12 januari 2026

Veiligheid boven alles

FIM verbiedt herstarten langs baan

Een ogenschijnlijk kleine regelwijziging met grote gevolgen. Vanaf 2026 mogen MotoGP- en WorldSBK-rijders hun motor na een crash niet langer herstarten in de uitloopzone. De FIM grijpt in om de veiligheid van marshals én rijders te verbeteren.

De FIM heeft een belangrijke veiligheidsmaatregel aangekondigd die vanaf het seizoen 2026 van kracht wordt in zowel de MotoGP als het WorldSBK-kampioenschap. Rijders mogen hun motor na een crash niet langer herstarten langs de baan of in de uitloopzone. Pogingen om een stilgevallen machine weer tot leven te wekken moeten voortaan plaatsvinden achter de vangrails, op de servicestrook.

Tot nu toe was het toegestaan dat rijders hun motor in de uitloopzone opnieuw probeerden te starten, mits dit veilig leek. In de praktijk leidde dit echter regelmatig tot gevaarlijke situaties, waarbij marshals en rijders zich in een actieve sessie midden in het ‘schootsveld’ bevonden. Zeker tijdens trainingen en kwalificaties, wanneer er continu verkeer op de baan is, bleek dit een risico dat de FIM niet langer acceptabel acht.

In een officiële richtlijn, verstuurd aan onder meer wedstrijddirecteuren, nationale bonden, circuitpromotors, IRTA en leden van de circuit racing commissions, maakt de FIM duidelijk dat de aanpak per 2026 verandert. “Na een crash of technisch probleem moet elke niet-rijdende machine op de baan of in de uitloopzone onmiddellijk achter de eerste beschermingslijn worden gebracht door de marshals,” aldus de verklaring. “Motoren mogen niet worden herstart op de baan of in de uitloopzone.”

Concreet betekent dit dat een rijder, wiens motor na een crash is afgeslagen, eerst achter de vangrails moet komen voordat een herstartpoging mag worden ondernomen. Dat mag op de servicestrook of, indien die ontbreekt, op een andere veilige en afgeschermde plek. Van daaruit is het nog steeds toegestaan om de sessie te vervolgen en opnieuw de baan op te gaan.

Als de motor na de crash is blijven lopen, verandert er minder. In dat geval mag de rijder in principe doorrijden, al behouden de marshals het recht om dit te verhinderen. Wanneer zij bij een snelle inspectie schade constateren die een gevaar kan opleveren – zoals een vloeistoflek of loshangende onderdelen – mogen zij de herintrede op de baan blokkeren.

De impact verschilt licht tussen de kampioenschappen. In WorldSBK mogen rijders tijdens trainingen en Superpole sowieso geen nieuwe ronde starten na een crash, waardoor zij meestal via de baan terugkeren naar de pits. In races mogen zij wél doorrijden zonder eerst te stoppen. In de MotoGP blijft het mogelijk om na een crash een sessie te vervolgen, maar dan uitsluitend via de nieuwe, veiligere procedure.

Belangrijk detail: alleen de rijder zelf mag na een crash reparaties of afstellingen uitvoeren, en ook dat moet achter de barrières gebeuren. Marshals mogen wel helpen bij het herstarten, maar eveneens uitsluitend op die afgeschermde locatie.

De maatregel is genomen na besluitvorming binnen zowel de Grand Prix Commission als de Superbike Commission en geldt niet alleen voor MotoGP en WorldSBK. Alle door de FIM erkende circuitkampioenschappen vallen onder deze regel, waaronder ook het Endurance World Championship.

Volgens de FIM zal de aanpassing in het begin mogelijk voor praktische uitdagingen zorgen, maar het doel is helder: “Het minimaliseren van de blootstelling van onze marshals aan gevaar.” Veiligheid wint het dus van gemak – en dat zal vanaf 2026 duidelijk zichtbaar zijn langs de circuits.

Door:

Motorfreaks

Deel