De discussie rond de toekomst van brandstof in het Superbike World Championship wordt steeds feller. Vanaf 2027 moet de klasse volledig overstappen op synthetische brandstoffen, maar volgens meerdere betrokkenen dreigt die stap een flinke financiële impact te hebben – vooral voor de kleinere teams.
Na eerdere waarschuwingen van Michael Galinski, teamchef van het MGM Ducati-team, heeft nu ook Yamaha zich nadrukkelijk uitgesproken. Paul Denning, de teammanager van Cresent Yamaha in de WorldSBK, sluit zich aan bij die zorgen en benadrukt dat er snel duidelijkheid moet komen.
Kosten kunnen fors oplopen
De kern van het probleem ligt bij de verwachte prijs van de nieuwe brandstof. Volgens schattingen kan de literprijs oplopen tot zo’n 70 à 80 euro. Voor fabrieksteams is dat mogelijk nog te dragen, maar voor klantenteams kan het een serieuze bedreiging vormen.
Binnen de paddock groeit de vrees dat er een technologische strijd ontstaat tussen fabrikanten, waarbij brandstofontwikkeling wordt ingezet als performance-voordeel. Dat zou niet alleen de kosten verhogen, maar ook het sportieve evenwicht verstoren.
Denning maakt zich daar duidelijk zorgen over. Zonder strikte regulering zou het volgens hem zomaar kunnen dat teams zich genoodzaakt voelen om extreem dure brandstoffen te gebruiken om competitief te blijven. En dat is precies het scenario dat hij wil voorkomen.
Technologische wedloop ligt op de loer
De overstap naar synthetische brandstoffen is deels ingegeven door duurzaamheid en toekomstige regelgeving, maar kent ook een sportieve dimensie. Met beperkingen zoals fuel-flow-limieten zoeken fabrikanten naar manieren om prestaties te behouden – en brandstofontwikkeling is daarbij een belangrijke factor.
Volgens Denning schuilt daar een groot risico. Als fabrikanten vrij spel krijgen, kan brandstof net zo’n cruciaal ontwikkelingsgebied worden als motorblokken of elektronica. Dat zou de kostenstructuur van de WorldSBK drastisch veranderen.
Binnen de Motorcycle Sports Manufacturers Association (MSMA) wordt dit probleem inmiddels besproken. Er liggen voorstellen op tafel om bijvoorbeeld een maximumprijs in te voeren of het aantal toegestane brandstofspecificaties per seizoen te beperken.
Klantenteams in de knel
Vooral de onafhankelijke teams zouden hard geraakt worden door een kostenexplosie. Waar fabrieksteams vaak nog extra budget hebben voor ontwikkeling, moeten klantenteams werken met strakkere financiële marges.
Dat kan uiteindelijk gevolgen hebben voor de samenstelling van het startveld. Minder competitieve teams of zelfs afhakers zouden het gevolg kunnen zijn, wat de aantrekkelijkheid van het kampioenschap onder druk zet.
Denning benadrukt dat juist deze teams beschermd moeten worden. Het WorldSBK staat bekend als een relatief toegankelijke topklasse, en dat karakter mag volgens hem niet verloren gaan.
Eén leverancier als oplossing
Als mogelijke oplossing wijst Yamaha op een model dat al succesvol wordt toegepast binnen de sport: standaardisatie. Net zoals er in het WorldSBK één bandenleverancier is – Pirelli – zou dat ook voor brandstof kunnen gelden.
Een eenheidsleverancier zou niet alleen de kosten beheersbaar maken, maar ook zorgen voor een gelijk speelveld. Alle teams zouden dan met exact dezelfde brandstof rijden, waardoor de focus weer meer op rijder en machine komt te liggen.
Volgens Denning is dat de meest logische en effectieve oplossing. Het zou de technische complexiteit verminderen en tegelijkertijd voorkomen dat fabrikanten elkaar op kosten jagen.
Beslissende fase nadert
Met 2027 in zicht begint de tijd te dringen. De Fédération Internationale de Motocyclisme (FIM) en promotor Dorna Sports zullen op korte termijn knopen moeten doorhakken om duidelijkheid te scheppen.
De komende maanden worden cruciaal in het bepalen van de koers. Blijft de ontwikkeling van synthetische brandstof vrij, of wordt er gekozen voor strikte regulering of zelfs standaardisatie?
Eén ding is duidelijk: de intentie om de sport duurzamer te maken wordt breed gedragen, maar zonder de juiste maatregelen kan diezelfde stap onbedoeld leiden tot een financiële drempel die voor veel teams te hoog wordt.