het niet meer naar mijn zin tijdens de races. Dus dacht ik: met Carmelo kan ik in ieder geval lachen. Als ik tijdens het racen zoveel moet afzien, kan ik daarbuiten tenminste nog plezier hebben.”
Wat hij niet had verwacht, was hoeveel technische kennis Morales bleek te hebben. Zijn adviezen hielpen Acosta om problemen vanuit een breder perspectief te bekijken.
‘Ducati en Aprilia maakten stappen, KTM niet’
Ook technisch heeft Acosta een verklaring voor het feit dat hij bij KTM niet vaker heeft kunnen winnen.
Volgens de Spanjaard lag het algemene niveau tijdens zijn eerste MotoGP-seizoen lager, waardoor het aanvankelijk gemakkelijker was om goede resultaten te behalen. Daarna veranderden de verhoudingen.
“Ducati zette een enorme stap vooruit. Marc stapte op de fabrieksmotor en zorgde ervoor dat het niveau van het kampioenschap omhoogging. Aprilia maakte eveneens een heel belangrijke stap, terwijl wij er om de een of andere reden in drie jaar tijd niet in zijn geslaagd die stap te zetten.”
Daarmee raakt Acosta aan een van de belangrijkste problemen waarmee KTM de afgelopen seizoenen heeft geworsteld. Terwijl Ducati en Aprilia hun machines steeds verder ontwikkelden, bleef de RC16 volgens de Spanjaard achter bij de concurrentie.
Zijn eerste overwinning in Oostenrijk veranderde niets aan die constatering, maar gaf hem wel het vertrouwen dat hij ook op het hoogste niveau races kan winnen.
‘Márquez en Rossi zijn de twee besten aller tijden’
In het interview gaat Acosta ook uitgebreid in op zijn toekomstige teamgenoot Marc Márquez. Daarbij doet hij een opvallende uitspraak over de eeuwige discussie wie de beste motorcoureur aller tijden is.
Volgens Acosta verdienen zowel Márquez als Valentino Rossi die titel.
“Ze staan voor mij op hetzelfde niveau. Het zijn de twee beste coureurs uit de geschiedenis.”
Toch maakt hij een duidelijk onderscheid tussen de prestaties van beide grootheden.
“Marc heeft enorm veel gepresteerd op de baan en Valentino heeft heel veel betekend op mediagebied. Valentino bracht overal waar hij kwam massa’s mensen op de been. Hij reed bovendien in een heel andere tijd.”
Volgens Acosta heeft Márquez zich op sportief gebied tegen vrijwel alle grote namen uit de moderne MotoGP kunnen meten.
“Marc heeft het opgenomen tegen de beste coureurs die het kampioenschap ooit heeft gekend, met uitzondering van Stoner, tegen wie hij nooit heeft gereden. Hij heeft tegen grote namen als Pedrosa, Lorenzo en Valentino geracet en ze verslagen.”
Gevraagd wie een rechtstreeks duel tussen Casey Stoner en Márquez zou hebben gewonnen, houdt Acosta zich op de vlakte. Hij was nog erg jong toen Stoner actief was en volgde de races destijds nauwelijks.
Wel denkt hij dat een confrontatie tussen beide coureurs een van de meest gelijkwaardige duels zou hebben opgeleverd.
Eerst leren van Márquez, dan pas verslaan
Hoewel Acosta vanaf 2027 bij Ducati dezelfde fabrieksmotor krijgt als Márquez, wil hij niet meteen spreken over een onderlinge strijd om het wereldkampioenschap.
Zijn eerste doel is om het team en de werkwijze van Ducati te leren kennen.
“Dit is de laatste kans, of een van de laatste kansen, die een jonge coureur krijgt om van hem te leren voordat hij stopt.”
Na zes jaar binnen de KTM-organisatie kent Acosta de Oostenrijkse fabrikant door en door. Bij Ducati zal hij volgens eigen zeggen weer helemaal opnieuw moeten beginnen.
“Mijn belangrijkste doel is begrijpen hoe het team werkt en hoe ze daar te werk gaan. Na zes jaar bij KTM weet ik precies hoe alles daar functioneert, maar ik weet helemaal niet hoe het bij Ducati zal gaan. Dus eerst moet ik me aanpassen en daarna kijken of ik geleidelijk dingen van Marc kan leren.”
Dat betekent overigens niet dat Acosta van plan is om zich als tweede rijder op te stellen. Wanneer AS hem vraagt of Márquez hem wel de kans zal geven om van hem te leren, reageert de Spanjaard lachend.
“Hij zal tijdens de races toch hard moeten rijden, dus hij heeft weinig keus.”
Nieuwe motoren, nieuwe verhoudingen
Acosta waarschuwt bovendien dat niemand op dit moment precies weet hoe de krachtsverhoudingen in 2027 zullen liggen. Met de overstap naar 850cc-motoren, minder aerodynamica en nieuwe banden verandert er immers bijzonder veel.
Volgens de Spanjaard hebben KTM, Ducati en Aprilia nog lang niet alles laten zien van hun nieuwe machines. Hij verwacht daarom niet dat de huidige verhoudingen zomaar naar 2027 kunnen worden doorgetrokken.
Dat maakt zijn overstap naar Ducati extra interessant. Acosta komt niet simpelweg op een doorontwikkelde versie van de huidige Desmosedici terecht, maar stapt over op een volledig nieuwe generatie MotoGP-machines.
En juist daarom vindt hij het belangrijk om eerst zijn nieuwe omgeving te leren kennen, voordat hij zich volledig op het verslaan van Márquez richt.
Een jaar later, maar beter voorbereid
De nieuwe uitspraken van Acosta veranderen niets aan zijn moeizame relatie met KTM of de kritiek die hij eerder uitte op de manier waarop de fabrikant met zijn vertrekplannen omging.
Wel voegen ze een belangrijke nuance toe. Wat vorig jaar nog voelde als een gemiste kans, ziet hij nu als een periode waarin hij zichzelf verder heeft kunnen ontwikkelen.
Zijn frustraties maakten plaats voor betere resultaten, zijn eerste MotoGP-overwinning en het vertrouwen dat hij klaar is voor een volgende stap.
Vanaf 2027 deelt hij de Ducati-fabrieksgarage met een coureur die hij samen met Valentino Rossi als de beste aller tijden beschouwt. Niet bij VR46, zoals vorig jaar nog de bedoeling was, maar rechtstreeks bij het fabrieksteam.
En hoewel Acosta zegt vooral van Márquez te willen leren, laat zijn laatste opmerking weinig aan de verbeelding over: zodra de lichten doven, is hij niet van plan zijn nieuwe teamgenoot zomaar te laten gaan.