Anderson en Harrison aan elkaar gewaagd
De omstandigheden op de Mountain Course waren woensdagmiddag overwegend goed. Alleen rond Greeba vielen later enkele lichte buien. In de Formula One-klasse bleek het verschil aan de top minimaal.
Shaun Anderson reed de Stanford Racing by ARD Suzuki GSX-R750 SRAD naar een ronde van 122,822 mph (197,66 km/u). Nathan Harrison volgde op slechts 0,727 seconde met de Greenall Racing Kawasaki en kwam tot 122,741 mph.
Jamie Coward kende aanvankelijk problemen en moest tijdens zijn eerste ronde bij Ballacraine stoppen. In zijn tweede poging kwam hij echter tot 121,758 mph. David Johnson verbeterde zich naar 122,156 mph, terwijl Michael Dunlop op de Team Classic Suzuki GSX-R750 SRAD 121,636 mph noteerde. Dominic Herbertson kwam tot 121,500 mph.
Browne domineert Lightweight
De Lightweight- en Ultra-Lightweight-rijders mochten als eersten de Mountain Course op. Mike Browne begon op de Laycock Racing Yamaha met 115,379 mph, waarna enkele aanpassingen aan de motor direct resultaat opleverden. In zijn tweede ronde verhoogde hij het tempo naar een indrukwekkende 116,639 mph.
Daarmee was Browne bijna 47 seconden sneller dan Stuart Hall, die met 112,130 mph tweede stond. Paul Jordan volgde op slechts een fractie met 112,125 mph. Michael Dunlop bezette met 111,875 mph de vierde plaats op de Milenco by Padgetts Motorcycles Honda.
Hall kwam tijdens zijn derde ronde ten val bij Laurel Bank. Volgens de organisatie was hij na het incident bij bewustzijn en aanspreekbaar.
In de Ultra-Lightweight-klasse zette Paul Cassidy op de Green Racing/Island Fuels Yamaha FZR400 met 106,065 mph de snelste tijd neer. Joe Loughlin volgde met 105,657 mph. Voor Loughlin betekende het zijn terugkeer op de Mountain Course sinds zijn TT-debuut in 2022.
Nieuwe Junior 600-klasse
Nieuw voor de Classic TT van 2026 is de Junior 600-klasse. Daarin was het verschil aan de top eveneens bijzonder klein.
Brian McCormack zette aanvankelijk met de JRC Racing Yamaha YZF-R6 de toon met 114,468 mph. Uiteindelijk ging Michael Russell daar met 114,500 mph nét onderdoor. Het verschil bedroeg slechts 0,332 seconde.
Tom Robinson volgde met 114,324 mph, voor Paul Cassidy (113,117 mph), Julien Cregniot (112,729 mph) en Barry Furber (111,568 mph).
Dunlop snelste op Royal Enfield
Ook de historische machines kwamen woensdag voor het eerst in actie. De Historic Senior- en Historic Junior-sessie werd kort onderbroken door lichte regen rond Greeba.
Dean Harrison en John McGuinness behoorden tot de rijders die nog voor de onderbreking vertrokken. Zij noteerden respectievelijk 101,353 en 101,061 mph in de Historic Senior.
Toen de baan weer werd vrijgegeven, ging Michael Dunlop er stevig overheen. Op de Flitwick Motorcycles/SMV Royal Enfield zette hij met 105,690 mph de snelste ronde neer. Conor Cummins volgde op 103,637 mph, ruim 25 seconden achter Dunlop.
In de Historic Junior was Dominic Herbertson met 98,284 mph de snelste, gevolgd door Stefano Bonetti met 96,939 mph. Paul Jordan en Harley Rushton bezetten de derde en vierde plaats.
Een opvallend debuut was er bovendien voor Ben Birchall. De veertienvoudig Sidecar TT-winnaar reed zijn eerste solo-kwalificatieronde ooit op de Mountain Course. Met een gemiddelde van 87,852 mph eindigde hij als dertiende in de Historic Junior.
Na de eerste kwalificatiedag heeft Anderson daarmee voorlopig de eer van de snelste Classic TT-rijder van 2026. Met Harrison op minder dan een seconde en verschillende rijders die woensdag al in hun tweede ronde sneller werden, lijkt er voor de komende sessies nog voldoende rek in de tijden te zitten.