30 december 2006

Achter Lapland’s eindeloze bossen

"Denkend aan Lapland zie ik lange asfaltlinten, traag manderend door oneindig bosland gaan." Dat is het beeld dat de meeste mensen aan Lapland hebben.
Lapland_1_1.jpg

Populair bij Noordkaapgangers

Een beeld dat grotendeels terecht is als je over de Zweedse RV 45 rijdt, de inlandsvägen, die dwars door het Zweedse binnenland omhoog loopt. De RV 45 is één van de twee Zweedse noord-zuidroutes (de andere loopt langs de kust en heet heel verrassend sveavägen) en is populair bij Noordkaapgangers als alternatief voor de Noorse route. Dagenlang honderden kilometers asfalt, licht slingerend, lopend door eindeloze berkenbossen.


Rechte, lange wegen omzoomd door eindeloze bossen. 

Dat beeld had ik toen ik enkele jaren geleden van de Noordkaap terug kwam ook op mijn netvlies gebrand staan en ik op een camping in Strömsund een folder vond van de “Vildmarksvägen, Swedens most scenic route”. Als de mooiste weg van Zweden in deze omgeving te vinden is dan moet de rest van Zweden wel hopeloos zijn. Of ligt er achter de bossen nog een ander, mooier Lapland verscholen? Helaas reden wij in zuidelijke richting en waren wij de Vildmarksvägen al gepasseerd en om terug te gaan hadden we niet echt zin.

Toch bleef het knagen. Wat was er te ontdekken achter Laplands eindeloze bossen? Een blik op de kaart maakte de nieuwsgierigheid alleen maar groter. Naast de Vildmarksvägen bestonden er in het gebied tussen Strömsund en Vilhelmina ook nog wegen met klinkende namen als Blåvägen, Konstvägen en Sagavägen.

Uiteindelijk kon ik het niet meer houden. In 2004 was ik toch in de buurt, dus knoopte ik er een expeditie aan vast om de achterlanden van Lapland voor motorrijders in kaart te brengen.

Tekst en foto's: Arjan Aerdts

Konstvägen sju Älvar

Als uitgangspunt voor mijn expeditie heb ik gekozen voor Vilhelmina. De geschiedenis van Vilhelmina is typerend voor de bewoning en het in cultuur brengen van de streek en het ontstaan van het wegennet in Lapland.

Lapland wordt al honderden jaren bewoond door de Lappen. Nederzettingen zijn echter pas recent ontstaan. Vilhelmina vierde in 2004 zijn 200-jarige bestaan. De eerste jaren bestond Vilhelmina uit niets anders dan een kerk en een 70-tal huizen die om de kerk lagen. Het dorp werd niet permanent bewoond, alleen rond kerkelijke feestdagen werden de huizen bewoond als de Lappen samenkwamen om feest te vieren, inkopen te doen of naar de doktor te gaan. Wegen waren er in die tijd niet. De eerste wegen in de streek kwamen in de 2e helft van de 19e eeuw toen de bosbouw oprukte naar Lapland en er verbindingen nodig waren om mensen en goederen het binnenland in te transporteren. Langzaam raakte de streek permanent bewoond maar het duurde tot begin 1900 dat er enigszins sprake was van een permanent begaanbaar wegennet. Overigens waren tot in de 30-er jaren verschillende plaatsen alleen bereikbaar per boot, of 's winters over de bevroren meren.

De infrastructuur in Lapland is dus nog relatief jong en dat verklaart de rechte lijn van de wegen en de grote afstanden tussen de plaatsjes. Over één van deze wegen, de Rv 45, rijd ik zuidwaarts naar Dorotea, dat 50 kilometer zuidelijker ligt.

Dorotea is net als Vilhelmina een slaperig provinciestadje, al lijkt zelfs die term te hoog gegrepen voor de verzameling huizen, een supermarkt en een tankstation. Het tankstation is echter welkom, want ik ben van plan naar Borgafjäll te rijden, ca. 100 kilometer ten westnoordwest van Dorotea. Volgens mijn kaart is dit het einde van de weg, en kan ik van daar alleen maar terug. En ik verwacht niet dat ik onderweg een tankstation tegen zal komen.

Lapland_2_1.jpg
Het begrip "Konst" moet je hier letterlijk nemen. 

De weg is geasfalteerd maar hobbelig. Ik rij door de bossen langs een uitgestrekt meer, een typisch Laplands landschap dus. De weg van Dorotea naar Borgafjäll staat op de borden en op de kaart aangegeven als Konstvägen Sju Älgar. Terwijl ik m'n hoofd breek over de betekenis daarvan wordt het eerste deel verduidelijkt door een betonnen ei op een heuveltop. Volgens een informatiepaneel staan er van de kust tot aan Borgafjäll een tiental kunstwerken opgesteld.

Langzaam begint de weg te stijgen en verandert het landschap, overigens zonder spectaculair te worden. Ook de rivier naast de weg krijgt meer stroomversnellingen en watervallen. Borgafjäll is vooral een wintersportplaats en maakt nu een uitgestorven indruk. Ook het lokale café is gesloten dus zelfs een kop koffie zit er niet in.

Lapland_2_2.jpg
 Natuurlijke Konst.

Vanuit Borgafjäll heb je een prachtig uitzicht op de steile rotswand van Norra Borgafjäll, die loodrecht honderden meters uit het water oprijst. Jammer genoeg wordt het grootste deel aan het zicht onttrokken door laaghangende wolken en regengordijnen. Omdat de lucht in het oosten, in de richting van Dorotea, een stuk lichter is blijf ik niet lang staan maar draai me om en rij terug.

Via de Sagavägen en de Blåvägen naar Noorwegen

Sagavägen. Een naam die eeuwenoude tradities en van generatie op generatie vertelde legendes doet vermoeden. Niets is minder waar. In het midden van de vorige eeuw werd de behoefte voor een wegverbinding tussen de Atlantische Oceaan en de Oostzee steeds groter. Begin jaren 60, dus amper 40 jaar geleden, werd daarom een begin gemaakt met de aanleg van de Sagavägen, die Örnskölddsvik aan de Oostzee moest verbinden met Brønnøysund aan de Atlantische Oceaan. In 1967 was deze route gereed. Het was toen nog een onverhard pad maar in de loop der jaren is hij stukje bij beetje verbeterd. Aan de Noorse zijde is hij volledig verhard, in Zweden bestaat de laatste 70 kilometer tot de grens nog uit gravelwegen.

Het is druilerig weer als ik Vilhelmina achter me laat. Een paar kilometer verder staat de Sagavägen reeds aangegeven. Het eerste stuk leidt over een vlakke weg langs de oevers van een meer. Na een paar kilometer zijn er wegwerkzaamheden en de weg is over de volledige breedte weggebaggerd en voorzien van een dikke laag grove kiezel. Het is redelijk hobbelig maar de ervaring heeft me geleerd dat het gas erop en met zo'n 70 kilometer/h doorrijden de snelste manier is om zo'n slecht stuk door te komen. Alleen lijkt het erop dat hier geen eind aan komt. Kilometers lang strekt het opengebroken stuk zich uit tot ik na een bocht bij de eigenlijke werkzaamheden uit kom en, positiever, weer asfalt onder m'n wielen krijg.

Lapland_3_1.jpg
De laatste 70 kilometer van de Sagavägen in Zweden zijn onverhard. 

Ondertussen is het hard gaan regenen en ik stop om m'n regenpak aan te trekken. Ik hoop toch echt dat het snel droog wordt. Tot Stalon is het nog maar een klein stukje. Daar splitst de weg zich, rechtdoor is de Vildmarksvägen, die bewaar ik tot morgen, rechtsaf gaat het over een bergrug naar Dikanäs. De weg kronkelt omhoog en ondanks de regen is het heerlijk om de bochten aan elkaar te rijgen.

In Dikanäs is een motormuseum annex café. Een goede reden om te stoppen en met een kop koffie op temperatuur te komen. Het museum is de privé-verzameling van de lokale tuinhuisjesbouwer, met een 40-tal motoren vanaf de jaren '30 tot en met een Bol d'Or uit '81. Veel stelt het niet voor, en ik sta het langste te kijken naar de eerste sneeuwscooter die in de zestiger jaren in dit gebied rondreed.

Als ik weer buiten kom is het droog geworden, maar amper tien kilometer verder moet ik m'n regenpak weer aantrekken. Ik rij door Kittelfjäll, een wintersportplaatsje dat nu vooral een verzopen indruk maakt. Hier houdt het asfalt op en ik rij de gravelweg op. Jammer genoeg is er van het gravel geen spoor terug te vinden en bestaat de weg uit een keiharde ondergrond van aangereden klei, met daarop een spekglad laagje natte klei. Ik voel hoe m'n wielen links en rechts naar grip zoeken. Als ik dan ook nog een bord "helling 10%" zie en gelijk de helling afrij slaat de twijfel toe. Dit is niet leuk meer. Ik twijfel wat ik zal doen... Stoppen en terugrijden is verstandig, maar dat kan een paar kilometer verderop ook nog. Voorzichtig rij ik verder, hoop puttend uit de restjes grind die links en rechts van de weg verschijnen. Ondertussen stopt ook de regen en kan ik meer van de omgeving genieten. Als ik stop om een paar foto's te maken zie ik pas hoe smerig m'n motor en regenpak zijn.

Lapland_3_2.jpg
De Blavägen is prima geasfalteerd.
 

Het bord "Norge" betekent ook het begin van het asfalt. Ook staan er hier weer vakantiehuisjes langs de weg. Het uitzicht op met sneeuw bedekte bergtoppen is dan ook prachtig, maar ik geniet te veel van de bochtige weg om te stoppen voor foto's. Vanuit Hattfjelldal neem ik de noordelijker gelegen Rv 73 terug richting Zweden. Deze weg is later aangelegd dan de Sagavägen en alhoewel over de volledige lengte geasfalteerd niet het hele jaar berijdbaar. Bij de aansluiting op de E12, de Blavägen, vloek ik zachtjes in m'n helm. Ook hier zijn de Zweden op grondige wijze begonnen met wegwerkzaamheden. Gelukkig is vanaf Tarnaby, 8 kilometer verder, de weg weer geasfalteerd.

Ruim 60 kilometer verder staat Dikanäs weer aangegeven. Mijn route voor vandaag loopt in de vorm van een 8, met Dikanäs in het knooppunt. Ik stop even om de lucht te bekijken. Alhoewel het vanaf Tarnaby droog is geweest beginnen er nu weer spetters te vallen en zie ik de buien om me heen hangen. Met een beetje geluk rij ik richting Dikänas tussen de buien door. De weg is gelukkig geasfalteerd, totdat ik op een splitsing kom en het asfalt weer eens ophoudt. Dit had ik niet verwacht, maar het is gelukkig nog droog, en omrijden is ook geen optie.

Droog blijft het niet lang maar ik heb het ritme van de gravelwegen ondertussen te pakken. Redelijk snel bereik ik Dikanäs weer, en draai de weg op naar Sorsele.

Intermezzo

Storsele 70 kilometer, Storuman 76 kilometer staat op het bord, en dan nog zo'n 40 kilometer tot Vilhelmina dus over zo'n 1,5 uur kan ik op de camping zijn. Als het tenminste allemaal geasfalteerd is. En als er geen asfalt ligt? Dat ligt er aan waar het asfalt ophoudt. Maar de weg staat op de kaart aangegeven als een doorgaande weg, dat stelt me gerust. Het regent nog steeds pijpenstelen zoals het de hele dag al regent. De weg slingert langs een paar rotsformaties en over een beekje. Dan zie ik voor me het asfalt eindigen en de gravelweg beginnen. Ik gebruik de laatste meters asfalt om tot stilstand te komen. Ik kan het niet meer opbrengen. Hoogst waarschijnlijk tot Storsele, 70 kilometer verder, gravelweg. 70 kilometer supergeconcentreerd rijden op een glibberige weg in de stromende regen. Als het droog was maakte het me niets uit maar het regent al 4 dagen achter elkaar en ik ben het meer dan zat. Bij iedere stop zit ik mijn ketting te smeren en nog glimt hij als een spiegel. Op de gravelwegen blijft er een dikke laag modder aanhangen en ik vraag me af hoe lang hij dit volhoudt.

Ik draai m'n motor en rij terug om de route te nemen die ik op de heenweg had. Geasfalteerd maar met 12 kilometer wegwerkzaamheden ertussen. Het enige lichtpuntje dat ik zie is dat ik zelf wel droog blijf. Mijn schoenen en handschoenen zijn waterdicht en dat is een tenminste een pluspuntje. Luidkeels zit ik te vloeken in m'n helm en niet op m'n snelheid te letten. Totdat ik met 120 kilometer per uur over een wel erg hoge hobbel rij en mezelf en m'n tanktas een paar tellen in het luchtledige bezorg voor ik weer terugklap, half op het zadel, half op de tank. Toch geschrokken neem ik wat gas terug. Ik neem een besluit: als het morgenochtend om 8 uur niet droog is ga ik regelrecht naar huis.

Lapland_4_1.jpg
Duistere wolken trekken samen.

Om 8 uur 's avonds kom ik aan op de camping en ook daar is het één groot waterballet. Mijn tent staat aan het einde van een grasveld dat voor een groot deel onder centimeters water staat. Terwijl ik over de droogste stukken naar m'n tent rij voel ik hoe m'n achterwiel spint in het natte gras.

Het voordeel van Scandinavische campings zijn de uitstekende faciliteiten. Ik hang mijn regenoverall in het washok, en mijn handschoenen en col gaan in de droogkast om te drogen. Zelf ga ik in de woonkamer zitten waar ook een paar andere gasten tv zitten te kijken. Op een plank liggen een paar boeken en ik had al ontdekt dat er een Nederlands bibliotheekboek tussen zit. (Bibliotheek Zuidland, één van uw boeken ligt in Vilhelmina, Lapland). Het is één of andere spionageroman en ik zit tot middernacht verdiept in Koude Oorlog intriges terwijl buiten in de echte wereld de koude regen gestaag neervalt.

Als ik 's nachts een keer wakker word regent het nog steeds maar zowaar, om 8 uur 's ochtends is het droog! Weliswaar hangt er nog steeds een dreigende lucht maar het regent niet meer. Ook in de volgende uren terwijl ik traag mijn spullen inpak begint zelfs de zon af en toe te schijnen.

Als ik mijn motor inspecteer blijkt mijn vrees bewaarheid. De ketting hangt erg slap en de rollen zitten onder de modder en de roestvlekken. Ik spuit de ketting goed in met vet en besluit bij de eerste de beste gelegenheid m'n ketting een grote schoonmaakbeurt te geven.

Tegen elven verlaat ik de camping, doe boodschappen in Vilhelmina, gooi m'n tank vol en om 7 minuten over 12 draai ik weer de Sagavägen in, op naar de Vildmarksvägen.

De Vildmarksvägen

Het eerste stuk komt me bekend voor, dat heb ik gisteren immers al twee keer gereden. De regen hangt nog steeds in de lucht en ik stop een paar keer om de bui de gelegenheid te geven om voorbij te trekken. Bij Stalon hou ik nu links aan, richting Klimpfjäll. Ook hier loopt de weg weer langs de oever van verschillende meren. Het klinkt saaier dan het is, want de weg kronkelt als een dijkweggetje. Na enkele tientallen kilometers kom ik bij de Trappstegsforsen, een stroomversnelling. Hier stroomt het water over een honderdtal natuurlijk gevormde treden naar beneden.

Lapland_5_1.jpg
Trappstegsforsen 

Het volgende stuk van de route tot Klimpfjäll is erg toeristisch ingesteld. In de omgeving is er volop de mogelijkheid tot het maken van wandeltochten, vissen en zelfs goudzoeken. Gelukkig zijn al die activiteiten verbonden door een mooie weg, dus als motorrijder kom je ook nog aan je trekken. Voorbij Klimpfjäll wordt de natuur ruiger, wilder en ongerepter. De weg stijgt boven de boomgrens uit en ik kom op een hoogvlakte. De besneeuwde bergtoppen in de verte zijn Noors grondgebied.

Lapland_5_2.jpg
StekkenJokk

Dit beeld van ongerepte natuur wordt danig verstoord als ik een paar kilometer verder op een grote steenvlakte stop. Een klein gedenkteken en een informatiepaneel hebben mijn aandacht getrokken. Het blijkt dat hier, in StekkenJokk, tussen 1972 en 1985 een mijn is geweest waar tonnen metaalerts, voornamelijk koper, aan de bodem zijn ontrokken. Toen de mijn was uitgeput zijn alle sporen uitgewist en is het gebied aan de natuur terug gegeven. Het enige zichtbare bewijs is een idyllisch meertje dat even verderop ligt en dat werd gebruikt om het erts te wassen. Waarschijnlijk zal het zwaar vervuild zijn... Op een paar stenen, die rond het monumentje liggen, hebben enkele ex-werknemers met viltstift hun naam en de periode waarin ze hier gewerkt hebben geschreven. Ik voel me enigszins bedrogen omdat de mythe van de ongerepte natuur is doorgeprikt. Wel begrijp ik nu waarom hier in een economisch ogenschijnlijk oninteressant gebied een uitstekende asfaltweg ligt.

Een paar kilometer verder bereik ik het hoogste punt, 876 meter boven zeespiegel. Hier geen souvenirstalletjes of café zoals in de Alpen, alleen een bordje dat op een hoogvlakte naast de weg staat en de hoogte aangeeft. De weg daalt zo geleidelijk dat het nog tientallen kilometers duurt voor ik de hoogvlakte weer verlaat en tussen de bomen kom. Het weer is gelukkig omgeslagen en de zon schijnt volop. Na de ellende van de afgelopen dagen is het weer heerlijk rijden.

Vanaf Gäddede rij ik een paar kilometer richting de Noorse grens, en van daaruit nog een 20-tal kilometer over een gravelweg naar de Hallingsafållet, met 43 meter Zwedens hoogste waterval. Het water heeft in de loop der jaren een kloof van 800 meter lang en 60 meter diep uitgesleten in de rotsen. Vanaf de parkeerplaats is het nog een 50 meter lopen. De lucht is verzadigd met waterdamp en het ruisen van de waterval zwelt langzaam aan. Je kan om het einde van de kloof lopen en met een brug over de waterval lopen. Ik ben de enige toerist en geniet van de blik van het water dat de afgrond in stort.

Lapland_5_3.jpg
Hallingsafållet is met 43 meter de hoogste waterval van Zweden. 

Een paar kilometer terug wenkte een bord langs de weg voor koffie met wafels... Een verleidelijk aanbod en even later zit ik in een bed & breakfast annex pottenbakkerij mijn kaart te bestuderen. Mijn oorspronkelijke plan is door te rijden naar Strömsund, zo'n 150 kilometer verder, dan in zuidelijke richting naar Östersund, en van daaruit weer in Noordoostelijke richting naar Steinkjer in Noorwegen. Een route van zo'n 500 kilometer. Ik kan ook hier de grens oversteken en rechtstreeks naar Steinkjer rijden en dat scheelt zo'n 300 kilometer. Bovendien heb ik nog maar een paar Zweedse kronen over, eigenlijk net voldoende voor nog een kop koffie en een wafel... Ik wenk het meisje dat bedient en bestel nog een koffie en een wafel. Het is mooi geweest.

Samenvattend

Het beeld van Lapland dat de meeste mensen hebben klopt niet. Het is zeker de moeite waard om verder te kijken dan de grote doorgaande wegen en de kleinere wegen in het binnenland te ontdekken.

De Sagavägen en de Blåvägen zijn prima geschikt als verbindingsroute tussen de E6 in Noorwegen en de RV 45 in Zweden. De Sagavägen is geschikt voor de avontuurlijker ingestelde motorrijders die niet bang zijn voor een behoorlijk stuk onverhard. Bij regenachtig weer is deze route echter af te raden voor (straat)motoren. De Blåvägen daarentegen is een prima onderhouden asfaltweg die voor niemand een probleem zal vormen.

Lapland_6_1.jpg 

De Vildmarksvägen is een echte aanrader voor mensen die onderweg van of naar de Noordkaap zijn om even een klein uitstapje naast de RV 45 te maken. Reken op een dag rijden om het stuk Vilhelmina – Strömsund (ca. 360 kilometer) af te leggen, zeker als je onderweg nog wat wil bekijken.

Zorg er wel voor dat je op tijd tankt als je dit soort wegen gaat berijden. Er zijn zeker voldoende tankstations te vinden, maar ze zijn beduidend schaarser dan langs de hoofdwegen.

Informatie en achtergronden

Zweden
Zweden is lid van de Europese Unie en van de Schengen landen. In praktijk betekent dat je zonder enige vorm van grenscontroles van Nederland naar Zweden kan rijden. Zweden maakt geen deel uit van de Eurolanden. De voertaal is Zweeds maar met Engels kan je ook goed terecht. Overigens is Zweeds lezen redelijk goed te doen.

Vilhelmina
Vilhelmina ligt circa 2250 kilometer van Utrecht (via Kopenhagen), en zo’n 1200 kilometer onder de Noordkaap.

Lapland_7_1.jpg 

Valuta
De valuta in Zweden is de Zweedse Kroon (SEK). 1 SEK is ca. € 0.11

Geldautomaten zijn wijdverspreid. Creditcards worden (bijna) overal geaccepteerd. Wel is het gebruikelijk om bij een creditcardbetaling je pincode in te toetsen in plaats van een handtekening te zetten.
Tankstations zijn er ruim voldoende. Ze zijn in het algemeen erg uitgebreid maar kunnen in de meer afgelegen plaatsen ook onbemand zijn. Het is mij bij onbemande tankstations ook gelukt om met mijn gewone giropas te tanken.

Veerboten
De kortste route naar (Zuid) Zweden is via het veer Puttgarden-Rodby (http://www.scandlines.de/) naar Denemarken en via de brug van Kopenhagen naar Malmö. Afstand vanaf Utrecht circa 770 kilometer. Het veer vaart 2x per uur. Reserveren is voor motorrijders niet noodzakelijk.

Verkeersregels
Maximumsnelheden:

 Bebouwde kom 
 50 
 Buiten de bebouwde kom  70 / 90 
 Snelweg  90 / 110 

Alcohol maximaal 0.2‰

De boetes in Zweden zijn hoog, minder dan 20 km/u te snel: ca. SEK 800-1200, 21-50 km/u te snel: ca SEK 1400-2000 + inbeslagname van het rijbewijs. Overdag rijden zonder verlichting: SEK 450

 

Door:

Motorfreaks

Deel