Marc Márquez snelste in FP1
De eerste trainingsdag begon onder lastige omstandigheden. Door lichte regen waren bij aanvang van FP1 nog enkele natte plekken op het volledig vernieuwde asfalt aanwezig. Bovendien bedroeg de luchttemperatuur slechts 18 graden, waardoor de sessie langzaam op gang kwam. Voor Takaaki Nakagami was de ochtend zelfs voorbij voordat die goed en wel was begonnen. De Honda-testrijder werd tijdens zijn outlap in bocht 11 met een flinke highsider van zijn RC213V geworpen en brak daarbij zijn linker sleutelbeen. Zijn wildcardoptreden voor eigen publiek zat er daarmee meteen op.
Pas in het laatste deel van de 45 minuten gingen de tijden serieus omlaag. Jorge Martín leek daarbij lange tijd de snelste tijd in handen te hebben, maar Marc Márquez sloeg vlak voor de vlag alsnog toe. Met 1’44.073 eindigde hij voor Martín en Marco Bezzecchi. Alex Márquez werd vierde, voor Johann Zarco. Pecco Bagnaia eindigde als achtste, terwijl terugkeerder Maverick Viñales zijn eerste MotoGP-sessie in bijna drie maanden als achttiende afsloot.
Practice vroeg stilgelegd
In de Practice ging het vanaf het begin een stuk harder. Toch duurde het niet lang voordat de eerste incidenten zich aandienden. Alex Rins ging al na drie minuten onderuit in bocht 3, waarna ook Luca Marini crashte. Kort daarvoor had de Honda-coureur zelfs nog de snelste tijd gereden. Vervolgens nam Pedro Acosta met 1’44.397 de leiding over.
Na acht minuten ging het echter mis bij Ai Ogura. De Aprilia van de Japanner begon hevig te roken en liet op het rechte stuk ter hoogte van de pituitgang olie achter. Daarom kwam de rode vlag naar buiten en werd de sessie stilgelegd om het nieuwe asfalt schoon te maken. Ogura rende ondertussen terug naar zijn pitbox en kon na de hervatting met zijn tweede RS-GP verder.
Acosta voerde na de herstart het tempo verder op met 1’43.866, maar Bezzecchi ging daar vervolgens met 1’43.742 onderdoor. Daarna begon ook Marc Márquez zich nadrukkelijk vooraan te melden. Halverwege de sessie nam hij met 1’43.623 de eerste plaats over.
Ondertussen begon de strijd om de tien rechtstreekse plaatsen in Q2 vorm te krijgen. Bezzecchi, Acosta, Martín en Alex Márquez zaten er goed bij, terwijl ook Diogo Moreira en Johann Zarco zich met de Honda nadrukkelijk in de top tien meldden. Daarnaast wist Fabio Quartararo zich tussen de snelste rijders te nestelen.
Tempo gaat verder omhoog
Met nog ongeveer twintig minuten te gaan begon de eerste serieuze time-attack. Fermín Aldeguer zette met 1’43.586 kortstondig de snelste tijd, maar vervolgens ging het hard.
Eerst dook Bezzecchi naar 1’43.276, waarna Marc Márquez met 1’43.138 antwoordde. De Aprilia-coureur sloeg echter opnieuw terug en bracht de snelste tijd op 1’43.029. Acosta schoof ondertussen naar de tweede plaats.
Met negen minuten op de klok bestond de voorlopige top tien uit Bezzecchi, Acosta, Marc Márquez, Alex Márquez, Martín, Moreira, Zarco, Quartararo, Enea Bastianini en Raúl Fernández.
Toch was daarmee nog niets beslist. De meeste rijders kwamen immers nog eenmaal binnen voor een nieuwe zachte achterband, waarna de beslissende aanval op Q2 begon.
Ronderecord aan flarden
In de laatste minuten kwam het bestaande all-time ronderecord van Pecco Bagnaia uit 2025, 1’42.911, serieus onder vuur te liggen. Marc Márquez evenaarde tijdens zijn aanval eerst die tijd, maar zelfs daarmee kwam hij uiteindelijk niet verder dan de derde plaats.
Pedro Acosta was vervolgens de eerste die het oude record daadwerkelijk verbeterde. De KTM-coureur klokte 1’42.887 en leek daarmee even op weg naar de snelste tijd van de vrijdag.
Alex Márquez dacht daar echter anders over. De Gresini-coureur zette kort daarna een 1’42.811 op de klokken en scherpte het ronderecord met precies een tiende aan. Niemand kwam daar vervolgens nog aan.
Achter de drie Spanjaarden verzekerde Bezzecchi zich met de vierde tijd van Q2. Bastianini klom in de slotfase naar P5, voor Fabio Di Giannantonio en Quartararo. WK-leider Martín eindigde daarentegen als achtste.
Crashes Zarco en Moreira
De laatste minuten verliepen bovendien niet zonder incidenten. Johann Zarco ging hard onderuit in de laatste bocht en bleef aanvankelijk enigszins aangeslagen in het grind zitten. Uiteindelijk kon de Fransman wel zelfstandig weglopen.
Ook Moreira crashte nog, ditmaal in bocht 5. Beide Honda-coureurs hadden gelukkig al voldoende gedaan. Moreira eindigde als negende en Zarco als tiende, waardoor ze ondanks hun crashes rechtstreeks doorgingen naar Q2.
Daarmee stonden uiteindelijk twee Honda’s in de top tien. Aprilia kreeg eveneens slechts twee van zijn vier machines rechtstreeks in Q2: Bezzecchi op P4 en Martín op P8.
Voor thuisrijder Ogura liep het na zijn technische probleem minder goed af. Met zijn tweede machine kwam hij niet verder dan de vijftiende plaats. Daardoor moet hij zaterdag via Q1 alsnog proberen door te stoten.
Bagnaia van dominant naar Q1
Nog opvallender was echter de zestiende plaats van Pecco Bagnaia. Juist op het circuit waar hij vorig jaar domineerde en het all-time ronderecord reed, speelde de Ducati-coureur in de beslissende fase geen rol van betekenis.
Daardoor wacht Bagnaia zaterdag een gang door Q1. Ook Ogura, Aldeguer en onder anderen Raúl Fernández moeten daar proberen een van de twee resterende plaatsen voor Q2 te bemachtigen.
Maverick Viñales sloot de Practice af met de langzaamste tijd, op ruim twee seconden van Alex Márquez. Voor de Spanjaard was het echter vooral zaak weer wedstrijdritme op te doen: hij reed op Motegi voor het eerst in bijna drie maanden weer een Grand Prix-weekend. Teamgenoot Enea Bastianini zette de andere Tech3-KTM ondertussen op P5 en plaatste zich rechtstreeks voor Q2.
Ondanks het nieuwe asfalt en de verschillende incidenten zat het veld bijzonder dicht bij elkaar. Maar liefst achttien rijders eindigden binnen één seconde. Vooraan was het echter Alex Márquez die de eerste tik uitdeelde: snelste op vrijdag én de nieuwe recordhouder van Motegi.
MotoGP Motegi, tijden vrije training:
| Rijder | Team | Merk | FP1 | PR | Verschil | ||
| 1 | Alex Marquez | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’44.334 | 1’42.811 | |
| 2 | Pedro Acosta | ESP | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’44.784 | 1’42.887 | +0.076 |
| 3 | Marc Marquez | ESP | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’44.073 | 1’42.911 | +0.100 |
| 4 | Marco Bezzecchi | ITA | Aprilia Racing | Aprilia | 1’44.206 | 1’43.029 | +0.218 |
| 5 | Enea Bastianini | ITA | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’45.075 | 1’43.160 | +0.349 |
| 6 | Fabio Di Giannantonio | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’45.541 | 1’43.197 | +0.386 |
| 7 | Fabio Quartararo | FRA | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 1’44.756 | 1’43.230 | +0.419 |
| 8 | Jorge Martin | ESP | Aprilia Racing | Aprilia | 1’44.504 | 1’43.275 | +0.464 |
| 9 | Diogo Moreira | BRA | LCR Honda | Honda | 1’44.172 | 1’43.306 | +0.495 |
| 10 | Johann Zarco | FRA | LCR Honda Castrol | Honda | 1’44.865 | 1’43.385 | +0.574 |
| 11 | Fermin Aldeguer | ESP | BK8 Gresini Racing MotoGP | Ducati | 1’44.412 | 1’43.389 | +0.578 |
| 12 | Brad Binder | RSA | Red Bull KTM Factory Racing | KTM | 1’45.355 | 1’43.429 | +0.618 |
| 13 | Raul Fernandez | ESP | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 1’45.420 | 1’43.485 | +0.674 |
| 14 | Franco Morbidelli | ITA | Pertamina Enduro VR46 Racing Team | Ducati | 1’44.662 | 1’43.527 | +0.716 |
| 15 | Ai Ogura | JPN | Trackhouse MotoGP Team | Aprilia | 1’45.082 | 1’43.579 | +0.768 |
| 16 | Pecco Bagnaia | ITA | Ducati Lenovo Team | Ducati | 1’44.686 | 1’43.586 | +0.775 |
| 17 | Luca Marini | ITA | Honda HRC Castrol | Honda | 1’45.575 | 1’43.688 | +0.877 |
| 18 | Jack Miller | AUS | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 1’45.975 | 1’43.728 | +0.917 |
| 19 | Somkiat Chantra | THA | Honda HRC Castrol | Honda | 1’45.219 | 1’43.896 | +1.085 |
| 20 | Alex Rins | ESP | Monster Energy Yamaha MotoGP | Yamaha | 1’45.873 | 1’44.304 | +1.493 |
| 21 | Toprak Razgatlioglu | TUR | Prima Pramac Yamaha | Yamaha | 1’45.360 | 1’44.411 | +1.600 |
| 22 | Maverick Vinales | ESP | Red Bull KTM Tech3 | KTM | 1’45.515 | 1’44.836 | +2.025 |
| Takaaki Nakagami | JPN | Honda HRC | Honda |