Mike the Bike
Met zijn bijnaam “Mike the Bike” staat hij nog altijd symbool voor technische perfectie, moed en veelzijdigheid in de wereld van de motorsport. Zijn nalatenschap omvat negen wereldtitels, 76 Grand Prix-overwinningen en talloze legendarische races, van de Isle of Man TT tot de Grand Prix-circuits en Formule 1. Hailwood wordt nog altijd geprezen als een coureur die vrijwel alles op twee en vier wielen kon winnen, en wiens naam voor altijd verbonden zal blijven aan snelheid, durf en elegantie.
Het nieuws van zijn overlijden op 23 maart 1981 sloeg in als een bom in de motorsportwereld. Het was moeilijk te bevatten dat iemand die de gevaarlijkste circuits ter wereld had getrotseerd, waaronder de beruchte Isle of Man TT, op een gewone weg de dood zou vinden. Hailwood, een kunstenaar achter het stuur, had talloze gevaarlijke situaties op zowel motoren als in fragiele formulewagens met succes doorstaan.
Vroege jaren en eerste stappen in de motorsport
Stanley Michael Bailey Hailwood werd geboren op 2 april 1940 in Great Milton, nabij Oxford, als enig kind van een welgestelde familie. Zijn vader, Stan Hailwood, was eigenaar van een succesvolle keten van motorzaken, waardoor Mike al vroeg met motoren in aanraking kwam. Op jonge leeftijd verloor hij zijn moeder en bracht hij veel tijd door op een internaat, waar hij discipline en doorzettingsvermogen ontwikkelde die later cruciaal zouden blijken in zijn carrière.
In 1957 nam hij voor het eerst deel aan de “Scottish Six Days Trials”, een van de zwaarste motorrace-evenementen van die tijd, en later dat jaar aan zijn eerste wegrace op Oulton Park, waarin hij als elfde finishte. Nog datzelfde jaar behaalde hij zijn eerste overwinning tijdens een 250cc-race in Cookstown, Noord-Ierland. Het begin van een carrière die vrijwel alle records zou breken.
Doorbraak en eerste GP-zege
In 1958 nam Hailwood deel aan de beroemde Tourist Trophy op de Isle of Man in alle vier de solo-klassen. In de Lightweight TT (250cc) startte hij op een Duitse NSU en finishte als derde. Omdat de TT tot 1976 onderdeel uitmaakte van het wereldkampioenschap, geldt dit als zijn GP-debuut.
Zijn eerste Grand Prix-zege kwam in 1959 tijdens de Ulster GP op het Dundrod Circuit in Belfast. In de 125cc-klasse reed Hailwood een Ducati en versloeg hij Gary Hocking en Ernst Degner, een prestatie die meteen zijn talent en durf illustreerde. Parallel aan zijn motorsportactiviteiten maakte hij in 1960 kennis met autoracen door een Lotus-Climax-formulewagen te testen, een eerste hint van zijn veelzijdigheid.
Dominantie in de jaren ‘60
1961 was een uitzonderlijk jaar voor Hailwood. Hij won zeven wereldkampioenschapsraces in drie verschillende klassen, met overwinningen in de 125cc en 250cc op Honda, en in de 350cc-klasse op Norton en MV Agusta. Aan het einde van dat jaar behaalde hij zijn eerste wereldtitel in de 250cc, een van in totaal negen titels die hij in zijn carrière zou winnen. Opmerkelijk was ook zijn prestatie op de Isle of Man TT, waar hij drie overwinningen in één week scoorde, een ongeëvenaarde combinatie van uithoudingsvermogen, techniek en durf.
In 1962 behaalde Hailwood zijn eerste wereldtitel in de koninginneklasse, 500cc, op een MV Agusta. Zijn successen bleven zich opstapelen: in 1963 boekte hij een hattrick op het Sachsenring-circuit, en in 1967 volgde een ongeëvenaard huzarenstuk op Assen, waar hij op één dag de 250cc-, 350cc- en 500cc-races won. De raceduren varieerden van 54 minuten tot ruim een uur, een indrukwekkende prestatie van fysiek en mentaal uithoudingsvermogen.
Overgang naar de autosport
Tegelijkertijd ontwikkelde Hailwood zijn carrière in de autosport. In 1963 maakte hij zijn eerste stappen in de Formule 1. Op 10 mei 1964 scoorde hij zijn eerste WK-punten tijdens de Grand Prix van Monaco met een Lotus-BRM. Ondanks deze nieuwe uitdaging bleef hij actief in de motorwereld en won hij in 1964 nog eens zeven GP’s in de 500cc-klasse, een ongeëvenaarde dubbelcarrière.
Na zijn afscheid van de motoren in 1968 werd Hailwood benoemd tot M.B.E. (Most Excellent Order of the British Empire) en richtte hij zich volledig op autoracen. In 1972 werd hij Europees Formule 2-kampioen met vijf overwinningen, en behaalde in Formule 1 zijn eerste podium in Monza, waar hij tweede werd achter Emerson Fittipaldi.
Heldenacties en terugkeer naar motoren
In 1973 redde Hailwood zijn collega Clay Regazzoni uit een brandend wrak, wat hem de Britse Tapferkeitsmedaille opleverde. In 1974 scoorde hij in Kyalami nog eens een Formule 1-podium en eindigde dat seizoen als tiende in het wereldkampioenschap.
Na de geboorte van zijn tweede kind, het huwelijk met Pauline Barbara en een verblijf in Nieuw-Zeeland, keerde Hailwood in 1978 terug naar de Isle of Man TT. Hij startte in vier klassen en won de TT Formula One op een 900cc Ducati. In 1979 won hij opnieuw op de Isle of Man, de Senior TT met een 500cc Suzuki, zijn 14e en laatste TT-zege.
Tragisch einde en nalatenschap
Op 23 maart 1981 kwam Mike Hailwood op 40-jarige leeftijd om het leven bij een aanrijding met een vrachtwagen. Ondanks dit tragische einde blijft zijn naam onaantastbaar. In 152 Grand Prix-races behaalde hij 76 overwinningen – exact de helft van al zijn GP-starts – en zijn negen wereldtitels plaatsen hem nog altijd op gelijke hoogte met Marc Marquez, Valentino Rossi en Carlo Ubbiali in de geschiedenis van de motorsport.
Hailwood wordt herinnerd als een van de grootste en veelzijdigste coureurs aller tijden. Zijn durf, techniek en karakter hebben de wereld van motorsport voorgoed veranderd, en zijn naam leeft voort bij fans, coureurs en circuits over de hele wereld.