details
Aangezien het reizen per motor ons in India zeer goed was bevallen, wilde we weer op de motor rondtrekken; dus moest er een motor gezocht worden. De enige keuze die je in Laos hebt, zijn kleine motorfietsen van maximaal 150 cc. Niet echt geschikt voor twee mensen met bagage, maar voor toeristen is een Honda Baja 250 te huur. Een off-road machine met 28 pk (wel 10 meer dan de Enfield Bullet !!). Deze heeft wel voldoende ruimte en kracht voor dit werk. Eigenlijk heb je zo'n off-road machine in Laos ook wel nodig, want 80 % van de wegen is onverhard.
Ik ben gelijk verliefd op de fiets, maar mijn vriendin kijkt wat bedenkelijk naar het smalle en dunne zadel. Tevens is er slechts ruimte voor een stuks bagage. Bovendien is het zadel gescheurd waardoor je, na een regenbui, een natte broek zou krijgen, wanneer er op zou gaan zitten. Regen? De verhuurder schut meewarig zijn hoofd. Het is januari, het regent nooit in januari. Mooi, dan nemen we hem. Het heeft de gehele vakantie niet geregend.
BLIJE, MAAR VERLEGEN MEISJES
Tekst: Maurice Moor
Foto's: Martine Heyse
Vientiane
Vientiane is de hoofdstad van Laos met 400.000 inwoners. Hoewel dit de grootste stad van Laos is, heb je het idee door een klein stadje te lopen. Er is geen hoogbouw, er zijn geen verkeersopstoppingen en er hangt een relaxte sfeer. Kan ook bijna niet anders, want overal waar je kijkt zie je wel reclame voor het nationale bier; Beer Lao. Parasols, uithangborden, glazen en iedereen lijkt met zo'n Beer Lao T-shirt rond te lopen. Die T-shirts krijg je dan ook gratis bij b.v. een maaltijd in een restaurant. Beer Lao wordt dan ook met grote hoeveelheden door de plaatselijke bevolking gedronken en je moet je aanpassen aan de gewoontes van het land, nietwaar?

DE DORPJES WAAR JE DOORHEEN RIJDT
Na Vientiane zijn we naar Vang Vieng gereden. Na wat 'wen-kilometers'valt me op, dat dit toch wel een erg fijne motorfiets is. Voor de duo is het inderdaad iets minder comfortabel, maar wel te doen. Halverwege de rit naar Vang Vieng beginnen de bergen en dan word ik blij. De motorfiets stuurt goed, trekt goed, veert goed en de weg is redelijk goed. Omdat Laos zeer dun bevolkt is, is er ook amper verkeer. Er wonen slecht 6 miljoen mensen in een land dat 8 maal zo groot dan Nederland is. Wel schrik ik, als ik voor de eerste keer een man met Kalashnikov langs de kant van de weg zie lopen. Dit schijnt echter vrij normaal te zijn. Uit de Vietnamoorlog is veel oorlogstuig overgebleven en zo'n Kalashnikov gebruiken ze gewoon om te jagen. Niets om je zorgen over te maken. Het landschap, waar we doorheen rijden is overweldigend. Waar je ook kijkt is het groen, af en toe onderbroken door een klein dorpje. Die dorpjes moet je wel rustig passeren, want er leeft nogal veel pluimvee met zelfmoordneigingen. Kippen doen er echt alles aan om zich voor je voorwiel te werpen. Uitwijken heeft geen zin, want ze zijn nogal snel en wendbaar. De remedie is langzaam rechtdoor te blijven rijden en er het beste van te hopen. Gelukkig hebben we geen kip doodgereden.

DE PRACHTIGE OMGEVING VAN VANG VIENG
Vang Vieng is een toeristisch plaatsje aan een rivier, met veel hotels en restaurants. Aan de andere kant van de rivier ligt het landschap, wat Vang Vieng zo toeristisch maakt. Geweldig mooie bergen, die uit het niets uit de grond lijken op te rijzen. Om naar die overkant te komen kan je gebruik maken van houten bruggen die elk seizoen weer opnieuw worden opgebouwd. Voor het regenseizoen worden ze weggehaald, aangezien de bruggen anders toch zouden wegspoelen. In Vang Vieng hangt nog een beetje een hippiesfeer. Voor veel mensen die naar Laos komen lijkt Vang Vieng het eindstation. Beetje bieren, beetje blowen, hooguit in een binnenband de rivier afdrijven en voor de rest niks doen.
Luang Prabang

ONS BADKAMER BEESTJE
Wij gaan verder naar Luang Prabang. De weg van Vang Vieng naar Luang Prabang is de droom voor elke motorrijder. 200 km door de bergen met amper een recht stuk weg, je voelt je alleen op de wereld, zo rustig. Slechts af en toe kom je een auto tegen of een toerist die door Laos fietst. Echt heerlijk! De Honda Baja houdt zich kranig en ik zit er al aan te denken of ik thuis ook niet zo eentje moet kopen. Echt een strak rijwiel gedeelte en eigenlijk mis ik helemaal geen vermogen. Ook de remmen (best belangrijk in de bergen) zijn gewoon goed te noemen. De meeste toeristen in Laos reizen per bus. Dit is uiteraard veel goedkoper, maar ook veel minder leuk.

DE WATERVALLEN VAN TAD KOUANG SI
Luang Prabang staat op de lijst van de Unesco voor beschermd erfgoed. Elke ochtend maken de monniken hier een bedelronde, waarbij de mensen de monniken eten geven. Ook Luang Prabang ligt aan een rivier. Tijd voor een boottochtje. Hoewel het altijd heel idilisch klinkt zo'n boottochtje, vind ik het wat minder. Omdat je op het water altijd op het laagste punt van de omgeving zit, kijk je constant tegen een muur van groen aan en dat gaat op den duur vervelen. Dus toch maar weer op de motor om de watervallen van Tad Kouang Si te gaan bekijken.Mijn eerste ervaring met onverharde weg in Laos. Na een voorzichtig begin, krijg ik er steeds meer lol in en gaat het steeds harder. Alleen op de kleine stukjes weg met los zand is het even zweten.

DAAROM HETEN ZE DUS WATERBUFFELS
Het is dat zweten echter wel waard. De watervallen zijn echt prachtig. Je waant je in een heus tropisch zwemparadijs. Helder blauw/groen water, dat in etages naar beneden stroomt Mooier dan dit kan het volgens mij niet zijn. Dat vinden ook de waterbuffels, die hun naam eer aan doen en tot hun nek lekker in het water liggen.
Muang Ngoi

MUANG NGOI
Wij gaan verder naar Muang Ngoi. Dit dorpje is enkel per boot bereikbaar en we laten de motor daarom achter in Nong Kiaw. In Muang Ngoi hebben we een hutje, met uitzicht op de rivier. Zo kunnen we mooi het dagelijks leven van de Laotianen observeren. Wat opvalt is dat de Laotianen bijzonder vrolijk en blij zijn. Dit zie je vooral aan de kinderen die een levensvreugde uitstralen, die ik nog niet vaak gezien heb.

JE WAANT JE SOMS IN DE MIDDELEEUWEN
Vanuit Muang Ngoi maken we wandelingen in de omgeving. Er zijn in dit gebied geen wegen en de dorpjes waar je doorheen wandelt zijn alleen te voet bereikbaar. Er is geen elektriciteit of stromend water. Je waant je soms net in de middeleeuwen. Maar iedereen heeft voldoende te eten en te drinken, dus er bestaat geen grote druk om te moderniseren. Je bent in zo'n kleine afgesloten gemeenschap op elkaar aangewezen en iedereen zorgt voor elkaar. Eigenlijk helemaal geen verkeerde situatie.

DORPJE IN DE HET BINNENLAND
We moeten besluiten hoe we terug gaan rijden naar Vientiane. We kunnen dit meer oostelijk doen of via dezelfde weg terug. Meer oostelijk liggen de papavervelden, daar wenst men geen pottenkijkers en gezien het grote aantal aanwezige Kalashnikovs in dit land, besluiten we maar dezelfde route terug te nemen. Op de terugweg ongeveer 50 km voor Luang Prabang krijg ik in een snelle bocht een klapband. Mijn achterwiel glijdt helemaal opzij, maar omdat de band natuurlijk geen grip meer vindt, worden we er niet met een enorme high-sider van af geworpen. Eindelijk kan ik het geleerde van de slipschool in praktijk brengen en we komen veilig tot stilstand. Wel met een hartslag van over de 200, denk ik. Maar wat nu, motor laten staan en een bus pakken en later de motor komen ophalen? We besluiten eerst maar naar het dichtstbijzijnde dorpje te gaan.

WIJ TREKKEN OOK VEEL BEKIJKS
Gelukkig is het eerste dorpje al 2 kilometer verderop. Na wat wijzen op mijn band komen er mensen met bandenplakspullen aanrennen en gaat men de band repareren. Door de warmte is een rubber in de band losgegaan en heeft een scherpe metalen rand een scheur van meer dan 1 cm gemaakt. Dit is dus niet gewoon te plakken. Maar geen nood, dan gaan we de binnenband gewoon eerst naaien. En met slechts twee uur vertraging en na kennismaking met het volledige dorp gaan we weer verder. De band heeft het de laatste dagen prima gehouden.

DE BAND WORDT VAKKUNDIG GENAAID
Het Zuiden

DE BAJA VOOR HET ZUIDELIJK DEEL VAN LAOS

DE OMGEVING VAN CHAMPASAK
Vliegen en weer rijden
Per vliegtuig gaan we naar het zuiden. We beginnen in Pakse. Ook hier doen we weer ons uiterste best om zo'n Baja te bemachtigen, wat uiteindelijk ook lukt. Vanuit Pakse maken we in een paar dagen een klein rondje door het zuiden. Het zuiden is veel warmer en minder groen dan het noorden van Laos. Tevens liggen er veel minder asfaltwegen en zodoende moeten we meer onverhard rijden. Yes!
Tanken
Bijzonder leuk is het tanken. Er zijn geen benzinestations zoals in Europa. Iedereen mag een 'benzinestation' beginnen. Dit bestaat meestal uit 2 vaten (diesel en benzine) waaruit de brandstof omhoog gepompd wordt. Om deze twee vaten is een houten hutje gebouwd, waar dan door de eigenaar een Shell-logo is op geschilderd. Na het tanken wordt de slang afgekoppeld en omhooggehouden, want dat laatste beetje in de slang is ook van jou!


DE SLANG WORDT OMHOOG GEHOUDEN VOOR HET LAATSTE BEETJE BENZINE
We bezoeken o.a. Champassak. Om hier te komen moet je met een pontje over de rivier. Echter, met een motorfiets mag je niet op de 'gewone' pont, maar moet je op een pontje dat bestaat uit twee kano's met daartussen een houten vlondertje. En om erop en af te komen moet je over twee vrij gammele plankjes rijden. Dat zie ik mij met mijn Varadero niet zo snel doen.

HET AFRIJDEN VAN HET PONTJE
Bij Champasak ligt het Wat Pou complex. Dit is de tegenhanger van het veel bekendere Angkor Wat complex in Cambodja. Het Wat Pou complex is helaas erg vervallen, maar een hele hoop Italianen zijn dit complex aan het opknappen. Over 5 jaar zal waarschijnlijk weer in goede staat hersteld zijn.
Afscheid nemen
We moeten terug naar Pakse om de motor in te leveren en daar vandaar uit terug naar Bankok. Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van de Baja en van Laos. Een prachtig land met vrolijke en blije mensen. Maar het vooruitzicht is niet slecht. Op naar het ook prachtige Nieuw-Zeeland.

BEST EEN STOERE BROMMERT ZO'N BAJA