15 juni 2021

Mash modelrange 2021

Mash is als motormerk pas een jaar of negen oud. Toch heeft het merk al een aardige marktpositie weten te behalen, vooral ook omdat Mash aansprekende, classic designs met een uiterst aangenaam prijskaartje combineert. Dat geldt nog steeds voor de modelrange 2021, die door mondiale virusperikelen pas in juli leverbaar wordt. De prototypes stonden echter al wel klaar en op sommige kon in een druipnat Beesd gereden worden.

Low-cost fun

De motoren van Mash worden in Frankrijk bij Sima ontworpen. Niet met computers, maar old school, met fysieke modellen. De motorblokken worden in samenwerking met Hyosung ontworpen en vervolgens wordt het geheel in China bij Shineray geproduceerd, waardoor de motoren zeer betaalbaar op de markt kunnen worden gezet. Inmiddels heeft Mash 7 Europese importeurs, waarbij MotoMondo 7 landen behartigt. Er worden inmiddels 20.000 nieuwe Mash-motoren per jaar verkocht. Het merk is in 2012 begonnen met de Seventy 125cc, inmiddels bestaat de range uit diverse modellen met 125cc, 250cc, 400cc en 650cc motoren. De range is voor 2021 vernieuwd, enerzijds vanwege de Euro 5 normen, anderzijds zijn er nieuwe modellen bijgekomen, waaronder de Sixhundred Classic. Die wordt in augustus leverbaar.

 

Tekst Peter Aansorgh
Foto’s Pien Meppelink, Jacco van de Kuilen, en Mariska Grob

125cc - A1 Rijbewijs

Een hele belangrijke klasse voor Mash is de 125cc range. Dat heeft dan vooral betrekking op het buitenland, waar je soms al op je zestiende op zo’n kwartliter mag, en waar automobilisten van een wat meer “gevorderde jeugd” ermee mogen rijden zonder het A1-rijbewijs te halen. Of dat verstandig is voor de verkeersveiligheid, is iets waar je over kunt discussiëren, feit is wel dat het zeer goed is voor de handel. Een Franse motor in British Green, moet niet gekker wordenEn dat gaf Mash een vliegende start, toen ze in 2012 met de Seventy 125 kwamen, die ook nu in Euro 5 configuratie in het gamma zit. Deze heeft nog een luchtgekoeld tweeklepsblok en kost slechts 2995 euro. Van de Seventy is ook een “Dirt Track” uitvoering. 

Black en Britisch 125

Nieuw (-er) in gamma zijn de zwarte Black Seven 125 en de British Seven 125, waarvan de laatste in Britisch racing green wordt geleverd. Beide worden aangedreven door een nieuw, vloeistofgekoeld vierklepsblok dat in samenwerking met Hyosung werd ontwikkeld. Dit blok heeft een enkele bovenliggende nokkenas en wordt gevoed door een gasklephuis met elektronische Delphi injectie. Aan de krukas levert de eenpitter 11 kW (15 pk) @ 8750 tpm. De motor is voorzien van een LED-koplamp. Hij ziet er robuust uit, een beetje als een oude Engelse café-racer. Dat komt door de hoge tank, Wat is het toch jammer dat dat A1 hier niet echt van de grond komt. Rijdt echt superleuk. Alleen dat weer...die flinke uitsparingen voor de knieën heeft. Er gaat 14 liter in, daarachter is een comfortabele, lange buddyseat met een zithoogte 780mm. Dat is dus vrij laag, zodat je goed met de voeten bij de grond kunt. Rijdend zit je vrij rechtop met een stuur dat vrij hoog op de kroonplaten staat. Daarop staan ook twee klassiek ogende, ronde tellers. Het motorblok loopt mooi regelmatig en ronkt bescheiden de toeren in als je optrekt. Je moet vaak schakelen om een beetje vlot te rijden, de top ligt op 105 km/uur. De slechts 110 kg wegende motor stuurt verder lekker neutraal en licht en de enkele schijfrem heeft behoorlijk wat remkracht paraat. Die kracht wordt bewaakt door een ABS-systeem, waar veel 125cc concullega’s zijn voorzien van een goedkoper CBS. De Black en de British Seven kosten €4.199,-

X-Ride 125

Helemaal nieuw is de Mash X-Ride 125, die ook leverbaar is in 50cc- en 650cc-uitvoering. De aandrijving van de 125 geschiedt middels hetzelfde, vloeistofgekoelde 125cc-blok als de Sevens, maar de geometrie van het rijwielgedeelte is geheel anders. Hij wordt leverbaar met 18 inch achterwiel en 21 inch voorwiel en is leverbaar met 17 inch wielen. Wij reden met die laatste en die stuurde best goed. De zit is uiteraard veel rechterop, wat je iets meer macht geeft, het zadel voelt wel smal en hoog. Maar het geheel is goed in balans en het smalle, digitale dashboard is goed afleesbaar. De remmen zijn behoorlijk goed, de vering voelt ietwat stug maar geeft een goed wegcontact.

And beyond

Iets populairder op de Nederlandse markt is de Mash Two Fifty, de grote broer van de Seventy. Vanwege het belachelijke stappenrijbewijs laten veel adspirant-motorrijders de 125cc-klasse links liggen en wachten tot ze A2 kunnen doen, helemaal nu je -dankzij code 80 - zonder extra rijexamen na twee jaar op een vol-vermogen-machine kunt stappen. Dan is de Two Fifty dus een interessante kandidaat. Hij is voor 2021 geheel vernieuwd en voorzien van een luchtgekoeld eencilinder injectieblok, Een 400cc Five Hundred noemen. "Rare jongens, die Romei... on nee, Fransen." dat 20 pk bij 7500 tpm levert. Hij heeft vijf versnellingen en is uitgerust met een upside-downvoorvork en een-LED koplamp. Hij kost €4.499,-, 200 euro meer dan de wat offroad-gerichte Dirt Track 250. Het is een gemakkelijke motorfiets, die uit de hand eet. Hij stuur net zo gemakkelijk als de 125 cc machines, heeft een lekkere rechte zit en bromt net iets sneller voorwaarts dan de 125, met een iets hogere topsnelheid die hem wat geschikter maakt voor de Nederlandse wegen. Maar je moet er natuurlijk wel je A2-rijbewijs voor hebben.

Five Hundred

Nog interessanter voor A2-rijders is de “Five Hundred, die - zoals de naam helemaal niet suggereert - dus vierhonderd cc onder de kopkleppen heeft. De Mash Five Hundred 400 bestaat al langer, maar uiteraard is deze aangepast aan Euro 5. De eencilinder viertaktmotor heeft een relatief lange boring x slagverhouding van 85 x 70 mm, maar kan desondanks 10.000 tpm draaien. Het maximum vermogen van 19,5 kW (26,5 pk) komt bij 7000 tpm vrij, het maximum koppel van 30 Nm bij 5.500 tpm. Er zit een heerlijke roffel in het blok, dat vanaf 3500 tpm lekker vlot doortrekt. De vijfbak schakelt goed, de koppeling is licht te bedienen en er komt een hele gave roffel uit de verchroomde uitlaat. De motor zit lekker, met een soft en comfortabel zadel, dat op 780 mm boven de grond staat. Je zit vrij rechtop met een slanke 13 litertank tussen de knieën, met zicht op twee fraaie tellers met geborsteld aluminium wijzerplaten, waarachter een LED-koplamp huist. De vering heeft vrij lange veerwegen (210 mm voor, 200 mm achter), maar voelt stug genoeg aan. Er zou iets meer demping in de achtervering mogen voor de vele verkeersdrempelsHet blok van de Dominator en het design van de XT. En het rijdt ook nog eens verdomd grappig in ons land, maar verder is het een lekker vlotte en comfortabele classic bike, waarmee je op dijken en secundaire wegen heerlijk vlot kunt sturen, zonder dat je roze creditkaartje gelijk door de schredder gaat. Er staat een dirt-track versie op stapel. De Five Hundred kost €4799,-

X-Ride 650 – A2

Het topmodel van de Mash-range is de X-Ride 650. Deze dirt-track-achtige wordt aangedreven door een vierkleps SOHC-motorblok, dat op een of andere manier is afgeleid van het oerbetrouwbare blok van de Honda NX650 Dominator. Het uiterlijk van het blok is gelijk, met naast het koppelingshuis een dekseltje voor het papieren oliefilter, naast de luchtgekoelde cilinder de olieleiding naar de kop en aan de andere kant het aparte dekseltje naast het dynamodeksel, waarachter de tandwieloverbrenging naar de startmotor huist. Met daarop de beugel voor de koppelingskabel, die de koppeling dus dwars door het blok heen bedient. Het blok heeft dry-sump smering, de olievoorraad zit eveneens in het frame met een vuldop/peilstok vlak voor het balhoofd. Verdere maten komen ook overeen: de boring en slag zijn met 100 x 82 mm gelijk, de cilinderinhoud van 644cc dus ook. Maar de Dominator voldeed in 1988 aan geen enkele emissienorm, de X-Ride is Euro 5. Er is dus wel iets veranderd, zoals de compressieverhouding, die van 8,3 : 1 naar 8,8 : 1 is gegaan, voor een hoger thermodynamisch rendement. De Keihin carburateur heeft plaats gemaakt voor injectie van Delphi (de afkorting van AC Delco Philadephia), dat gebruikt maakt van een zuurstofsensor om het mengsel aan te passen en een driewegkatalysator om het milieu te ontzien. Daarnaast heeft de X-Ride een oliekoeler. De extra kickstarter is
In minder dan 10 jaar tijd een breed gamma op de markt zetten is best knap 

helemaal als je bedenkt dat het geen platform formule is met oneindig veel variaties op hetzelfde thema

van welke kant je ze ook bekijkt, ze zijn allemaal anders

dat maakt dat er ook echt iets te kiezen valt
verdwenen en dat is maar goed ook, want menig Dominator-rijder heeft daar blauwe plekken aan overgehouden. Ik wel in elk geval. Dan zal er inwendig ook nog wel het een en ander zijn verbeterd, daar kun je van op aan.

Heel apart

De oude Dominator kon dus wat vrijer ademen dan de huidige X-Ride 650 en dat merk je in het motorvermogen: dat is bij de X-Ride 4 pk minder, met 40 pk @ 6000 tpm bij een maximum koppel van 46 Nm @ 4500 tpm, waar mijn oude Domi er 53 had. Ooit, toen hij nieuw was, 33 jaar geleden. Hij zou het nu verliezen van de X-Ride, al is het rijden daarmee voor mij heel herkenbaar: de X-Ride heeft een lekker blaffend blok, dat lekker fel van onderuit wegbrult en snel en soepel door de vijf versnellingen schakelt, met een goed doseerbare koppeling. Lekker! De rest van het rijgedrag is wat minder herkenbaar. De X-ride zit vrij hoog hij stuurt, eh, heel apart. Een beetje vreemd, maar wel lekker, zeiden ze bij de Rivella-reclame, en dat zou ook hier van toepassing zijn. De Kenda 120/70-17 voorband wringt bij lage snelheden nogal, maar toch is de motor zeer wendbaar en voelt bij hogere snelheden zelfs een tikje overstuurd: je moet in de bochten tegen de buitenste stuurhelft aandrukken om te voorkomen dat hij de bocht verder invalt. Daardoor is hij toch lekker wendbaar en zo went dat gedrag heel snel. Dan kun je er ook redelijk vlot met de 169 kg wegende X-Ride gummen, want hij de Kenda-klonen van de Conti TKC 80 hebben wel veel rubber aan de straat en de remmen zijn goed tegen hun taak opgewassen. Al durf ik dat in de met bakken uit de hemel neerplonzende regen niet helemaal meer uit te proberen. Toch ben ik zeer benieuwd naar de uitvoering met 18” en 21” wielen, ik denk dat hij daarop veel lekkerder stuurt. 

Six Hundred 650 Classic

Hij was er wel, maar nog in homologatieversie en zonder contactsleutels. Je mocht ernaar kijken, maar aankomen niet… Maar als hij zo stuurt als de Five-hundred en de pit van de X-Ride 650 heeft, wordt dat een topper! Voor slechts €5599,-

The Force

Voor wie helemaal terug wil naar de nostalgie van weleer levert Mash ook nog een motor met zijspan in klassieke Army-style. Het gaat om de Side Force 400, die zoals de naam als suggereert… vul hem maar in. Geen 400cc dus, maar 440cc. Waar de fascinatie vandaan komt voor namen die je op het verkeerde been zetten weet ik niet, eningzins lastig vind ik het wel. Maar de eenpitter heeft dus 440cc, waardoor hij maar liefst 20,9 kW levert, omgerekend 28,4 pk. Die 1,9 pk, Voorjaar 2021. Niet te bevatten. En dan te bedenken dat een jaar geleden de eerste hittegolf al een feit wasdie doen het hem… Maar goed, de Side Force komt ermee vooruit en ziet er prachtig authentiek uit, met een matte, legergroene finish, ruige allroadbanden op spaakvelgen, een heuse schommelarm-voorvork en een zweefzadel voor de rijder en nog een voor een duopassagier. De bakkenist kan zich verheugen op een zeer fraai afgewerkte en comfortabele stoel. Ook is er een flinke bagagebak achterin het span en er is een handig bagagerek aan de voorzijde. De opstaande nummerplaat op het voorspatbord maat de look helemaal af. 

Zodra je opstapt is het echt een trip terug in “memory lane”. Het hobbelt, het wiebelt, en zoals bij elk zijspan duwt de bak de motor iets naar links als je remt of gas loslaat en trekt hem iets naar rechts als je gas geeft. Het is echter allemaal zeer beheersbaar en het geeft een enorme kick om ermee te rijden. Kost €11.999,-, maar levert daarvoor ook een berg rijplezier.

Rijplezier

Dat is precies waar het bij het Mash-gamma om gaat. Geen overvloed aan vermogen, dat je toch niet gebruikt, geen hightech vering die in de Ramshoek op Assen kan wat je er op straat nooit mee zult doen, geen vleugeltjes die 28 kg downforce geven bij snelheden die je er nooit mee zult rijden, maar real-word-prestaties, bergen karakter en enorm veel rijplezier voor prettige prijzen. Vanaf juli bij de Mash-dealers. Behalve de Six Hundred Classic dus. Die duurt nog tot augustus.

Door:

Motorfreaks

Deel