Martín gooit de handdoek in de ring
Voor Jorge Martín begon de zaterdag met een sprankje hoop. Nadat hij vrijdag zijn Practice voortijdig had afgebroken na een bijna-crash bij ongeveer 200 km/u, besloot de Aprilia-coureur zaterdagochtend opnieuw een poging te wagen. De gebroken rechterpols waarmee hij sinds Phillip Island kampt, bleek echter een te grote handicap.
Aanvankelijk leek vooral de techniek hem parten te spelen. Na slechts één ronde keerde Martín terug naar de pits, waar zijn monteurs haastig de reservemotor gereedmaakten. Uiteindelijk wist hij acht ronden af te leggen, goed voor de 21e tijd op anderhalve seconde van de snelste man.
Hoewel hij daarmee opnieuw aantoonde dat hij de Aprilia kon besturen, was het duidelijk dat hij fysiek niet in staat was om daadwerkelijk competitief te zijn. Kort na de start van Q1 maakte Aprilia bekend dat Martín zich definitief uit de Grand Prix van Maleisië had teruggetrokken.
Daarmee krijgt de strijd om de wereldtitel een dramatische wending. Martín begon het weekend met slechts tien punten achterstand op Marc Márquez, maar moet nu machteloos toezien hoe zijn belangrijkste concurrent zijn voorsprong verder kan vergroten.
Bezzecchi en Ogura tonen Aprilia-snelheid
Dat de Aprilia in Sepang wel degelijk competitief is, bleek tijdens FP2. Marco Bezzecchi en Ai Ogura voerden lange tijd de tijdenlijst aan, voordat Enea Bastianini en Álex Márquez hen in de slotminuten naar de derde en vierde plaats verwezen.
Marc Márquez eindigde die sessie slechts als achtste, maar dat bleek weinig te zeggen over zijn daadwerkelijke snelheid. De Ducati-coureur had vrijdag immers al beide trainingen gedomineerd en was tijdens de getimede Practice bijna een volle seconde sneller geweest dan de rest van het veld toen hij zijn snelste ronde noteerde.
Ook in Q2 zouden de Aprilia’s een hoofdrol opeisen.
Bagnaia en Zarco via Q1
De eerste kwalificatiesessie werd aangevoerd door Johann Zarco, die met een 1’57.341 de snelste tijd noteerde. Francesco Bagnaia verzekerde zich van de tweede plaats en daarmee eveneens van een ticket voor Q2.
Luca Marini kwam nog akelig dichtbij. De Honda-fabrieksrijder was tweemaal onderweg naar een verbetering, maar kwam uiteindelijk zeven honderdsten tekort om Bagnaia uit de top twee te verdringen.
Voor Yamaha werd het opnieuw een pijnlijke kwalificatie. Jack Miller was op de zestiende plaats de snelste Yamaha-coureur, gevolgd door Álex Rins en Fabio Quartararo op de zeventiende en achttiende plaats. Augusto Fernández, die de geblesseerde Toprak Razgatlıoğlu vervangt, eindigde helemaal achteraan.
Álex Márquez opent de aanval
Toen om 11.15 uur lokale tijd Q2 van start ging, was het Álex Márquez die direct de toon zette. De Gresini-coureur knalde in zijn eerste vliegende ronde een 1’56.697 op de klokken en was daarmee meteen sneller dan de rest van het veld.
Ook Marc Márquez dook in zijn eerste run onder de grens van 1’57, maar moest ruim drie tienden toegeven op zijn jongere broer. Pedro Acosta was aanvankelijk de grootste uitdager van Ducati, terwijl Bezzecchi en Ogura zich opmaakten voor een aanval op de voorlopige poleposition.
En die aanval kwam er.
Aprilia ruikt poleposition
Tijdens de tweede runs ging het tempo spectaculair omhoog. Eerst was het Bezzecchi die met een verbetering van 0,029 seconde onder de tijd van Álex Márquez dook. Daarmee leek de Italiaan op weg naar een verrassende poleposition.
Lang duurde die vreugde niet, want even later ging Ai Ogura nóg sneller. De Japanse Trackhouse-coureur zette een 1’56.617 neer en bracht Aprilia daarmee aan de leiding.
Maar Marc Márquez had zijn laatste woord nog niet gesproken. Ondanks enkele flinke momenten in bocht 14 op zijn Ducati GP26 wist de regerend wereldkampioen de tijd van Ogura te verbeteren en de voorlopige poleposition over te nemen.
Het leek voldoende voor zijn 79e poleposition in de koningsklasse. Totdat Álex Márquez aan zijn allerlaatste vliegende ronde begon.
Broertje heeft het laatste woord
Met een 1’56.493 zette Álex Márquez de verhoudingen alsnog op scherp. De Gresini-coureur was precies 0,070 seconde sneller dan zijn oudere broer en verzekerde zich daarmee van zijn eerste poleposition sinds de Grand Prix van Catalunya in 2025.
Het absolute ronderecord van Sepang bleef met ongeveer een tiende seconde buiten bereik, maar dat zal Álex weinig hebben uitgemaakt. Op het circuit waar hij vorig jaar al de Grand Prix wist te winnen, mag hij zowel de Sprint als de hoofdrace vanaf de beste startpositie beginnen.
Pedro Acosta completeerde de eerste startrij op slechts 0,084 seconde van de polesitter. De KTM-coureur had daarbij slim gebruikgemaakt van Marc Márquez, door zich zowel tijdens zijn eerste als zijn tweede run in het achterwiel van de Ducati-coureur te nestelen.
Daarmee werden de twee Aprilia’s in de slotfase terugverwezen naar de tweede startrij. Ogura eindigde als vierde, op 0,124 seconde van de pole, gevolgd door Bezzecchi op 0,175 seconde. Fabio Di Giannantonio completeerde op zijn VR46 Ducati de tweede startrij.
Op de derde startrij staan Enea Bastianini, Johann Zarco en Franco Morbidelli. Bagnaia kwam uiteindelijk niet verder dan de tiende startplaats. De Ducati-coureur verloor tijdens zijn snelle ronde een halve seconde in de derde sector en sloeg uit frustratie het windscherm van zijn GP26 kapot.

MotoGP Sepang, uitslag kwalificatie:
| Rijder | Team | Merk | Tijd | Verschil | ||
| 1 | Alex Marquez | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’56.493 | |
| 2 | Marc Marquez | ESP | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’56.563 | +0.070 |
| 3 | Pedro Acosta | ESP | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’56.577 | +0.084 |
| 4 | Ai Ogura | JPN | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 1’56.617 | +0.124 |
| 5 | Marco Bezzecchi | ITA | Aprilia Racing | Aprilia | 1’56.668 | +0.175 |
| 6 | Fabio Di Giannantonio | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’56.842 | +0.349 |
| 7 | Enea Bastianini | ITA | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’56.970 | +0.477 |
| 8 | Johann Zarco | FRA | LCR Honda Castrol | Honda | 1’57.016 | +0.523 |
| 9 | Franco Morbidelli | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’57.268 | +0.775 |
| 10 | Pecco Bagnaia | ITA | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’57.287 | +0.794 |
| 11 | Joan Mir | ESP | Honda HRC Castrol | Honda | 1’57.343 | +0.850 |
| 12 | Maverick Vinales | ESP | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’57.737 | +1.244 |
| Q1 | ||||||
| 13 | Luca Marini | ITA | Honda HRC Castrol | Honda | 1’57.623 | +0.282 |
| 14 | Diogo Moreira | BRA | LCR Honda | Honda | 1’57.733 | +0.392 |
| 15 | Brad Binder | RSA | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’58.127 | +0.786 |
| 16 | Jack Miller | AUS | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 1’58.148 | +0.807 |
| 17 | Alex Rins | ESP | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 1’58.155 | +0.814 |
| 18 | Fabio Quartararo | FRA | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 1’58.219 | +0.878 |
| 19 | Iker Lecuona | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’58.456 | +1.115 |
| 20 | Augusto Fernandez | ESP | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 1’58.855 | +1.514 |
| NC | ||||||
| Jorge Martin | ESP | Aprilia Racing | Aprilia |