Rondrecord sneuvelt opnieuw
Amper een dag nadat Fabio Di Giannantonio met een 1’50.406 het ronderecord op het Lusail International Circuit had aangescherpt, ging de lat alweer een flink stuk omhoog. En ditmaal was het niet Ducati, maar Aprilia dat de toon zette.
Onder omstandigheden die met een luchttemperatuur van 34 graden bepaald niet koel konden worden genoemd, was het aanvankelijk Marc Márquez die de snelste tijd op de klokken zette. De WK-leider dook met een 1’50.361 meteen onder het vrijdag gevestigde record, maar lang mocht hij daar niet van genieten.
Marco Bezzecchi antwoordde met een verbluffende 1’50.065, waarmee hij bijna drie tienden sneller was dan Márquez. De Italiaan was daarmee de eerste coureur die op Losail de grens van 1 minuut en 50 seconden serieus in zicht bracht.
In de slotfase probeerde Márquez nog eenmaal het verschil te verkleinen. Met een 1’50.294 verbeterde hij zijn eigen tijd, maar Bezzecchi bleek buiten bereik. Sterker nog, de Aprilia-coureur scherpte zijn tijd verder aan tot 1’50.028 en verzekerde zich daarmee van zijn veertiende poleposition in de MotoGP.
Het verschil met Márquez bedroeg uiteindelijk 0,266 seconde. Een overtuigende prestatie van Bezzecchi, die daarmee opnieuw onderstreepte dat Aprilia dit weekend een serieuze bedreiging vormt voor Ducati.
Ducati en Aprilia domineren voorste startrijen
Achter Bezzecchi en Márquez verzekerde Fabio Di Giannantonio zich van de derde startplaats. De VR46 Ducati-coureur had vrijdag nog het ronderecord in handen gehad en bevestigde met zijn plek op de eerste startrij dat hij zich uitstekend thuis voelt op het circuit van Qatar.
De tweede startrij werd een vrijwel volledig Aprilia-feestje. Raúl Fernández kwalificeerde zich als vierde, terwijl zijn Trackhouse-teamgenoot Ai Ogura de zesde tijd reed. Alleen Francesco Bagnaia wist zich met zijn fabrieks-Ducati tussen beide Aprilia’s te nestelen.
Voor Bagnaia was de vijfde startplaats opnieuw een teken dat hij zijn vorm lijkt te hebben teruggevonden. Na een reeks moeizame weekenden liet de Italiaan vrijdag al zien weer competitief te zijn, en ook tijdens de kwalificatie kon hij zich vooraan handhaven.
Met drie Aprilia’s en drie Ducati’s op de eerste twee startrijen lijkt de strijd om de overwinning opnieuw vooral tussen beide Italiaanse fabrikanten te gaan.
Martín blijft steken op zijn vrijdagtijd
Voor Jorge Martín verliep Q2 teleurstellend. De Aprilia-coureur kwam met zijn gebroken rechterpols tot 1’51.064 en was daarmee zelfs 0,023 seconde langzamer dan zijn 1’51.041 uit de Practice. Juist in de kwalificatie, met weinig brandstof en een nieuwe zachte achterband, horen de rondetijden omlaag te gaan. Martín slaagde daar niet in en eindigde als elfde. Daarmee moet hij zowel de Sprint als de Grand Prix vanaf de vierde startrij beginnen.
Alsof dat nog niet vervelend genoeg was, voelde de Spanjaard zich tijdens zijn laatste snelle ronde ook nog eens gehinderd door Pedro Acosta. Martín liet na afloop duidelijk merken niet bepaald gelukkig te zijn met zijn landgenoot. Dat incident kan hem tijdens zijn laatste poging tijd hebben gekost, maar zijn problemen lijken dieper te zitten dan één verstoorde ronde.
Martín heeft in de trainingen weliswaar langere runs gereden, maar is er in geen enkele run in geslaagd om twee ronden achter elkaar binnen een halve seconde van zijn snelste tijd te rijden. Zijn snelste ronden bleven geïsoleerde inspanningen. Dat belooft weinig goeds voor de races. Eén snelle ronde uit de Aprilia persen lukt hem nog, maar in de Sprint en de Grand Prix moet hij dat tempo veel langer volhouden. Met zijn geblesseerde pols dreigen beide races daardoor een moeizame strijd te worden.
Voor zijn titelkansen is de elfde startplaats een flinke tegenvaller. Met een achterstand van 44 punten op Márquez kan Martín zich dit weekend eigenlijk geen misstap veroorloven. De Ducati-coureur heeft in Qatar zijn eerste matchpoint en kan de wereldtitel veiligstellen als zijn voorsprong na de Grand Prix minimaal 74 punten bedraagt.
Dat Martín überhaupt aan de start staat, mag overigens al een prestatie op zich worden genoemd. Nog geen twee weken geleden brak hij tijdens de Sprint op Phillip Island zijn rechterpols. Ook in Maleisië bleek de blessure hem uiteindelijk te veel. In Qatar toont hij opnieuw zijn doorzettingsvermogen, maar de rondetijden suggereren dat zijn fysieke beperkingen hem over langere afstanden zwaar kunnen opbreken.
Acosta ontsnapt uit Q1
Waar Martin een teleurstellende kwalificatie kende, wist Pedro Acosta de schade van zijn dramatische vrijdag enigszins te beperken.
De KTM-coureur moest voor het eerst dit seizoen aantreden in Q1, nadat hij tijdens de Practice niet verder was gekomen dan de veertiende plaats. Met slechts acht coureurs op de baan, als gevolg van het ontbreken van de vier Yamaha-rijders, was het een relatief rustige sessie.
Acosta zette aanvankelijk de toon en leek zonder problemen de snelste tijd te gaan rijden. Fermin Aldeguer dacht daar echter anders over. De Gresini Ducati-coureur verbeterde zich in de slotfase tot 1’50.876, waarmee hij Acosta naar de tweede plaats verwees.
De KTM-coureur antwoordde nog met een 1’51.087, maar kwam daarmee niet meer aan de tijd van Aldeguer. Het was wel voldoende om samen met zijn landgenoot door te stoten naar Q2.
Daar wist Acosta uiteindelijk de achtste startplaats te veroveren, direct achter Johann Zarco op de LCR Honda. Aldeguer kwalificeerde zich als negende, waardoor beide Q1-coureurs hun onderlinge volgorde weer omdraaiden.
Voor Acosta betekende het bovendien dat hij zijn indrukwekkende reeks voortzette waarin hij zich telkens vóór KTM-teamgenoot Brad Binder weet te kwalificeren.
Binder crasht, Zarco opnieuw snelste Honda
Voor Brad Binder verliep Q2 allesbehalve vlekkeloos. De Zuid-Afrikaan ging tijdens zijn eerste snelle ronde onderuit, zijn tweede crash van het weekend. De gele vlaggen zorgden ervoor dat verschillende coureurs hun snelle ronde moesten afbreken.
Binder kwam uiteindelijk niet verder dan de twaalfde en laatste plaats in Q2. Enea Bastianini deed het met een tiende tijd iets beter, maar ook voor de Tech3 KTM-coureur zat een plek op de eerste drie startrijen er niet in.
Bij Honda was Johann Zarco opnieuw de positieve uitschieter. De Fransman kwalificeerde zich als zevende en mag daarmee vanaf de derde startrij vertrekken.
Luca Marini strandde in Q1, evenals de invallers Iker Lecuona en Jake Dixon. Laatstgenoemde liet wel een duidelijke verbetering zien ten opzichte van vrijdag. De Brit, die de geblesseerde Joan Mir vervangt, wist zich zelfs vóór enkele vaste MotoGP-coureurs te kwalificeren.
Helemaal achteraan staat Maverick Viñales, die in Q1 niet verder kwam dan de achttiende tijd.
Eerste matchpoint voor Márquez
Met Bezzecchi op pole en Márquez direct naast hem belooft de Sprint een interessant gevecht te worden. De Aprilia-coureur heeft dit weekend duidelijk de snelheid om Ducati het vuur aan de schenen te leggen, maar Márquez heeft in de afgelopen races laten zien dat hij onder druk zelden fouten maakt.
Voor Martin wordt het vooral een kwestie van schade beperken. Vanaf de elfde startplaats zal hij zich eerst door het middenveld moeten werken, terwijl zijn belangrijkste titelrivaal vanaf de eerste startrij kan aanvallen.
Márquez kan de wereldtitel zaterdag nog niet definitief veiligstellen, maar kan tijdens de Sprint wel een beslissende stap zetten. Zondag kan hij voor het eerst dit seizoen de titelstrijd definitief in zijn voordeel beslechten.
MotoGP Qatar, uitslag kwalificatie:
| Rijder | Team | Merk | Tijd | Verschil | ||
| 1 | Marco Bezzecchi | ITA | Aprilia Racing | Aprilia | 1’50.028 | |
| 2 | Marc Marquez | ESP | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’50.294 | +0.266 |
| 3 | Fabio Di Giannantonio | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’50.327 | +0.299 |
| 4 | Raul Fernandez | ESP | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 1’50.457 | +0.429 |
| 5 | Pecco Bagnaia | ITA | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’50.592 | +0.564 |
| 6 | Ai Ogura | JPN | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 1’50.596 | +0.568 |
| 7 | Johann Zarco | FRA | LCR Honda Castrol | Honda | 1’50.735 | +0.707 |
| 8 | Pedro Acosta | ESP | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’50.872 | +0.844 |
| 9 | Fermin Aldeguer | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’50.890 | +0.862 |
| 10 | Enea Bastianini | ITA | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’51.001 | +0.973 |
| 11 | Jorge Martin | ESP | Aprilia Racing | Aprilia | 1’51.064 | +1.036 |
| 12 | Brad Binder | RSA | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’51.904 | +1.876 |
| Q1 | ||||||
| 13 | Franco Morbidelli | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’51.271 | +0.395 |
| 14 | Luca Marini | ITA | Honda HRC Castrol | Honda | 1’51.350 | +0.474 |
| 15 | Jake Dixon | GBR | Honda HRC Castrol | Honda | 1’51.621 | +0.745 |
| 17 | Maverick Vinales | ESP | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’51.991 | +1.115 |
| 18 | Iker Lecuona | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’51.387 | +0.511 |
| 19 | Diogo Moreira | BRA | LCR Honda | Honda | 1’51.504 | +0.628 |