Sneller dan het ronderecord
Na nachtelijke regen werd de start vrijdag uitgesteld tot 13.30 uur om de Mountain Course te laten opdrogen. Toen de baan eenmaal werd vrijgegeven, waren de omstandigheden uitstekend. Er lagen nog enkele vochtige plekken, maar verder konden de rijders onder een strakblauwe hemel en in de zon aan de slag.
Dat vertaalde zich in hoge snelheden. Het absolute hoogtepunt kwam van Mike Browne op de Electric Van Company Kawasaki. Met een gemiddelde van 127,551 mph (205,27 km/u) zette hij de snelste ronde van de week neer.
Bovendien was Browne 0,498 seconde sneller dan het bestaande Formula One-ronderecord. Dat staat sinds 2017 op naam van Bruce Anstey, die destijds 127,496 mph reed. Omdat het om een kwalificatie gaat, telt Brownes prestatie echter niet als nieuw officieel ronderecord.
Jamie Coward kwam eveneens dicht in de buurt. Hij opende met 126,161 mph en verbeterde zich vervolgens naar 126,572 mph. David Johnson volgde met 125,278 mph, terwijl Michael Dunlop 125,181 mph noteerde.
Voor Nathan Harrison, donderdag nog de snelste, verliep de sessie minder goed. De Greenall Racing Kawasaki kreeg op weg naar Ballaugh problemen, waardoor Harrison meer dan anderhalve minuut verloor.
McGuinness en Harrison dicht bij records
Ook met de historische machines werd bijzonder hard gereden. John McGuinness bracht de Winfield Paton in zijn tweede ronde naar 113,092 mph in de Historic Senior. Daarmee bleef ook hij maar net verwijderd van het bestaande klasserecord.
Mike Browne reed op de Peter Lodge Racing Norton zijn eerste Historic Senior-ronde van de week en kwam meteen tot 111,163 mph, goed voor de tweede tijd.
In de Historic Junior was Dean Harrison de snelste. Op de Craven Classic Racing/Ted Woof Honda verbeterde hij zich in zijn tweede ronde naar 104,373 mph, eveneens vlak bij het bestaande ronderecord.
Michael Dunlop kende met de Flitwick Motorcycles/SMV Royal Enfield aanvankelijk minder geluk. Hij kwam in zijn eerste poging niet verder dan St Ninian’s Crossroads, maar keerde later terug en noteerde alsnog 106,181 mph.
Dunlop naar 117,596 mph
Dunlop was vervolgens wel de maatstaf in de Lightweight. Zijn eerste ronde van 116,925 mph was al de snelste van de week, waarna hij er in zijn tweede poging nog een flinke schep bovenop deed: 117,596 mph.
Paul Jordan volgde met 114,619 mph, voor Michal Dokoupil.
Joe Loughlin voerde ondertussen het tempo verder op in de Ultra-Lightweight. Nadat hij aanvankelijk 109,110 mph had gereden, verbeterde hij zich naar 110,310 mph. Joey Thompson en Harley Rushton volgden met respectievelijk 106,847 en 105,170 mph.
Eerste 120 mph in Junior 600
Een andere mijlpaal kwam uit de nieuwe Junior 600-klasse. Joe Yeardsley opende op de Tony Leach Joinery Yamaha met 117,511 mph, maar brak daarna als eerste rijder in de klasse door de grens van 120 mph.
Met 120,143 mph zette hij een forse stap. Yeardsley was liefst 20,9 seconden sneller dan Barry Furber, die met 117,963 mph de tweede tijd noteerde. Brian McCormack volgde met 116,188 mph.
Daarmee ging het tempo tijdens de derde kwalificatie over de volle breedte flink omhoog. Brownes 127,551 mph sprong er echter bovenuit: sneller dan het Formula One-ronderecord en een duidelijk signaal dat er onder goede omstandigheden tijdens de races nog veel meer in het vat kan zitten.