MotoGP-machine dicteert de rijstijl
Wie de MotoGP van tien jaar geleden vergelijkt met de huidige generatie machines, ziet twee compleet verschillende werelden. Vleugels, ride-height-systemen en enorme hoeveelheden neerwaartse druk hebben de rondetijden omlaag gebracht, maar tegelijkertijd het karakter van de koningsklasse ingrijpend veranderd.
Marc Márquez draait er niet omheen: hij beleefde in het zadel aanzienlijk meer plezier aan de MotoGP-machines waarmee hij tussen 2014 en 2016 reed.
“Dat was de periode zonder aerodynamica”, zegt Márquez in gesprek met Bike World. “De huidige motoren zijn heel mooi om te rijden, maar het is meer een robotstijl geworden. Je moet precies volgen wat de aerodynamica van je verlangt.”
Volgens de Spanjaard is er nauwelijks nog ruimte om een motor naar je hand te zetten. Een rijder die méér uit de machine probeert te halen dan de techniek toestaat, wordt tegenwoordig niet beloond, maar juist afgestraft.
“Je kunt de motor niet meer overrijden. Doe je dat wel, dan werk je tegen de aerodynamica in en word je alleen maar langzamer.”
Over de limiet was vroeger sneller
Tien jaar geleden lag dat volgens Márquez compleet anders. Destijds kon een rijder de grenzen bewust overschrijden en met een glijdende achterband of een wegklappend voorwiel alsnog tijd winnen.
“Als je de motor in 2014, 2015 of 2016 overreed, werd je juist sneller. De motor begon te glijden, je verloor soms de voorkant en je zag veel van die spectaculaire saves. Dat zie je tegenwoordig vrijwel niet meer.”
De enorme neerwaartse druk van de moderne MotoGP-machines speelt daarbij een cruciale rol. De aerodynamica drukt de motor met veel meer kracht op het asfalt, waardoor de banden zwaarder worden belast. Zolang alles binnen het ideale werkgebied blijft, levert dat indrukwekkende prestaties op. Zodra de grip aan de voorkant verdwijnt, is er echter nauwelijks nog een weg terug.
“Door de downforce zetten we ontzettend veel druk op de voorband. Wanneer je de voorkant eenmaal verliest, komt de grip niet meer terug”, legt Márquez uit.
Daarmee is ook een deel van de speelruimte verdwenen waarmee de grootste talenten zich in het verleden konden onderscheiden. Márquez maakte tijdens zijn eerste MotoGP-jaren bijna een handelsmerk van onmogelijke reddingen met knie, elleboog en soms zijn halve lichaam op het asfalt. Een vergelijkbaar moment eindigt tegenwoordig veel sneller in de grindbak.
Geen verkapte sneer naar Ducati
Omdat Márquez in de door hem geroemde periode voor Honda uitkwam en tegenwoordig de kleuren van Ducati verdedigt, benadrukt hij dat zijn kritiek niets met een voorkeur voor een bepaalde fabrikant te maken heeft.
“Destijds reed ik voor Honda, maar ik zeg niet dat ik meer van Honda of Ducati genoot. Het gaat uitsluitend om het type motor en de manier waarop je ermee moest rijden.”
De uitspraken zijn daarmee geen verkapte sneer richting Ducati, maar wel stevige kritiek op de technische koers die de MotoGP de afgelopen jaren is ingeslagen. De machines zijn sneller, efficiënter en verfijnder geworden, maar schrijven de coureurs volgens Márquez steeds nadrukkelijker voor hoe ze moeten rijden.
Hoop gevestigd op nieuwe regels
Vanaf 2027 moet daar verandering in komen. De MotoGP stapt dan over op 850cc-motoren, ride-height-systemen worden verboden en de toegestane aerodynamica wordt aanzienlijk beperkt. Daarmee moeten de snelheden omlaag, het inhalen eenvoudiger worden en de coureurs weer meer invloed krijgen.
Of het nieuwe reglement ver genoeg gaat, is nog maar de vraag. Márquez liet eerder al weten dat hij de hoeveelheid toegestane aerodynamica het liefst nog verder had zien teruggebracht.
Voor liefhebbers van driftende motoren, rokende achterbanden en onmogelijke Márquez-saves kan 2027 in ieder geval niet snel genoeg komen. Want hoe indrukwekkend de huidige MotoGP-techniek ook is: wanneer zelfs een van de beste coureurs ter wereld zich een robot begint te voelen, is er onderweg misschien toch iets verloren gegaan.