De timing is geen toeval. Márquez werkt toe naar zijn officiële comeback bij Ducati en kiest bewust voor een gecontroleerde terugkeer, ver weg van de schijnwerpers van een MotoGP-test. In plaats daarvan stapt hij op een speciaal voorbereide, straatlegale Ducati Panigale, bedoeld om maximale feedback te geven zonder de fysieke belasting van een prototype.
Het Aspar Circuit, gelegen nabij Valencia, is in korte tijd uitgegroeid tot een populaire trainingslocatie voor WK-rijders. De technische lay-out en compacte afmetingen maken het circuit bij uitstek geschikt om gevoel, vertrouwen en belastbaarheid te testen — precies wat Márquez nu nodig heeft.
Ducati kijkt mee
Dat Ducati veel waarde hecht aan deze test blijkt uit de aanwezigheid van Davide Tardozzi. De teammanager van het fabrieksteam zal persoonlijk toezien op Márquez’ eerste meters op asfalt sinds zijn operatie. Ook Ducati stuurt technische staf naar Guadassuar om de zevenvoudig MotoGP-kampioen te ondersteunen.
Naast Marc Márquez zal ook zijn broer Álex Márquez in actie komen, eveneens op een Ducati Panigale. Naar verwachting sluiten nog enkele andere rijders aan, al blijft het karakter van de test nadrukkelijk privé.
Terugblik op de blessure
Márquez liep zijn blessure op bij de start van de Indonesische Grand Prix, op 5 oktober, toen Aprilia-rijder Marco Bezzecchi hem van achteren raakte. De impact resulteerde in een breuk van zijn rechterschouder — pijnlijk genoeg dezelfde arm die hem sinds zijn beruchte blessure in 2020 al vaker parten speelde.
Aanvankelijk leek de schade mee te vallen, maar uiteindelijk bleek een operatie onvermijdelijk. Daarmee kwam er abrupt een einde aan zijn seizoen, slechts een week nadat Márquez in Japan zijn zevende MotoGP-wereldtitel veilig had gesteld. Sindsdien zat hij nauwelijks op de motor. Alleen op 23 december reed hij één trainingsdag op het Alcarràs-circuit, en dan nog op een Ducati crossmotor — nuttig voor conditie, maar totaal onvergelijkbaar met rijden op asfalt.
Voorzichtig begin op de Panigale V2
Volgens informatie zal Márquez zijn comeback rustig opbouwen. Donderdag begint hij op de Ducati Panigale V2, met zijn 955cc V-twin goed voor 155 pk en 104 Nm koppel. Met een rijklaar gewicht van 176 kilo is dit een minder veeleisende machine dan de brute Panigale V4 S, die met zijn 1103cc V4 bijna 220 pk en 123 Nm levert.
Die keuze is logisch: minder vermogen, minder fysieke belasting en meer ruimte om te focussen op gevoel en belastbaarheid van de schouder. Márquez heeft beide modellen tot zijn beschikking en kan gedurende de test beslissen of hij alsnog overstapt op de V4, maar vooralsnog ligt de nadruk duidelijk op voorzichtigheid.
Vooruitblik: Portimão lonkt
Deze test in Guadassuar is mogelijk niet zijn enige uitstapje vóór de officiële Ducati-presentatie op 19 januari in Madonna di Campiglio. Eind januari organiseert Ducati’s WorldSBK-team traditioneel een test in Portimão, waar ook MotoGP-rijders welkom zijn om met de Panigale V4 S te rijden.
Of Márquez daar ook verschijnt, hangt af van hoe zijn schouder deze week reageert. Portimão is echter beladen terrein: twee jaar geleden kwam Franco Morbidelli daar zwaar ten val tijdens zo’n test. Ironisch genoeg waren het toen Marc en Álex Márquez die als eersten stopten om hulp te bieden en alarm te slaan.
Voorlopig geldt: geen haast, geen heroïek. Eerst voelen, testen en vertrouwen opbouwen. Maar dát Marc Márquez weer op asfalt rijdt — en dat Ducati meekijkt — zegt genoeg. De comeback is begonnen.