Go fast, turn left...again
Tekst: Vincent Burger
Fotografie: Harley-Davidson
Kleurrijk avontuur

Meestal is zo’n opmerking het begin van een lang en vooral zeer kleurrijk avontuur, liefst gepaard met de nodige pijnlijke anekdotes. Ik hoop dat ik die belofte waar kan maken. Dat flat tracken gaaf is lijdt geen twijfel. Daarvoor hoef je maar één keer met een motor op een onverharde parkeerplaats te rijden, dat is al genoeg om door te hebben dat ’t nog heel veel leuker wordt met een motor die er een beetje op ingericht is. Vervolgens stap je op een onbewaakt ogenblik op een allroad of zelfs een enduro of crossmotor
Kennismaken met Japanse collega's is nog nooit zo leuk geweesten merkt dat het al vele malen leuker wordt. Tussendoor probeer je wat met stuntmotoren en leert hoe je een beetje donuts draaien moet met een wild spinnend achterwiel. Dan verdwaal je ergens op de Canarische eilanden en zit je voor je het weet midden in de woestenij op een Yamaha SR400 en maak je je eerste echte rondjes en blijkt dat zelfs dat stuntwerk nog meerdere overeenkomsten heeft. Nou goed dan, niet iedereen heeft een Canarisch eiland tot zijn beschikking, maar het kwam nou eenmaal zo uit. Soms kom je nog eens ergens, weet je wel.
Vervolgens kom je zoveel jaar later weer in aanraking met het bestaan van de sport als je naar Lelystad gaat voor een reportage over de Hells Race. Rondjes rijden op wat je maar toevallig bij je hebt, dat klinkt alweer veel aantrekkelijker. En het lijkt heel vatbaar voor toenemende populariteit, want eindelijk kan iedereen die nog een verbouwde motor in z’n schuur heeft staan er meer mee dan enkel van bikeshow naar bikeshow slepen. Nog eens zoveel maanden later kondigt zich dan Dirt Quake aan en is het aan Smits om een vuurdoop te krijgen zoals er nog nooit iemand een vuurdoop heeft gekregen. Behalve de daar aanwezige collega’s dan. Verhalen van crashes, horizontaal afzwaaiende ex-kampioenen en overig leed zijn niet van de lucht en er zijn merkbaar enkele nieuwe Flat track fanatici geboren die dag. En dat wordt nog eens dunnetjes overgedaan, wordt ons beloofd. Hier en daar een wijziging, maar het beoogde bezoekersaantal van de European Bike Week belooft ook de nodige spanning. Een aangeveegd grasveld, meer is het niet. De machines: dezelfde als in Engeland. De prijs: een van die machines. Ongelogen. De opluchting: we mogen
Cool of cool? En als je ziet hoe simpel het is om zo te maken vraag je je af waar ze nog op wachtenniet één, maar twee dagen rijden. Hier. Hebben. We. Zin. In.
Met een leuke omweg via Ljubljana (Faak ligt net achter Villach, dus dan is vliegen naar Slovenië helemaal geen gek idee) stappen we vol frisse moed de bus uit. Een paar verrassingen stralen ons tegemoet. Allereerst zijn we aangekomen op wat nog geen twee dagen eerder een doodonschuldige alpenwei was, maar nu is omgetoverd tot Flat Track Arena, compleet met een ovaal van precies de juiste samenstelling, materiaaltent, kleedruimte, koffietent, noem maar op. Met de bijbehorende polsbandjes is het genoeg om je echt ‘atleet’ te voelen. Dat zijn we immers ook. Of gladiator, misschien komt het daar eerder op neer. Verrassing twee is een heel bekend gezicht: speciaal voor dit hele feest is vanuit Italië de Flat Track school ingevlogen van Marco Belli, meervoudig kampioen en zo’n beetje dé man als het gaat omhard linksom racen op twee wielen. En al enige jaren eigenaar van zijn eigen Flat Track school. Normaal geeft hij les op Yamaha SR400…. En heeft dat een jaar of twee geleden ook gedaan op een Canarisch eiland, waar hij destijds ‘bij toeval’ was. Soms kom je nog eens ergens. Voor de vorm zijn de motoren nog wel iets meer aangepast in de tussentijd. Weg is de gedeisde standaardkleur van de brommers,
weg is ook het comfortabele zitje. In plaats daarvan vinden we een wel heel erg goed ogend –en heel echt- Flat Track zitje, een tank die de lijnen van de legendarische XR750 volgt en is de motor ook in z’n geheel gehuld in het welbekende dreigende zwart-oranje dat de oval racers al sinds jaar en dag kenmerkt. Deze shit is aan! Verder is de voorrem verdwenen net als de uitlaatdemper en is de motor voorzien van een beter ademend luchtfilter en een set serieuze schokbrekers. Gevolg van deze metamorfose: weg is de gedeisde Street Rod, maak kennis met een nagenoeg ‘off the shelf’ vuurspuwende, brullende racer. Het resultaat is zó geslaagd dat we unaniem roepen om een ‘flat track kit’ op te nemen in de onderdelencatalogus, met daarin zitje (met bevestigingsbeugeltjes) en tank en naar wens ook de Öhlins dempers en een set banden. Zeker weten dat dat verkoopt. Wij hebben het alvast uitgebreid getest.
Toch is de sfeer wel ietsje anders dan het vrije van Dirt Quake. Sta ik daar in m’n hippe motorjeans en leren jack, zie ik om me heen toch veel meer raceoveralls en crossuitfits. De slimsten hebben zelfs een stalen ‘hot shoe’ meegenomen. Verdraaid. Hoewel ik niet iedereen ken, is wel snel duidelijk wie hier de snelsten zijn. De Japanner die overál snel mee is, de Spanjaard met z’n superbike ervaring en de Italiaan die vandaag toevallig tussen twee WK Supermoto wedstrijden zit. Kansloos… maar gelukkig kan ik me nog wel sterk maken voor de BeNecup, al zal ik me daar wel voor moeten inzetten; onze Vlaamse collega heeft bij Dirt Quake al kunnen oefenen. Maar er is hoop: wij mogen ook eerst oefenen en de baan is niet hetzelfde. Om met dat laatste te beginnen: het is te kort om dezelfde
Als Marco Belli spreekt, luister jestrategie aan te houden; niks tweede versnelling, alles gaat in eerste. Dat gaat nét, slechts de allersnelsten krijgen de toerenbegrenzer aan het werk. Heeft ook een bijkomend voordeel voor de toeschouwers: hoe sneller de toerenbegrenzer op het ‘rechte’ stuk bereikt wordt, hoe harder de coureur in kwestie rondgaat. Simpel. Voor ons stervelingen is het telkens ‘net niet’…
Maar goed, het begint allemaal heel erg vredig. Wennen aan de motoren, goed opletten wat grootmeester Marco te vertellen heeft, wegrijden, remmen, slippen, driften, herhalen. Went snel en de pilonnetjes kunnen al snel aan de kant; we gaan rijden! Daarbij sluipt er al snel een kleine uitdaging tussen: niet elke motor loopt even vlekkeloos. Gestotter, vermogensverlies, soms zelfs afslaan… het wordt een wilde gok wie op welke motor zit en welke het netjes blijft doen. Maakt voor vandaag weinig uit, we zijn nog maar aan het oefenen. Maar ja, morgen is racedag en dan wil je wel een eerlijke kans hebben natuurlijk. Toch lukt het uiteindelijk iedereen wel een paar fatsoenlijke trainingen te rijden, inclusief proefstart en oefenraces. Daarbij blijken de kaarten al snel verdeeld en zijn de snelle jongens overduidelijk beter in het spelletje. En dan is er nog die ene meid die iedereen het snot voor de ogen rijdt. Hadden we misschien kunnen raden toen ze aantrad met een heus gevolg van twee man…. En een persoonlijke crossoutfit. Oh en een uiterst afgetraind lichaam, maar dat kan ook alleen mij zijn opgevallen.

Nieuwe opzet

De volgende morgen komen we in een iets andere sfeer weer terug op de baan. De technische staf is nog de hele middag bezig geweest met de motoren en is dat nu opnieuw, om het probleem met het gestotter aan te pakken. Inmiddels zijn alle motoren voorzien van een extra panty over het luchtfilter tegen het stof, worden mappings aangepast en wordt er vooral redelijk gespannen
Dit dus. Dé sleutel voor snelle rondetijden. Ik moet maar eens naar de ijzerboer...gezocht naar een oplossing. Marco himself probeert elke motor na een update afzonderlijk uit en beoordeelt of deze ingezet kan worden voor de wedstrijd of niet. Er gaat een dikke streep door het programma.
Maar dat is alleen om plaats te maken voor een compleet nieuwe opzet. Met vier nog wel goed werkende machines is het te riskant om vier man per heat aan de start te zetten, dan zijn er gewoonweg geen reservemotoren meer. Dus wordt gekozen voor twee man per heat, over een kortere race: drie ronden. Spektakel gegarandeerd, snelle wissels en veel (meer) races. Twee pouleraces, dan de finales volgens eenvoudig principe: verlies en je ligt eruit; de winnaars mogen het tegen elkaar opnemen. Goed… dat betekent dus dat ik minstens twee keer mag starten. Prima, mijn dag is goed. Dan zullen we daarna de tactiek eens doornemen. Met twee man aan de start kun je dus aan de binnenzijde starten en aan de buitenzijde. Vergeet de ideale lijn, korter is gewoon beter,
Nú rijdt ie nog... gas! Meer gas! En dan nog meer!dus kun je veel beter de binnenste startplek hebben. De startplek wordt per loting bepaald, dus het wordt gokken. Betekent echter ook dat je geluk kunt hebben en pech. Als je snel bent, maar je tegenstander is nog sneller, ben je vroeg klaar. Als je langzaam bent, maar je tegenstander is nog trager, kom je toch een ronde verder. Maar vechten voor de overwinning moet je sowieso.
Het begint bij de loting. Op zich al spannend, want gezien bovenstaande kun je dus heel snel klaar zijn. Naarmate de loting vordert en zowel ikzelf als de snelle heren over blijven, krijg ik het toch enigszins warm. Dat duurt nog tot de een na laatste loting, als mijn naam eindelijk omgeroepen wordt. Op dat moment zijn de allersnelsten toch ingedeeld en kan ik weer rustig ademhalen. Die eerste ronde moet kunnen. Hoop ik.
Dan wordt het een tijdje toekijken, totdat het mijn beurt is. En de kunst afkijken en tactiek bepalen. Die startplek kunnen we weinig aan doen, maar de positie wel. Dat wordt nog eens gedemonstreerd als mijn Nederlandse collega net niet assertief genoeg is en daardoor maar niet voorbij zijn tegenstander weet te komen. Hij is sneller, maar komt er niet langs. Wel een meesterlijke race, maar op 0,1 seconde afgetroefd worden is nog altijd geen overwinning. Want jawel, vandaag rijden we met transponders. Dat heeft een paar voordelen, maar uiteindelijk wordt het in de finale pas écht functioneel…. Daarover straks meer. Vooraf weten we alvast wel dat de allersnelste rondetijd wordt genoteerd door…. De dame in ons gezelschap. Ai. Dus ze kan nog rijden ook, verdorie…

Gelukkig voor ons kan haar tegenstander dat ook en wordt ze dus tóch uitgeschakeld. Zo zijn de wonderen de wereld nog niet uit. Als het eindelijk mijn beurt is weet ik wat me te doen staat: Zo snel mogelijk weg, zo snel mogelijk naar binnen en zo hard mogelijk blijven rijden. Makkelijk gezegd, iets lastiger gedaan. En ja, je mist een beetje gevecht door de nieuwe opzet, maar je moet nog steeds als eerste over de streep. Als ik een gaatje zie ga ik er dan ook voor en laat me ook niet van de wijs brengen door draaiende delen van ’s andermans motor. Dood of de gladiolen, je krijgt maar één kans! En niet achter me kijken, wat betekent dat ik
Niks aan de hand jongens, komt helemaal goedpas een ronde later zie waarom mijn tegenstander niet meer pareert: door mijn actie is hij naar buiten gedreven en is daar zijn evenwicht verloren. Dikke schuiver, einde race. Het minste wat ik kan doen is ‘m opzoeken, vragen hoe het gaat en een lift aanbieden naar de pits. Geen letsel, een vies pak is alles wat hij eraan over houdt. Maar ik ben wél een ronde verder!
De tweede race verloopt voorspoediger. Minder spectaculair voor het publiek, maar wel spannender. Ronde na ronde liggen we vlak bij elkaar, totdat het me eindelijk lukt net een voorsprong te nemen. En dan nog te blijven rijden voor wat ik waard ben, want ik voel de hete adem van mijn tegenstander in mijn nek. En warempel…. Ik heb de voorrondes overleefd! En daarmee ook direct mijn doel gehaald, want hoewel het niet tot een direct handgemeen is gekomen, zijn mijn Vlaamse en Nederlandse collega beiden al gesneuveld



Het Grote Moment oftewel 'hoe je dus niét de bocht moet nemen'


Je ziet 'm denken 'ik heb 'm nog, ik heb 'm nog, ik heb 'm..... ah fuck'

in de voorrondes. Geen zinderende landsfinale dus, maar wel de eer de Beste Nederlander van Faak te zijn. Pak die maar in!
Dat is dan ook wel zo’n beetje het hoogst haalbare. Nu volgt de ware slachting, de afvalrace die uiteindelijk slechts de snelste vier over houdt voor de zinderende finale. Tijd voor slachting. En die begint al direct de volgende ronde als ik tegen de Razende Spanjaard mag. Weliswaar loot ik polepositie, maar Razende Spanjaard is zo snel dat ik dat voordeel wel tot aan de eerste bocht kan uitbuiten. Maar ik heb wel de beste plek in het stadion en kan zo zien hoe hij het in hemelsnaam voor elkaar krijgt. Goed… daar word ik dus niet echt veel wijzer van, maar toch. Wat nog het meeste opvalt is hoe weinig, of relatief weinig, hij op me uitloopt. Natuurlijk wint hij met overmacht, maar ik mag met geheven hoofd de arena verlaten, zó groot is mijn achterstand dan ook weer niet.
De les geleerd. Door een bliksemschicht. Ach, niks oneerbiedigs aan verliezen van zo'n tegenstanderWel verloren en dus is het klaar… dénk ik. Dat je niet altijd moet geloven wat je denkt blijkt maar weer, als ook de ‘tweede plaatsen’ nog een keer tegen elkaar mogen. En ik de Japanse Furie tegenkom.
Als we ergens nog op moeten wachten is het de titanenstrijd tussen Spanje en Japan, hun stijlen kunnen niet verder uit elkaar liggen. Wat iedereen wil weten is wie van de twee daar het beste mee omgaat. Maar dan zal ik toch eerst mijn race moeten rijden. De Rappe Japanner doet zijn naam eer aan en rijdt een onwijs cleane race. Ik doe wat ik kan, maar ben totaal geen match voor de strijder uit de Oriënt. Geeft niks, ik heb m’n best gedaan en kan met geheven hoofd de arena verlaten. Nu is het aan de echte kampioenen om het af te maken.
Zoals verwacht is de race tussen Spanje en Japan een waanzinnig mooie strijd en uiteindelijk zijn beide heren snel genoeg om in de finale te staan. De twee reservemachines worden het startgeld opgereden en de vier man sterke finale kan beginnen. Meer rondes, meer mensen, meer spektakel. En een verrassende uitkomst. Want die hoofdprijs… die gaat niet naar de winnaar, maar naar degene met de snelste rondetijd. Dat betekent dus mogelijk een andere strategie, maar als eenmaal de vlag valt zijn er toch gewoon vier man aan het vechten voor de overwinning. Die gaat uiteindelijk naar Italië en hun Supermotorijder, maar de grote prijs, de motor zelf, gaat naar mijn grote Spaanse vriend. Met voorsprong de oudste van het stel, maar sneller dan wie dan ook. De tijdwaarneming liegt niet, er is geen ontkomen aan. Een van de allergaafste Street Rods van het moment gaat verdiend naar Spanje. En wie weet komen we ‘m nog eens tegen…

Daar istie dan hoor, onze Spaanse vriend. En zijn nieuwe motor. Wordt nog gewassen, dan gaat er een postzegel op.
Kortom, twee onvergetelijke dagen European Bike Week, maar niet zoals je zou verwachten. Zijn we verkocht? Absoluut. Gaan we nog meer flat tracken? Heel waarschijnlijk. Inmiddels staat m’n eigen CB500 ook weer op z’n twee wielen. Inclusief nieuw zitje en nieuwe achterschokbrekers, banden zijn onderweg en die voorrem is heel, heel snel losgeschroefd….