Acht fabrieksracers voor één missie
Voor de eerste 200 Miglia di Imola pakte Ducati in 1972 ongekend groot uit. Onder leiding van hoofdconstructeur Fabio Taglioni werden acht Formula 750-fabrieksracers gebouwd rond de nieuwe L-twin van de 750 GT. Zeven machines werden volgens Mecum in Ducati’s glazen Fiat-transporter naar Imola gebracht; zes werden officieel voor de race ingeschreven.
Op 23 april 1972 zorgden Paul Smart en Bruno Spaggiari voor een historische één-twee. Smart won, Spaggiari eindigde als tweede en de eerstvolgende concurrent kwam ruim twintig seconden later over de streep. Daarmee bewees Ducati dat zijn op een productiemotor gebaseerde L-twin het kon opnemen tegen de fabrieksmachines van onder meer MV Agusta, Honda, Kawasaki, Triumph, Norton, BSA en Moto Guzzi.
De overwinning maakte van de combinatie van een 90-graden L-twin en desmodromische klepbediening Ducati’s technische handelsmerk. De 750 Super Sport, 851, 916 en uiteindelijk de huidige superbikes zijn allemaal schatplichtig aan het werk dat Taglioni voor Imola verrichtte.
Maar is dit Smarts winnende motor?

Nee, dat kan op basis van de beschikbare documentatie niet worden vastgesteld. Wie bij de naam Paul Smart al met de overwinningsvlag staat te zwaaien, moet dus nog even van het gas.
De begeleidende rapporten van Ducati-historicus Ian Falloon plaatsen de motor binnen het officiële Imola-programma. In de highlights van de lotpagina schrijft Mecum dat dit volgens Falloons administratie een van twee voor Smart bestemde machines was. In de uitgebreidere beschrijving houdt het veilinghuis een slag om de arm: daar wordt gesproken over een vermoedelijke reservemotor voor Smart, of mogelijk een machine voor een teamgenoot.
Dat maakt deze Ducati een originele fabrieksracer met een sterke band met Smarts campagne, maar niet automatisch de motor waarmee hij de race won. Die winnende nummer 16 werd na Imola aan Smart geschonken en wordt tegenwoordig bewaard in het Museo Ducati in Bologna.
Mecum omschrijft de te veilen motor als een van de origineelste overgebleven exemplaren, na Smarts winnaar, maar publiceert geen bewijs dat Smart tijdens de race op juist dit frame of motorblok heeft gereden.
Originele glitter en slimme eenvoud

De machine met framenummer DM750S751110 wordt aangedreven door een 748cc L-twin met desmodromische klepbediening en een vijfversnellingsbak. Ducati gebruikte sterke, zandgegoten motorcarters en verwijderde de dynamo en het vliegwiel om de roterende massa te verminderen.
Speciale nokkenassen, stijvere sluitveren en aangepaste tuimelaars hielpen de tweecilinder aan zijn hoge toerental. Iedere cilinder kreeg twee bougies, terwijl twee 40mm Dell’Orto-carburateurs voor de brandstofvoorziening zorgden. Mecum geeft 85 pk bij 8.800 tpm en een drooggewicht van ongeveer 177 kilogram op.
Ook het uiterlijk was volledig functioneel. De asymmetrisch geplaatste open uitlaten boden extra grondspeling voor Imola, waar vrijwel alle bochten linksom liepen. De glasvezel kuip en tank hielden het gewicht laag, terwijl de zilveren metalflake-afwerking rechtstreeks in het materiaal werd aangebracht.
Een ongekleurde verticale strook in de tank fungeert als doorzichtige brandstofmeter. Nog mooier is de carterontluchting: daarvoor gebruikte Ducati een Italiaanse militaire veldfles. Tegenwoordig zouden we het ‘factory racing technology’ noemen; in 1972 pakten ze gewoon wat op de plank lag.
Originele delen, gedocumenteerde restauratie

Volgens de lotbeschrijving heeft deze Ducati nog zijn oorspronkelijke kuip, brandstoftank, zitting en kontstuk. De motor is bovendien een van slechts drie bekende Imola-racers die nog over de originele zandgegoten motorcarters beschikken.
Mecum vermeldt dat de machine nooit is gecrasht, veranderd of gemodificeerd. Tegelijkertijd onderging hij in de jaren negentig een professionele restauratie in Duitsland. Daarbij zouden oorspronkelijke en onvervangbare competitieonderdelen zijn behouden.
De bijbehorende documentatie bestaat uit historische foto’s, technische gegevens, onderdelenlijsten, restauratiefoto’s en aantekeningen van de Duitse restaurateur. Ook worden twee originele authenticatierapporten van Ian Falloon meegeleverd.
In de jaren negentig werd de racer tentoongesteld in het Rennsport Museum aan de Nürburgring. Later stond hij drie jaar in het Museo Ducati, waar hij volgens Mecum de museumvloer deelde met Smarts daadwerkelijke nummer 16.
Een volledig openbaar gemaakte eigendomsketen vanaf 1972 ontbreekt op de lotpagina. Bovendien benadrukt Mecum dat de voertuiggegevens door de verkoper zijn aangeleverd, niet door het veilinghuis worden gegarandeerd en tot aan het moment van veilen kunnen worden aangepast. De documentatie is dus omvangrijk, maar geïnteresseerde kopers zullen de machine en de Falloon-rapporten zelf moeten beoordelen.
Op 15 augustus naar de veiling

De Ducati wordt als lot R28 aangeboden tijdens Mecum Monterey 2026. Het evenement vindt van 13 tot en met 15 augustus plaats op de Del Monte Golf Course in Monterey, Californië. De Imola-racer staat op zaterdag 15 augustus gepland.
Mecum noemt geen geschatte opbrengst en vermeldt evenmin of de Ducati met of zonder reserve wordt geveild. De Ducati wordt geleverd met een Bill of Sale: een schriftelijk verkoopbewijs dat de eigendomsoverdracht vastlegt.
Omdat de invoerrechten al zijn betaald, brengt Mecum 3 procent extra in rekening, waarmee het totale kopersopgeld voor dit voertuig op 13 procent uitkomt. Wie deze zilveren oer-Ducati naar zijn verzameling wil halen, zal dus niet alleen snel, maar vooral ruimhartig met het biedbord moeten zijn.
Meer weten, of bieden: klik hier.