Zambenedetti haalt uit naar concurrentie
De discussie begon voor het raceweekend op Most, waar Ducati voor de tweede keer dit seizoen een fuel-flow restrictie was opgelegd, maar uiteindelijk opnieuw oppermachtig was.
Tot dusver heeft het Italiaanse merk alle achttien races van het seizoen 2026 gewonnen. Bovendien hebben Nicolo Bulega en Iker Lecuona liefst vijftien keer er een 1-2 voor het Aruba.it Ducati fabrieksteam van gemaakt.
Volgens Zambenedetti ligt de oorzaak van die dominantie niet bij Ducati, maar juist bij de andere fabrikanten.
“Het is makkelijk om concurrenten te verslaan die niets doen om zichzelf te verbeteren”, stelde de Ducati-manager voorafgaand aan de vijfde ronde in Most. “Afgezien van BMW zie ik weinig ontwikkeling. Misschien hebben sommige merken besloten hun motoren, engineers, werkwijze en rijders niet verder te ontwikkelen. Vervolgens klagen ze over degenen die wél goed werk leveren.”
Daarmee doelde Zambenedetti vooral op Yamaha en Honda, die momenteel duidelijk achterblijven bij Ducati en BMW.
Dosoli: “Yamaha investeert enorm veel”
Yamaha-racechef Andrea Dosoli wil die kritiek echter niet onbeantwoord laten. Volgens hem kijkt Ducati veel te eenzijdig naar investeringen en prestaties in de Superbike-klasse alleen.
“Als ik kijk naar wat Yamaha de afgelopen jaren heeft gedaan, mogen we juist trots zijn”, aldus Dosoli. “We investeren enorm veel in de racerij. Niet alleen in WorldSBK, maar in alle WK-klassen.”
Daarbij verwijst de Italiaan nadrukkelijk naar Yamaha’s Blu Cru-programma, waarmee jonge talenten worden opgeleid. Volgens Dosoli bewijst dat project inmiddels zijn waarde. Hij noemt daarbij onder meer Aldi Mahendra, die vanuit dat traject is doorgestroomd naar het WK Supersport.
Daarnaast benadrukt Dosoli dat Yamaha in meerdere kampioenschappen een groot deel van het startveld levert. Volgens hem draait investeren daarom niet alleen om het bouwen van de snelste Superbike.
MotoGP en WorldSBK groeien naar elkaar toe
Volgens Dosoli ligt de discussie bovendien veel breder dan alleen Ducati’s huidige dominantie. Hij onthult dat de fabrikanten twee jaar geleden al door FIM en Dorna werden gevraagd mee te denken over manieren om het prestatieniveau van het WorldSBK af te remmen.
De reden daarvoor is duidelijk. Vanaf 2027 stapt de MotoGP over op nieuwe 850cc-machines zonder rijhoogtesystemen en met beperktere aerodynamica. Daardoor zullen de prototypes langzamer worden dan de huidige generatie.
Tegelijkertijd zijn de Superbikes de afgelopen jaren juist veel sneller geworden.
“In vergelijking met enkele jaren geleden rijden we tegenwoordig tien tot zeventien seconden sneller per race”, aldus Dosoli. “Maar ondanks die hogere snelheid zijn de races niet spannender geworden.”
Volgens de Yamaha-manager wilden FIM en Dorna juist voorkomen dat de rondetijden van het WorldSBK te dicht in de buurt van de MotoGP zouden komen.
“Het verschil is gigantisch”
Dosoli erkent dat Yamaha momenteel simpelweg tekortkomt tegenover Ducati. Volgens hem is het gat inmiddels zo groot geworden dat het met normale ontwikkeling nauwelijks nog te overbruggen valt.
“Als de eerste Ducati twintig seconden voor ons finisht, praten we over ongeveer één seconde per ronde verschil”, legt hij uit. “Dat haal je niet zomaar in.”
De Italiaan vraagt zich daarom openlijk af of het kampioenschap nog wel de juiste technische richting volgt.
“Op sommige circuits, zoals Balaton Park, ligt het verschil tussen een Superbike en een MotoGP-machine inmiddels op hetzelfde niveau als dat secondeverschil.”
Nieuwe regels als oplossing?
Dosoli sluit daarom niet uit dat het WorldSBK in de toekomst een andere technische koers moet gaan varen. Daarbij verwijst hij nadrukkelijk naar de succesvolle introductie van de Next Generation-regels in het WK Supersport.
Voor de invoering van die regels domineerde Yamaha’s R6 jarenlang de Supersport-klasse. Inmiddels rijden meerdere merken competitief mee en zijn de races veel spannender geworden.
“Toen die regels werden voorgesteld probeerden wij onze positie ook te beschermen”, geeft Dosoli eerlijk toe. “Maar achteraf gezien bleek het de juiste beslissing.”
Volgens de Yamaha-manager hoeft het WorldSBK niet letterlijk hetzelfde systeem over te nemen, maar moet er wel serieus worden gekeken naar nieuwe technische oplossingen om de competitie dichter bij elkaar te brengen.
Ducati ziet niets in kunstmatige beperkingen
Bij Ducati klinkt echter een heel ander geluid. Zambenedetti benadrukt dat Ducati geen prestaties wil inleveren omdat andere merken achterlopen.
“We kunnen geen performance weggeven”, aldus de Italiaan. “Dat zou respectloos zijn tegenover fabrikanten die goed werk leveren.”
Daarnaast liet Zambenedetti weten weinig te voelen voor systemen waarbij motoren kunstmatig gelijkgetrokken worden via elektronica, gewicht of toerentalbeperkingen.
“Anders heeft deze klasse geen toekomst”
Dosoli waarschuwt ondertussen voor de gevolgen als er niets verandert.
“Niemand wil een kampioenschap zien waarin fabrikanten, sponsors en teams afhaken omdat ze niet competitief kunnen zijn”, stelt hij. “Uiteindelijk wil iedereen gevechten om podiumplaatsen en overwinningen zien.”
Daarmee lijkt de discussie over de technische toekomst van het WorldSBK voorlopig nog lang niet voorbij.