Bittere noodzaak
Een grove indicatie van slechthorendheid is de volgende: je bent slechthorend als je in een gesprek met één persoon nog wel kunt horen wat er gezegd wordt, maar in een groep het gesprek niet meer kunt volgen. Andere verschijnselen zijn het horen van niet bestaande fluit- of bromtonen, of het niet meer kunnen horen van hoge tonen of zachte geluiden.
Gehoorschade is te meten via een gehoortest: er wordt gekeken of je geluiden van verschillende sterkten en toonhoogten kunt waarnemen. Het is normaal dat het gehoor langzaam slechter wordt naarmate je ouder wordt. Het oor heeft echter een ingebouwde "reserve", zodat de meeste ouderen nog goed kunnen horen. Wie vaak naar harde muziek luistert of vaak aan hard geluid blootgesteld wordt, bijvoorbeeld op het werk, heeft zijn reserve sneller verbruikt en zal op latere leeftijd eerder met doofheid geconfronteerd worden.
Het oorspronkelijke gehoorvermogen kan zich niet herstellen! Voorkomen is dus duidelijk beter, aangezien genezen niet mogelijk is.
Hoe vaak komt het voor?
Nederland telde in 2000 1,5 miljoen slechthorenden van 18 jaar en ouder (NIPO, 2000). In 1995 ging het 'nog ' om zo'n 1,3 miljoen slechthorenden. Hetzelfde NIPO-onderzoek laat zien dat 53% van de bevolking direct of indirect te maken heeft met gehoorproblemen. Er is sprake van een toenemend volksgezondheidsprobleem: niet alleen vanwege de vergrijzende samenleving, maar ook omdat ruim 500.000 mensen bij de dagelijkse uitoefening van hun beroep langzaam maar zeker doof dreigen te worden.
Een lesje biologie
Het gehoororgaan bestaat uit vier belangrijke delen:
1. De oorschelp met de gehoorgang, in de tekening aangegeven met "E".
2. Het middenoor met trommelvlies en de middenoorbeentjes, hamer, aambeeld en stijgbeugel; in de figuur aangegeven met "M". Het middenoor is met lucht gevuld via de buis van Eustachius.
3. Het binnenoor of slakkenhuis (cochlea) wat ons eigenlijke oor is. Het slakkenhuis heeft ook de vorm van een slakkenhuis en bestaat dus uit een in elkaar gerolde buis. Deze buis is verdeeld in drie ruimtes met daarin het orgaan van Corti. Uit het slakkenhuis komt de gehoorzenuw. Nauw verbonden met het gehoororgaan is het evenwichtsorgaan.
4. De gehoorzenuw en banen in de hersenen.
In het oor onderscheiden we:
1. Oorschelp
2. Gehoorgang
3. Trommelvlies
4. Stijgbeugel
5. Ronde venster
6. Buis van Eustachius (tuba auditiva)
7. Slakkenhuis (cochlea)
8. Halfcirkelvormige kanalen (evenwicht)
9. Aambeeld
10. Hamer
Al deze onderdelen hebben een bepaalde functie voor het horen. De oorschelp is zo gevormd dat ze geluidsgolven van voor en achter enigszins scheidt. De geluidsgolven gaan via de gehoorgang naar het trommelvlies. De geluidstrillingen brengen het trommelvlies in beweging. Het geluid komt nu in het middenoor.
Het middenoor bevat drie kleine beentjes:
1. de hamer
2. het aambeeld
3. de stijgbeugel
De hamer - het eerste beentje - is met het trommelvlies verbonden. Als het trommelvlies trilt, dan trilt via de hamer ook het aambeeld; het aambeeld geeft de trilling weer door aan de stijgbeugel. De trillingen komen zo in het binnenoor, dat met vloeistof gevuld is. Het uiteinde van de stijgbeugel zit in het ovale venster. Het vlies van het ovale venster gaat trillen, en zo komt het geluid in het slakkenhuis waar de vloeistof gaat trillen.
Het slakkenhuis is een gewonden buis met ongeveer 3 windingen. Het is onderverdeeld in drie ruimten gevuld met vloeistof. Geluid wordt door verandering van de fysische eigenschappenvan de tussenruimte opgesplitst naar toonhoogte, waarbij de hoge tonen bewegingen geven aan het begin van het slakkenhuis en de lage tonen helemaal aan het einde van deze ruimte. In deze tussenruimte bevindt zich een klein orgaantje:
het orgaan van Corti. In het orgaan van Corti bevinden zich duizenden zintuigcellen of haarcellen die reageren op de bewegingen in de vloeistof. Indien er beweging is, wordt de zenuwuiteinde van de gehoorzenuw geprikkeld en ontstaat er een stroompje in de gehoorzenuw, die de verbinding verzorgt met de hersenen. Daarna interpreteren de hersenen wat ons oor opgevangen heeft. Een gehoorstoornis ontstaat als er problemen zijn in een van de delen van ons gehoororgaan.
Problemen in deel "E" of "M" (trommelvlies-beentjesketen): Als er hier afwijkingen zijn, wordt het geluid minder goed naar het binnenoor overgebracht. We spreken dan van een geleidingsverlies. Het effect is dat geluid minder goed naar het slakkenhuis wordt doorgegeven. Alle geluiden, of ze nu hard of zacht zijn, worden daardoor een stuk zachter gehoord.
Problemen in de gehoorzenuw: Afwijkingen aan de gehoorzenuw komen veel minder voor dan afwijkingen in het slakkenhuis. Als er een afwijking is, betekent dit dat de stroomstootjes wel gemaakt worden, maar niet meer goed worden doorgegeven via de zenuwvezels van de gehoorzenuw.
Problemen in deel "I" (het slakkenhuis): Heel vaak is er bij ernstige slechthorendheid sprake van dat de haarcellen kapot zijn, waardoor de beweging niet meer kan worden omgezet in stroomstootjes. Hier spreekt men van een cochleair verlies.
Gehoorschade omvat meer dan "minder goed horen". Er zijn grofweg vijf verschillende klachten:
- Algemeen gehoorverlies
- Oorsuizingen (piepen, fluiten, zoemen, ook wel bekend als tinnitus)
- Overgevoelig worden voor (hard) geluid
- Vervorming van het geluid
- Verschillend horen door linker- en rechter oor
Meten is weten
Hoe hard is hard eigenlijk?
Onze oren kunnen heel wat hebben, maar er zijn grenzen. Of geluid schade aan het gehoor veroorzaakt, hangt af van het niveau en de tijdsduur. Voor geluid bestaat een eenheid: de decibel (dB). Bij regelmatige en langdurige blootstelling aan geluid dat harder is dan 80 dB is de kans groot dat je een blijvende gehoorbeschadiging oploopt.
Hoe hard klinkt 80 dB(A)?
Als je hard moet praten om u op een normale gespreksafstand van ongeveer een meter verstaanbaar te maken, dan kun je er zeker van zijn dat het geluidsniveau schadelijk is. Ook het optreden van oorsuizen en het blijven horen van een fluittoon wijzen erop dat het lawaainiveau te hoog is (geweest).
Tijdelijk en blijvend gehoorverlies
Er is een verschil tussen tijdelijk en blijvend gehoorverlies. Bij tijdelijk gehoorverlies heb je het gevoel dat er ´watten in je oren´ zitten. Soms krijg je last van een hoge pieptoon in het oor. Die verschijnselen verdwijnen als je voldoende rust krijgt. Voortdurende overbelasting leidt uiteindelijk tot een blijvende gehoorbeschadiging. Dat gebeurt heel geleidelijk en ongemerkt; de klachten gaan echter niet meer weg.
Geluidsdruk versus blootstelling
Om een indruk te geven volgt nu een lijstje met de maximale tijdsduur (per werkdag) waarin men blootgesteld mag worden aan een bepaald geluidsniveau waarbij nog net geen risico bestaat op het krijgen van gehoorschade. Hierbij moet bedacht worden dat bij een verhoging van het geluidsniveau met 3 dB het totale geluidsniveau verdubbelt! Verhoging met 3 dB betekent dus dat de maximale tijdsduur gehalveerd wordt.
| 8 uur | 4 uur | 2 uur | 1 uur | 30 minuten | 15 minuten |
Maximale onbeschermde blootstellingstijd per dag in relatie tot het geluidsniveau
Windgeruis
Het geluid van je motor zelf is niet de oorzaak van gehoorbeschadiging. Wat het meeste geluid maakt is het windgeruis langs de helm. Hoe harder je rijdt, hoe meer herrie in je helm. Hoe meer herrie, hoe sneller gehoorbeschadiging ontstaat. Bij 80 km/uur is de geluidsdruk gemiddeld 90 dB, bij 100 km/uur 94 dB, bij 120 km/uur 98 dB en bij een snelheid van 140 km/uur is dat al opgelopen tot 102 dB.
| Gehoorschade treedt op na | 1 uur | 15 minuten | 7 minuten | 3 minuten |
Maximale onbeschermde blootstellingstijd bij een gegeven snelheid
Ook muziek is lawaai.
Gehoorbeschadiging is een probleem dat steeds vaker de kop opsteekt onder jongeren. In veel gevallen is (te lang) luisteren naar zeer harde muziek hier de oorzaak van. Afkomstig uit disco, concert, walkman of muziekinstallatie. Hoe mooi muziek ook kan zijn: als het hard staat, dan levert het voor het gehoororgaan hetzelfde effect op als ´echte´ lawaaigeluiden.
Gehoorbescherming
Wil je van lawaai niet vroegtijdig slechthorend worden, dan moet je voorzorgsmaatregelen nemen. Waarschijnlijk heb je eerder gehoorbescherming nodig dan je denkt! In het bedrijfsleven zijn werknemers vanaf een geluidsdruk van 85 dB verplicht gehoorbeschermers te gebruiken - ook als ze maar kort in een lawaaiige omgeving verblijven.
De meeste mensen onderschatten de schadelijkheid van geluid. Veel mensen hebben pas last van lawaai boven de 90 dB. Wilt je weten of het geluid schadelijk is, maak dan gebruik van de volgende vuistregel. Als je op een normale toon met iemand kunt praten, is het geluid niet schadelijk. Dat is wel het geval als je:
- Hard moet praten om je verstaanbaar te maken.
- Na afloop last heeft van oorsuizen of een fluittoon in je oren.
- Opeens moeite hebt om een gesprek of televisieprogramma te volgen.
Dit zijn signalen dat het geluid schadelijk is en dat er maatregelen nodig zijn om je gehoor te beschermen. Als je last van je gehoor krijgt, ga dan naar je huisarts. Die zal je een aantal vragen stellen en een kijkje in de gehoorgang nemen. Wellicht verwijst hij je door naar de oorarts. Eventueel verwijst hij je door naar een audiologisch centrum voor uitgebreid gehooronderzoek. De audicien levert op voorschrift van KNO-arts of audioloog gehoorapparatuur en adviseert over gehoorbescherming voor privé-gebruik.
Soorten bescherming

Gehoorbescherming is er in soorten en maten. Sommige soorten zijn volkomen ongeschikt voor motorrijders, zoals de bekende koptelefoon-achtige constructies. Wel geschikt zijn oordoppen en zogenaamde "otoplastieken".
Oordoppen Het assortiment aan oordoppen is overweldigend. Eenvoudige oordoppen zijn gemaakt van zacht plastic, schuim, of in plastic gesealde watten. Je kunt ze op elke hoek van de straat vinden, zoals bij je lokale motordealer of bouwmarkt. Bekende en veel verkochte oordoppen zijn van EAR en 3M.
Voordelen:
- lage prijs
- over het algemeen comfortabel
- goede demping
Nadelen:
- gaan niet erg lang mee
- reinigen is meestal niet mogelijk
- demping is niet selectief
Otoplastieken Deze oordoppen worden op maat gemaakt en zijn voorzien van selectieve filters. Deze filters zorgen er voor dat windgeruis sterk wordt gedempt, maar dat verkeersgeluiden goed hoorbaar blijven. Ook kun je met deze oordoppen nog een normaal gesprek voeren zonder de helm en plastieken te verwijderen. Otoplastieken komen in twee varianten: hard en zacht. De zachte variant wordt door gebruikers als comfortabeler ervaren dan de harde. Bekende leveranciers van otoplastieken zijn Alpine, Comfoor, EARmo, Eartech, en Ronell.
Voordelen:
- perfecte pasvorm
- goede demping
- alleen schadelijke geluiden worden gefilterd
- gaan lang mee
- wasbaar
Nadelen:
- hoge prijs
Bedrijven als Alpine verkopen ook een tussenoplossing: standaard oordoppen met verwisselbare filters. Ze zien er uit als kleine parapluutjes, worden in een keurig etui geleverd met verschillende soorten dempingsfilters.
Voordelen:
- selectieve demping
- redelijke prijs
- wasbaar
Nadelen:
- matig comfort
- pasvorm zelden perfect
- lastig te verwijderen