Martín bijt op zijn tanden
Donderdag kreeg Jorge Martín van de artsen groen licht om in Sepang zijn comeback te maken, nadat hij tijdens de Sprint op Phillip Island zijn rechterpols had gebroken. De wereldtitel staat op het spel en dus wil de Spanjaard er alles aan doen om zijn kansen levend te houden. Maar al tijdens de eerste vrije training bleek hoe zwaar die opgave zou worden.
Martín reed in FP1 twaalf ronden, verdeeld over vier runs. Daarmee wist hij in ieder geval aan te tonen dat hij fysiek in staat was om de Aprilia over het 5,5 kilometer lange circuit te sturen. Snel ging het echter niet. Met een twintigste tijd gaf hij maar liefst 1,835 seconden toe op Marc Márquez, die met een 1’58.912 bijna een halve seconde sneller was dan de rest van het veld.
Marco Bezzecchi en Pedro Acosta noteerden exact dezelfde rondetijd en eindigden als tweede en derde, terwijl Enea Bastianini en Brad Binder ervoor zorgden dat KTM met drie motoren in de top vijf vertegenwoordigd was.
Voor Martín was de eerste training vooral een kwestie van kilometers maken en ontdekken hoe zijn geblesseerde pols zou reageren. Na afloop werd hij opnieuw onderzocht door MotoGP-arts Ángel Charte, die hem toestemming gaf om ook aan de getimede Practice deel te nemen.
Bijna 200 km/u en einde oefening
In die Practice werd echter al snel duidelijk dat een snelle ronde er voorlopig niet in zit. Martín wist in zijn eerste vliegende ronde weliswaar een seconde van zijn ochtendtijd af te rijden, maar een ronde later ging het bijna verschrikkelijk mis.
Bij het insturen van bocht 12 verloor hij bij ongeveer 200 km/u bijna de controle over zijn Aprilia. De 2024 wereldkampioen wist een crash te voorkomen, maar het incident maakte pijnlijk duidelijk hoeveel risico hij met zijn geblesseerde rechterpols nam.
Na overleg met dokter Charte werd besloten de training niet voort te zetten. Martín eindigde daardoor als laatste en zal, mocht hij zaterdag opnieuw de baan op kunnen, via Q1 moeten proberen een plaats in Q2 te bemachtigen.
De Spanjaard heeft de hoop nog niet opgegeven. Zaterdagochtend wil hij tijdens FP2 opnieuw proberen of het rijden beter gaat. De vraag is echter niet alleen of hij fysiek in staat is om de raceafstand af te leggen, maar vooral of hij voldoende snelheid kan ontwikkelen om daadwerkelijk punten te scoren.
Márquez crasht, maar slaat keihard terug
Ook voor Marc Márquez verliep de Practice niet vlekkeloos. Nadat hij de eerste vrije training overtuigend had gedomineerd, ging de Ducati-coureur in zijn tweede run bij het insturen van bocht 15 onderuit.
Márquez wist zijn beschadigde GP26 echter terug naar de pits te brengen en kon later opnieuw de baan op. En alsof er niets was gebeurd, zette hij in zijn eerste time-attack een indrukwekkende 1’57.000 op de klokken.
Op dat moment was hij bijna een volle seconde sneller dan de rest van het veld. Hoewel de concurrentie in de slotminuten nog flink wist te versnellen, bleef de tijd van Márquez onaangetast.
Daarmee sloot de regerend wereldkampioen de vrijdag af als snelste man, terwijl zijn belangrijkste concurrent voor de wereldtitel met een gebroken pols in de pits moest toekijken.
Bagnaia en Zarco buiten top tien
De slotfase van de Practice werd gekenmerkt door een reeks crashes en gele vlaggen. Vier minuten voor het einde ging Enea Bastianini onderuit, waarna ook Johann Zarco en Francesco Bagnaia het asfalt van dichtbij bekeken.
Vooral voor Bagnaia kwam de crash op een ongelukkig moment. De Ducati-coureur eindigde als twaalfde en moet daardoor zaterdag via Q1 proberen zich alsnog voor Q2 te kwalificeren. Zarco kwam niet verder dan de elfde tijd en wacht hetzelfde lot.
Bastianini had zijn snelle ronde al binnen en wist zich ondanks zijn crash als zevende rechtstreeks voor Q2 te plaatsen.
Achter Marc Márquez eindigde zijn jongere broer Álex als tweede, gevolgd door Ai Ogura, Pedro Acosta en Fabio Di Giannantonio. Ook Marco Bezzecchi, Enea Bastianini, Maverick Viñales, Franco Morbidelli en Joan Mir verzekerden zich van een plaats in Q2.
Vooral de prestaties van Viñales en Mir vielen op. De KTM-coureur kende een moeizame ochtend, maar wist zich in de beslissende minuten alsnog bij de snelste tien te rijden. Mir maakte na zijn langdurige afwezigheid eveneens een sterke indruk door direct bij zijn terugkeer Q2 te bereiken.
Opnieuw drama voor Aprilia
Niet alleen Martín kende een moeilijke vrijdag. Voor Raúl Fernández was de Grand Prix van Maleisië zelfs al na een kwartier voorbij.
De Trackhouse Aprilia-coureur kampt nog altijd met de gevolgen van zijn eerdere handblessure, waarbij twee vingers van zijn rechterhand beschadigd raakten. Na een korte poging tijdens FP1 besloot dokter Charte hem definitief ongeschikt te verklaren voor verdere deelname.
Fernández wil zo snel mogelijk terugkeren naar Spanje om met intensieve fysiotherapie te proberen op tijd fit te zijn voor de Grand Prix van Qatar.
Daarmee verloor Aprilia al op vrijdag een van zijn vier coureurs, terwijl de deelname van Martín aan de rest van het weekend eveneens onzeker blijft.
Yamaha opnieuw kansloos
Waar Ducati, KTM en Aprilia zich met meerdere coureurs rechtstreeks voor Q2 wisten te plaatsen, beleefde Yamaha opnieuw een bijzonder teleurstellende vrijdag.
Álex Rins was op de veertiende plaats de snelste Yamaha-coureur. Geen van de vier Yamaha-rijders wist zich bij de eerste tien te kwalificeren, waardoor ze zaterdag allemaal in Q1 moeten aantreden.
De verdeling van de tien rechtstreeks geplaatste motoren spreekt boekdelen: vier Ducati’s, drie KTM’s, twee Aprilia’s en één Honda. Yamaha ontbreekt volledig.
Voor de wereldtitelstrijd is de belangrijkste conclusie na de eerste dag echter dat Márquez voorlopig alle troeven in handen heeft. Martín mag dan bereid zijn alles op het spel te zetten, zijn lichaam lijkt voorlopig niet in staat om zijn ambities te volgen.
En met een Marc Márquez die zelfs na een crash de concurrentie op bijna een seconde weet te zetten, wordt de opgave voor de Aprilia-coureur er bepaald niet gemakkelijker op.
MotoGP Sepang, tijden vrije training:
| Rijder | Team | Merk | FP1 | PR | Verschil | ||
| 1 | Marc Marquez | ESP | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’58.912 | 1’57.000 | |
| 2 | Alex Marquez | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’59.901 | 1’57.109 | +0.109 |
| 3 | Ai Ogura | JPN | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 2’00.616 | 1’57.167 | +0.167 |
| 4 | Pedro Acosta | ESP | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’59.386 | 1’57.380 | +0.380 |
| 5 | Fabio Di Giannantonio | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 2’00.237 | 1’57.442 | +0.442 |
| 6 | Marco Bezzecchi | ITA | Aprilia Racing | Aprilia | 1’59.386 | 1’57.475 | +0.475 |
| 7 | Enea Bastianini | ITA | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’59.688 | 1’57.545 | +0.545 |
| 8 | Maverick Vinales | ESP | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 2’00.457 | 1’57.547 | +0.547 |
| 9 | Franco Morbidelli | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’59.795 | 1’57.582 | +0.582 |
| 10 | Joan Mir | ESP | Honda HRC Castrol | Honda | 2’00.331 | 1’57.618 | +0.618 |
| 11 | Johann Zarco | FRA | LCR Honda Castrol | Honda | 2’00.153 | 1’57.805 | +0.805 |
| 12 | Pecco Bagnaia | ITA | Ducati Lenovo Team | Ducati | 2’00.330 | 1’57.807 | +0.807 |
| 13 | Diogo Moreira | BRA | LCR Honda | Honda | 2’00.260 | 1’57.913 | +0.913 |
| 14 | Alex Rins | ESP | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 2’00.270 | 1’58.161 | +1.161 |
| 15 | Iker Lecuona | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 2’01.676 | 1’58.192 | +1.192 |
| 16 | Jack Miller | AUS | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 2’00.324 | 1’58.208 | +1.208 |
| 17 | Luca Marini | ITA | Honda HRC Castrol | Honda | 2’00.609 | 1’58.462 | +1.462 |
| 18 | Brad Binder | RSA | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’59.737 | 1’58.499 | +1.499 |
| 19 | Fabio Quartararo | FRA | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 2’00.420 | 1’58.604 | +1.604 |
| 20 | Augusto Fernandez | ESP | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 2’01.110 | 1’59.376 | +2.376 |
| 21 | Jorge Martin | ESP | Aprilia Racing | Aprilia | 2’00.747 | 1’59.670 | +2.670 |
| NC | |||||||
| Raul Fernandez | ESP | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 2’00.581 |