25 augustus 2004

Onverhard door Noorwegen

Noorwegen is een prachtig land volgens degenen die er geweest zijn. Maar Noorwegen is nog mooier als je het asfalt verlaat en je de platgereden paden berijdt.

Bikebeinerveien

Een groot deel van de binnenlanden van Noorwegen wordt ontsloten door particuliere tolwegen. In het algemeen bestaan deze wegen uit aangereden klei bestrooid met een laag grind. Dit klinkt erger dan het (meestal) is. Je hebt zeker geen off-road nodig om deze wegen te berijden. Een verkenning van de omgeving van Lillehammer over verharde én over onverharde wegen.

De route begint in Lillehammer, bekend van de Olympische winterspelen van 1994. Reeds vanaf de E6 torenen de springschansen al hoog boven de stad uit. Vanuit het centrum staat het Olympiaparken, boven op de berg al aangegeven. Hier is ook een Olympisch museum waarin de prestaties van de sporters in 1994 te bewonderen zijn.

Vanuit het Olympisch park volg ik de weg bergop naar Nordseter. Al gauw passeer ik een veerooster en komen ik de eerste schapen tegen die op de weg liggen te zonnen. De weg blijft onder de boomgrens tot aan Nordseter waar de tolweg begint. Als ik bij het tolhuisje de motor afzetten komt de tolwachter al naar buiten lopen en vertelt mij dat er voor motoren geen tol geheven wordt. Verder legt hij ons aan de hand van een kaartje uit welke route ik moet nemen naar Koppang.

 

 
AF EN TOE IS HET OPPASSEN VOOR SCHAPEN OP DE WEG

 

Het asfalt konkelt verder omhoog, maar maakt al gauw plaats voor een grusvåg, die uitstekend te berijden is. Ook de bomen verdwijnen langzaam en uiteindelijk bevind ik mij op de hoogvlakte. Het oogt in eerste instantie verlaten maar bij beter rondkijken blijken er overal vakantiehuisjes te staan tussen de rotsen en het struikgewas.

Na een paar kilometer volgt een splitsing waar ik indachtig de aanwijzingen van de tolwachter rechts afsla, de Birkebeinerveien op. Ondanks dat het hier een onverharde tolweg betreft zijn er wel duidelijke richtingsaanwijzers neergezet, dus de weg vinden is niet moeilijk. De weg kronkelt omhoog en omlaag, naar links en rechts, steeds weer een nieuw uitzicht biedend. Het is begrijpelijk waarom zoveel Noren hier hun vakantiehuisje willen hebben. Na een steile helling duikt weer een slagboom op, die al opengaat als ik aan kom rijden. Ik moet linksaf en zie de weg weer versperd door een slagboom. De tolwachter is gelukkig gewend aan deze procedure want deze slagboom gaat ook meteen open. De weg wordt nu steeds leger en het landschap desolater, maar des te mooier. Kilometers glijden onder mijn wielen door, soms iets te letterlijk als m’n motor een stap opzij doet in het grind.

 


ADEMBENEMENDE VERGEZICHTEN

 

Bij Gammelskola is het even zoeken. Drie slagbomen sluiten de kruising hermetisch af. Ik blijk de middelste te moeten hebben en de vrouwelijke tolwachter gebaart dat ik door kan rijden. Het wegdek wordt steeds slechter maar blijft goed berijdbaar. Langzaam stijgt de weg weer boven de boomgrens uit en een grote kale hoogvlakte strekt zich aan alle kanten uit tot aan de horizon. In de verte zijn besneeuwde bergtoppen te zien. Hier en daar ligt een meertje te glinsteren in de zon. Redelijk ongemerkt begint na tientallen kilometers de weg weer te dalen. Ten slotte leidt een lange steile afdaling naar de geasfalteerde weg tussen Elverum en Koppang. 72 kilometer nadat ik uit Lillehammer ben vertrokken sta ik weer op het asfalt.

Vinjeveien

Het asfaltavontuur duurt maar kort. Ik rijd over de E3 richting Koppang en na een 15-tal kilometers is alweer de afslag naar de volgende tolweg. Overigens is E3 wel een erg ruime benaming voor dit stukje asfalt dat in Nederland als verbinding tussen twee boerendorpjes zou kunnen dienen. Bij deze tolweg geen tolwachters, maar wel tolheffing voor motoren. Onder een afdakje liggen in een houten bak enveloppen met een aangehecht doordrukformulier. Het is de bedoeling dat je je naam, kenteken en datum vermeld op het doordruk formulier, het te betalen bedrag in de envelop stopt en de envelop in een brievenbus duwt. Het doordrukformulier houdt je als bewijs dat je betaald hebt. Voor een motor bedraagt de tol 15 NOK.

 Ondanks de tolheffing is de weg slecht. Er ligt meer grind, er is niet een duidelijk rijspoor te ontdekken en onder het grind ligt een wasbord. Desondanks geef ik toch gas en ik moet dan ook hard in de remmen als ik verrast word door een haarspeldbocht. Meer driftend dan me lief is haal ik de bocht en besluit ik het iets rustiger aan te doen. Desondanks haal ik toch nog een snelheid van 60 kmh. Na een paar kilometer wijst een bord aan de kant van de weg naar een waterval, een mooie plek voor een (late) lunch. Het is een 400 meter lopen naar de waterval en ik zweet behoorlijk in m"n motorpak maar het idyllische lunchplekje maakt alles goed.

 

 
HET TOLSTATION AAN HET BEGIN VAN DE VINJEVEIEN

 

Na een half uurtje rij ik verder en al snel bereik ik de hoogvlakte. Op de flanken van de bergen die de vlakte omringen liggen nu, midden juli, nog sneeuwresten. De weg is nog steeds slecht maar al gauw kom ik erachter wat er met de geïnde tolgelden gebeurt. Er wordt grind voor gekocht. Heel veel grind. En dat grind wordt in een dikke laag op de weg gestrooid. Er zijn maar twee smalle wielsporen min of meer vrij gereden en ik ben blij dat de paar auto’s die ik tegen kom mij de ruimte gunnen om in één van de wielsporen te blijven rijden.

 

 
MAAR JE KAN OOK OVERDRIJVEN MET GRIND STROOIEN

 

De “moeder van alle grindwegen” is ongeveer 10 kilometer lang en dan kom ik tot m’n verrassing weer op een asfaltweg uit. Deze meevaller is een verademing na de ellende van daarnet en ik lap de snelheidsbeperkingen aan m’n laars terwijl ik de bochten aaneenrijg.

 

Peer Gynt veien

 

Peer Gynt is een figuur uit de Noorse folklore en de hoofdpersoon uit Ibsens gelijknamig drama. Waarschijnlijk zou iedereen Peer Gynt alweer vergeten zijn als Grieg het toneelstuk niet op muziek had gezet en het later bewerkt tot twee wereldberoemde suites. Deze populariteit heeft ertoe geleid dat de weg die door het gebied loopt waar Peer Gynt zich afspeelt de Peer Gynt veien is genoemd.

In Ringebu neem ik de E6 richting Trondheim. De weg is dodelijk saai en door al het verkeer schiet het niet op. Ik ben dan ook blij als ik bij Hundorp de mogelijkheid heb om op de andere oever te komen. Om te voorkomen dat dit een sluiproute wordt geldt hier weliswaar een snelheidslimiet van 60 km/h, maar aan de andere kant zijn er hier minder kans op controles en ben ik de enige die van deze weg gebruik maakt. Bovendien slingert deze weg dat het een lieve lust is. Dan heb ik een dilemma. Rij ik via de mooie route naar het begin van de Peer Gynt Vegen, of sla ik een stuk over en sluit ik halverwege aan? Omdat het al tegen half zes "s avonds loopt besluit ik voor de afkorting te kiezen.

 

 
HET LANDSCHAP VAN DE PEER GYNT VEIEN IS LIEFLIJKER DAN OP DE VORIGE WEGEN

 

De Peer Gynt vegen is ook de ruggengraat van één van Noorwegens skigebieden en dat vertaalt zich naar de alom vertegenwoordigde hotels aan het begin en het einde van de weg. Daartussen voert de weg over weer zo"n schitterend landschap vol meren en rotspartijen waar de weg om heen slingert. Mede door de hoge graad van menselijke aanwezigheid doet het landschap toch minder indrukwekkend aan dan de vorige wegen.

 

 
IN WIJDE BOGEN SLINGERT DE WEG TUSSEN MEREN EN HEUVELTJES

 

Vanaf Skeiskampen is de weg weer geasfalteerd. Dat is ook wel praktisch gezien de vele bussen die mij hier tegemoet komen. Via Segelstadbrun en Follebru bereik ik uiteindelijk weer Lillehammer.

 

Rondom het Randsfjord

 

Ook voor asfaltridders zijn er mooie wegen genoeg in de omgeving van Lillehammer. Daarom ook nog twee tochten die over het asfalt voeren. Vanuit de stad steek ik via de oude brug de Mjøsa over en sla direct na het viaduct over de E6 linksaf richting Vingnes. De weg loopt letterlijk parallel aan de E6 maar kronkelt veel meer en is veel rustiger. In Vingrom sla ik rechtsaf de RV 250 richting Dokka op. De weg begint gelijk te klimmen en blijft dat de volgende 8 kilometer met een continu stijgingspercentage van 7% doen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Alpen, waar het continu bochtjes draaien en tussensprintjes maken is, blijft deze weg de berghelling volgen en kan ik het gas steeds open houden tijdens de klim, wat een vreemde ervaring is. Langzaam vlakt het hellingspercentage af en slingert de weg door het glooiende landschap. Wat volgt is een 40 kilometer lange, brede weg met glad asfalt, een droom om overheen te rijden. Het enige gevaar is te duchten van de schapen die hier en daar op het asfalt liggen te zonnen.


DE RV250: KILOMETERS LANG BOCHTENPLEZIER

 

Dokka is een slaperig stadje dat ik snel achter me laat. Wel is het raadzaam om hier eventueel te tanken, want tankgelegenheden zijn de komende 80 kilometer schaars. Ik volg de RV 245 richting Jevnaker langs de Randsfjord. De naam Randsfjord is verwarrend omdat het hier een meer betreft dat geen open verbinding met de zee heeft. De weg gaat langs de oever heuvelopwaarts, naar beneden door een bos, weer langs de rand van het meer. En dan begint de pret van voren af aan. Jammer genoeg zijn er weinig parkeerplaatsen om even te stoppen en van de omgeving te genieten, maar het verkeer is zo sporadisch dat ik uiteindelijk m"n motor gewoon aan de rand van het asfalt parkeer om te pauzeren.

Jevnaker is het zuidelijkste puntje van het Randsfjord en van mijn route. Overigens is het maar 50 kilometer van hier naar de veerhavens van Oslo, en deze route is dus ook bruikbaar als aan- of afvoerroute naar de veerboten. Ik rijd echter om het meer heen en rij via de RV 240 op de andere oever weer naar het noorden. De oever is hier breder en er liggen meer huizen aan. In Brandbu heb ik verschillende mogelijkheden maar ik kies voor de RV 34 die de oever blijft volgen. Op mijn kaart is die aangegeven als “toeristische routeâ€Ã‚ en alhoewel wat mij betreft 99% van de wegen in Noorwegen die omschrijving verdient is hij het waard. Wel is het verkeer hier drukker (en langzamer).

 


ENIG ACHTERSTALLIG ONDERHOUD, MAAR MET EEN SCHITTEREND UITZICHT

 

In Hov begin ik langzaam genoeg van het meer te krijgen waar ik ondertussen al bijna 150 kilometer langs rij en ik besluit via de RV 247 en de RV 33 naar Gjøvik te rijden. De weg begint meteen te stijgen om de bergrug tussen het Randsfjord en de Mjøsa te bedwingen. Veel te snel sta ik weer in Gjøvik en krijg het meest saaie stuk van de dag voor mijn kiezen, 15 kilometer RV4, een drukke tweebaansweg vol met vrachtwagens en onoverzichtelijke bochten.

Het knooppunt van de RV4 en de E6 helpt me herinneren hoe relatief “druk verkeer” in Noorwegen is. Om het verkeer op een kruising tussen 2 belangrijke verbindingswegen in goede banen te leiden maken de Noren gebruik van een rotonde die wat afmetingen betreft in een Nederlandse nieuwbouwwijk niet zou misstaan. Omdat ik het laatste stuk niet via de E6 wil rijden steek ik de Mjøsa over en neem vandaar de RV 213 langs de oever naar Lillehammer.

 

Het Ringebufjell en de Friisveien

 

Vanuit Lillehammer voert de route over de E6 in noordelijke richting. Naast de E6 ligt een prima asfaltweg, in feite de oude verbindingsweg. Om te voorkomen dat deze als sluiproute wordt gebruikt geldt hier een tergend langzame snelheidslimiet van 60 kmh en in de dorpen zelfs 30 km/h. De E6 is (relatief) erg druk, en ook daar geldt een maximumsnelheid van 80 km. Welke weg je ook neemt, het is erg frustrerend. Sinds een paar jaar geleden de straffen voor snelheidsovertredingen zijn verhoogd is het erg uitkijken geblazen, en vooral de E6 is berucht voor de controles.

 

In Ringebu kan ik gelukkig de E6 verlaten en volg ik de bordjes richting de RV 27. De verbindingsweg klimt met een paar haarspeldbochten steil omhoog om daarna in een rustiger tempo weer af te zakken richting de E6. Daarna begint de klim op de RV 27. Ook hier weer een weg die kilometerslang steil omhooggaat en de bergwand blijft volgen. Boven is een Noors wintersportoord. Het geheel oogt erg rommelig maar onder een dikke laag sneeuw zal het er vast en zeker beter uitzien. Wel heb je dan meer aan zo’n sneeuwscooter die her en der geparkeerd staan dan aan een motor.

 

 

DE UITGESTREKTE LEEGHEID VAN HET LANDSCHAP IS NAUWELIJKS OP FOTO VAST TE LEGGEN

 

Op de pashoogte (1060 meter) is niets te beleven. Heel wat ander dan in de Alpen waar de pashoogtes bezaaid zijn met souvenir- en eettentjes. Het is erg koud en ik diep de binnenvoering van m"n motorjas op uit mijn koffers. Daarna gaat het bergaf tot de splitsing met de RV 219. Er is hier de mogelijkheid om de RV 27 verder te volgen tot Folldal en dan via de 29 naar Atna te rijden, een route van ongeveer 150 kilometer, of rechtstreeks naar Atna, ca 40 kilometer.

 

Ik kies voor de korte route en de weg blijkt in feite één lange bochtige afdaling te zijn, slechts hier en daar door een nederzetting lopend. Veel eerder dan door de Noren officieel toestaan zie ik de afslag naar Ringebu en de Friisvegen al aangegeven.

Terug in Ringebu neem ik nogmaals het verbindingsweggetje naar de 27, gewoon omdat het zo"n lekker scherpe haarspeldbochtjes zijn. In plaats van rechtsaf naar Ringebufjellet sla ik aan het einde nu linksaf, de E6 op en rij nog een paar kilometer noordwaarts naar Hundorp om daar de Mjøsa over te steken, en aan de andere kant van de rivier terug te rijden naar Lillehammer.

Informatie en achtergronden

 

Noorwegen

Noorwegen is geen lid van de Europese Unie, maar maakt wel deel uit van de Schengen-landen. Dit betekent dat er in de praktijk nauwelijks grenscontroles zijn. De voertaal is Noors maar met Engels kan je ook goed terecht. Overigens is Noors lezen redelijk goed te doen.

 

Lillehammer

Lillehammer ligt circa 1300 km van Utrecht (via veerdienst Frederikshavn - Oslo), en zo’n 180 kilometer boven Oslo. Lillehammer is de hoofdstad van de provincie Oppland en vooral bekend geworden door de Olympische winterspelen in 1994.

 

Valuta + prijzen (peil juli 2004)

De valuta in Noorwegen is de Noorse Kroon (NOK) 1 NOK is ca. € 0.12 Enige richtprijzen:

 

Benzine/liter (Euro 95)            NOK 10.00 

 Camping          NOK 60.00 - NOK 100.00 

 Hytte  vanaf NOK 250.00 

 Frisdrank (bij tankstation)      NOK 20.00 

 Bier (winkel)    NOK 25.00

Geldautomaten zijn wijdverspreid. Creditcards worden (bijna) overal geaccepteerd. Wel is het gebruikelijk om bij een creditcardbetaling je pincode in te toetsen ipv een handtekening te zetten. Tankstations zijn er ruim voldoende. Ze zijn in het algemeen erg uitgebreid maar kunnen in de meer afgelegen plaatsen ook onbemand zijn. Het is mij bij onbemande tankstations ook gelukt om met mijn gewone giropas te tanken.

 

Veerboten

De veerdiensten tussen Denemarken en Noorwegen worden verzorgd door Colorline (www.colorline.no). Voor alle overtochten geldt dezelfde basisprijs, ca € 100.00 voor een enkele reis in het hoogseizoen.

 

Verkeersregels

Maximumsnelheden:

 

Bebouwde kom           50 km/u 

 Buiten de bebouwde kom      80 km/u 

 Snelweg          90 km/u 

Ook zijn buiten de bebouwde kom kilometerslange 60 km/u zones erg in trek! Alcohol maximaal 0.2% De boetes in Noorwegen zijn voor Nederlandse begrippen erg hoog, 0-5 km/u te snel ca. NOK 500.00, 11-15 km ca. NOK 2000.00, meer dan 25 km in de bebouwde kom of 35 km buiten de bebouwde kom te snel inname rijbewijs, meer dan 50 km te snel: 18 dagen cel. De pakkans is wel een stuk kleiner dan in Nederland. Vooral op de hoofdwegen (de E6 is berucht) wordt veel gecontroleerd en staan er flitspalen opgesteld. Dit wordt meestal aangegeven met een bord “automatisk traffikkontrol”. Ook staan in sommige tunnels flitspalen opgesteld.

 

 

Door:

Motorfreaks

Deel