Bikertreff
Dus op zaterdagmiddag wat kleren in een koffer gestopt, tandenborstel ingepakt, en op de motor gestapt. Slechts 2,5 uur later zit ik in een Bikertreff in de Eifel met een kop koffie en de kaarten voor mijn neus. Omdat ik al een tijd niet meer in Luxemburg ben geweest prik ik daar een plaats en zet er een mooie route naar uit. Snel bij elkaar geteld een 200 kilometer. Dan realiseer ik me dat het pas januari is, en dat het vroeg donker wordt. Snel drink ik mijn koffie op en ga op weg. Een paar kilometer later krijg ik in de gaten dat januari niet de beste tijd is om in de Eifel rond te scheuren. In de schaduwen is het alweer aan het vriezen, met als gevolg dat het plaatselijk erg glad is. Omdat ik richting het westen rijd heb ik de laagstaande zon recht in mijn gezicht. Deze combinatie maakt het rijden erg vermoeiend.
Ik heb een aantal adressen van motorvriendelijke hotels bij me en als ik bij Dasburg de grens over ga besluit ik naar een hotel in Esch-sur-Sûre te rijden, ongeveer 40 kilometer verderop. Dat moet in de invallende duisternis te doen zijn. Redelijk verkleumd kom ik daaraan en rijd het totaal verlaten dorpje door. Pas tijdens het tweede rondje ontdek ik het hotel.
Dicht. Niet getreurd, in een dorpje verderop heb ik nog een adres. Terwijl ik over een mooi, maar erg smal en slecht weggetje rijd vraag ik mij af wat "pas de salage" ook alweer betekent dat aan het begin stond? Oh ja, hier wordt dus geen zout gestrooid, en dat is onder de bomen ook goed te merken. In Erschdorf heb ik het hotel snel gevonden. Ook dicht. Het is ondertussen helemaal donker en knap koud aan het worden. Ik besluit terug te rijden naar Wiltz, en in het eerste het beste hotel een kamer te nemen. Zo zit ik een uurtje later in een pizzeria waar ook kamers verhuurd worden met mijn motor redelijk veilig (hoop ik) op de binnenplaats gestald.
Tekst en fotografie: Arjan Aerdts
Klimaatverandering

20 jaar geleden was langlaufen of skiën de enige reden om in januari de Ardennen in te gaan. In 2005 stap ik "s ochtends om 10 uur in het leer op mijn motor. Met de ervaringen van gisteren nog in mijn hoofd wil ik tot een uur of 4 rondrijden, om dan de snelweg op te gaan voor de thuisreis. Gelukkig is het klimaat ook op kleine schaal veranderd. Waar het gisteravond knap koud was zorgt de zon nu voor een aangename temperatuur. De bomen en struiken langs de weg zijn bedekt met een flinke laag rijp, en helaas de weg plaatselijk ook.
Het eerste uur is het op eieren rijden en moet ik haarspeldbochten stapvoets nemen. Daarna wint de zon aan kracht en kan ik het gas weer wat verder opendraaien. Toch blijft het opletten in de schaduwpartijen.
Vanaf Wiltz rij ik richting Bavigne om vandaar langs het Lac de la Haute-Sûre via Esch-sur-Sûre richting Ettelbruck te rijden. Bijna elk dorpje hier wordt wel bekroond met een kasteel op een bergtop en in het vroege ochtendlicht ziet het er sprookjesachtig uit. Vanaf Ettelbruck rij ik over een soort hoogvlakte richting Junglinster. Geen spectaculaire ravijnen hier, maar een licht glooiend landschap. Dat verandert weer als ik het Müllerthal inrijd. Een smal kronkelend dal, net breed genoeg voor een riviertje en de asfaltweg. Genietend van de bochten en de omgeving rij ik door tot aan de Sûre, die hier de grens met Duitsland vormt. Vandaar een tiental kilometer naar
het zuiden, om dan weer richting het Müllerthal te rijden. De enige reden voor mij om zo te rijden zijn de groene lijntjes op mijn kaart, en die lijntjes blijken volkomen terecht als ik net voorbij Bedolf weer het Müllerthal induik.
Rotsen, water en erosie hebben hier in de loop der eeuwen smalle kloven gevormd, en ik onderbreek m’n reis om een paar van deze kloven te voet te verkennen. Loodrechte scheuren lopen tientallen meters door de rotsen om aan de andere kant weer in de open ruimte uit te komen. Op sommige plaatsen is de kloof maar 30 centimeter breed. Omdat de weg hiernaartoe eigenlijk wegens wegwerkzaamheden is afgesloten ben ik de enige die hier rondloopt. Na een half uurtje moet ik helaas weer verder. Ik rij het Müllerthal in, kruis de weg die ik eerder ook gereden heb, en rij verder richting Larochette.

DE MARKT VAN LAROCHETTE, 'S ZOMERS EEN GELIEFDE STOPPLAATS VOOR MOTORRIJDERS
Langs de Duits / Luxemburgse grens
Ik ben al verschillende keren een "route barree" tegengekomen zonder mij er iets van aan te trekken, maar in Beaufort gaat het fout. Hoge hekken blokkeren de weg en er is geen mogelijkheid om door te rijden. Ik sta op een steile helling, en keren is er ook niet bij. Links van mij loopt een smal weggetje met kinderkopjes steil omhoog, om na een 20 meter over te gaan in een trap. Links en rechts van de trap is echter een hellingsbaan, en dat is mijn uitweg, denk ik. Tot net na een flauwe bocht een betonnen bloembak de weg versperd. Met een snel schietgebedje stuur ik de laatste meters via de trap tot ik boven weer op een fatsoenlijke weg sta. Toch de omleidingsroute maar volgen.

BINNENRIJDEN VAN VIANDEN
Larochette barst zomers uit z’n voegen van de toeristen, maar nu toornt het kasteel boven een verlaten dorp uit. Gelukkig zijn er wel nog een paar restaurants open, en na een goede lunch kan ik weer verder. Via de doorgaande wegen rij ik naar Vianden, om vandaar nog een mooi kronkelweggetje langs de Our mee te pakken. Net voor Clervaux nog even de tank volgooien, en dan via de E420 richting Sankt Vith in België. Ik kan het niet laten om nog even via het 3-landen punt van Luxemburg, België en Duitsland te rijden. Een monument herinnert daar aan de ondertekening van het verdrag van Schengen. Dat verdrag maakt het mogelijk dat ik via kleine binnendoor weggetjes België binnenrijd. Dan is het nog een paar kilometers genieten voordat ik bij Sankt Vith weer de snelweg opdraai. Ondanks de gladheid hier en daar en de kou is het ook ‘s winters heerlijk rijden in Luxemburg.

De route

De route start in Clervaux. Clervaux ligt in het Noorden van Luxemburg op ca 300 km van Utrecht en 220 km van Antwerpen. Hieronder is een beknopt overzicht van de gereden route. Aan de hand van bijgevoegd kaartje en een wegenkaart (Michelin kaart 214, België) kan je de route narijden. De gegeven route is slechts ter indicatie. Het rijden van deze route is geheel op eigen risico. De totale route is ca. 240 km lang.