27 augustus 2018

Verslag Enduropark Hechlingen

Het is bijna onopgemerkt aan ons voorbij geglipt, maar Enduropark in Hechlingen bestaat dit jaar toch echt 25 jaar. Tijd voor een hernieuwde kennismaking.

25 jaar offroad met mastodonten

Nou nemen we het je niet kwalijk als je nu zoiets hebt van ‘watte?’, maar dat zullen we direct maar uitleggen. Al 25 jaar biedt BMW haar eigen offroad/enduro cursussen, voor iedereen die het maximale uit zijn of haar motor wil halen. Gezien het enorme succes van de GS is dat geen gek idee en met de 650 ééncilinders, 800 tweecilinders en de speciale G450X Enduromotor is de basis meer dan breed genoeg. En die cursussen geven ze op eigen terrein: een stuk zeer uitdagend landschap net buiten het Beierse Hechlingen. Hier is nagenoeg alles wat je kunt bedenken mogelijk, het terrein is zeer afwisselend en heeft –al dan niet aangelegd- elke mogelijke uitdaging op een zo toegankelijk mogelijke manier klaarliggen. Dit is echt een speeltuin voor elke motorrijder die ooit van het asfalt af zou willen.

Tekst: Vincent Burger
Fotografie: Vincent Burger, BMW

Verschillende niveaus

Om er het beste uit te halen zijn er vanzelfsprekend verschillende mogelijkheden. Zo wordt elke cursus op verschillende niveaus gegeven en kun je aanmelden voor eendaagse, tweedaagse of nog andere cursussen. De instructeurs zijn allen motorrijders met een enorme motorhistorie en officieel bevoegd om –namens BMW- te laten zien wat er allemaal mogelijk is met een GS en dat ook aan de cursisten te vertellen. 

Enige wat je nog zou kunnen willen weten is: “Is dat dan niet gevaarlijk voor m’n net gekochte, dure nieuwe BMW”? Ja natuurlijk, een ongelukje is zo gebeurd, je laat geheid een keer de motor vallen, want het is wel de bedoeling dat je je grenzen verlegt. Maar daarom rij je dan
'Wat zoek je, een blauwe GS? Even kijken hoor...'

Maar als dat dan wordt voorzien van Metzeler Karoo banden in plaats van het gewone spul...
ook niet met je eigen motor, maar met een exemplaar uit eigen huis. Die zijn ook meteen voorzien van het juiste rubber, wat je waarschijnlijk op je eigen motor ook niet paraat zou hebben als je hier aankomt. Handig! 

Maar verder is het wel de bedoeling dat je het zelf doet. Daarvoor ben je in de capabele handen van de instructeurs, die na een voorstelronde een snelle selectie maken op niveau, waarna je ieder afzonderlijk eerst je motor –voorzien van naamsticker- ophaalt en vervolgens met je groep naar een stuk terrein rijdt voor de eerste oefeningen. 

Natuurlijk word je niet direct een verticale muur opgejaagd, dat is zelfs voor de grootste talenten geen goed idee. Eerst even opwarmen, loskomen, relaxen en de motor leren kennen. En voordat we dat doen, staan we stil. De motoren zijn zelfs voorzien van een middenbok voor dit gedeelte, want eerst gaan we werken aan de houding op de motor. Gesneden koek voor wie het al weet, puntje van aandacht voor de nieuweling. Staan op een motor in onverhard is nou eenmaal net even anders. Dan merk je ook meteen het nut van de crosslaarzen in combinatie met de platform voetsteunen en snap je ineens waarom schakel- en rempedaal zo staan als ze staan. Met zo’n platform kun je veel relaxter blijven staan, Zo ging het toen. Zo gaat het nu eigenlijk nog steeds, maar dan hebben we nu meer kleurongeacht wat je daarboven doet met je lichaam en je handen. Er wordt nog een paar keer benadrukt dat je losjes moet blijven en het stuur slechts vast moet pakken, niet hangen, duwen of trekken. We zullen dat advies nog een paar keer nodig hebben straks. 

Direct daarna wordt het rijden. Gewoon rondjes achter onze instructeur aan, maar wel met hand los, linkervoet los, rechtervoet los, links naast het zadel, rechts naast het zadel, zo’n beetje elke houding die je op kunt brengen, maar onderwijl wel netjes rondjes blijven rijden en ook geen moeite met de heuvel die in het rondje is opgenomen.  Direct daarna gaan we door, om kleine pilonnen. Omdat je het zonder rijden nooit echt leert, maar het toch wel handig is als je de basics onder de knie krijgt. Dus pilonnetjes en dan maar slalommen. En dan kantelen. Tegenhangen, kantelen en überkort draaien. Omdat het werkt, zo blijkt. En menig medecursist is verbluft hoe krap je Over kort draaien...nog draaien kunt met dik tweehonderd kilo, zonder knijpende handjes, zonder voeten aan de grond, zonder problemen. “We oefenen alles zo traag mogelijk, omdat dat het moeilijkste is. Snel rijden is niet moeilijk. Langzaam gaat het om balans en heb je dat eenmaal door, dan word je vanzelf sneller”. Goeie tekst.

Maar dan wordt het leuk. Hoewel het nog best te doen was foto’s te maken terwijl we op één plek aan het werk waren, wordt het nu een stuk lastiger, want we gaan een stuk rijden. Het terrein is groot genoeg om een flink stuk te rijden en onderweg het net geleerde in de praktijk te brengen. Zo merken we al snel dat het lang niet altijd even makkelijk is en wordt hier en daar van tijd tot tijd even moeilijk gedaan om door te blijven rijden. Af en toe een voetje aan de grond, af en toe een balanceer act. En ik merk het zelf ook. Een van de vaste regels is te rijden met zowel op de rem als op de koppeling constant een vinger aan te leggen. Mocht het mis gaan, dan kun je direct ingrijpen. En is dat eenmaal een gewoonte, dan gaat dat er ook niet meer uit. Mensen die in ...en dan zélf nadoen. de loop der jaren m’n foto’s bestudeerd hebben, weten dat ik dat aan de remkant altijd doe. Maar de koppeling is een ander verhaal en met twee vingers op het hendel en twee aan het stuur krijg ik toch af en toe kramp. En terwijl ik dus ook af en toe loslaat om m’n hand weer ‘wakker te krijgen’, realiseer ik me dat ik dat echt overal en op elk moment kán. Die houding op de motor en dat ‘losjes vasthouden’ zit er dus helemaal prima in. Ik sta heel relaxed op de motor terwijl we door tokkelen en bedenk me dat ik helemaal niet zo verkrampt rij als wel eens het geval is geweest. Mooi zo. Misschien helpt dat regelmatig mountainbiken dan toch? Hoe dan ook voel ik me er prima bij en die handen, dat went vanzelf.

En het wordt nóg leuker. Want hoewel het echt ideaal is zo rond te rijden en onderweg allerlei oefeningen te doen en obstakels te overwinnen, komt de échte verrassing na de lunch. Die vindt plaats buiten het terrein, in het dorp. Maar in plaats van direct weer terug te rijden naar het oefenterrein, stelt onze instructeur voor om eerst een toertje te maken in de buurt. Binnen een kilometer weten we waarom, als we resoluut van de doorgaande weg afdraaien, een tractorspoor op. We zijn hier immers nog steeds in Beieren, gelardeerd met de daarbij horende eindeloze heuvels, velden en bossen. En nu we het juiste materiaal hebben, kunnen we daar ook direct echt van genieten. Dus kruisen we velden maïs en graan, slaan af naar een bospad als dat zo uitkomt en rijden we alleen over asfalt als we per ongeluk eens een weg oversteken. Hier doe je het voor, dus waarom niet meteen in de praktijk brengen? Wat een waanzinnig goed idee. Maar na een korte toer keren we uiteindelijk toch terug naar het trainingsterrein, want we hebben nog een heel middagprogramma af te werken.

Plan B

En wát voor een programma. Nu wordt het pas echt interessant, want we gaan heuvels aanpakken. “We gaan eerst een plan B oefenen. Wat je ook doet, het beste idee is te weten wat je doet als het mis gaat”. Heel wijze woorden. En dus staan we niet veel later stuk voor stuk te oefenen hoe we op een steile helling veilig tot stilstand komen en zelfs achteruit terugrollen. Voor de duidelijkheid: dat is vaak veiliger dan weer proberen omhoog te rijden. Je loopt het risico te spinnen, de motor een mooie salto te laten maken en allerlei andere manieren de controle te verliezen en afzonderlijk je
Klein heuveltje, denk je? Stilstaand maakt de hoogte niet uit, hoe steil het is dan weer wel

En weer omlaag... liefst ook met de juiste techniek
weg te vervolgen…waarbij je vaak ook beide onderaan de helling uitkomt, maar dan minder krasvrij. Oefenen dus.

Volgende stap: hoe je wél een helling afdaalt. Opnieuw is de regel: zo langzaam mogelijk. Want wat je niet kunt zien moet je niet vertrouwen en bij een steile helling zie je pas hoe je pad loopt als je al bijna niet meer terug kunt. Stoppen, afstappen en kijken voordat je rijdt is overigens ook een heel goed idee in sommige gevallen. Dan kun je ook zien of je kunt uitrollen of bijvoorbeeld onderaan direct een scherpe bocht moet maken... wat we iets later in de middag ook nog eens oefenen. 

Het mooie is: hoewel we de dag begonnen zijn in Rain modus en later zijn overgestapt op Enduromodus, zetten we de gehele dag het ABS nooit uit. De tractiecontrole gaat er wel af als we uiteindelijk mul zand en diep grind oefenen, maar dat is slechts tijdelijk. Zelfs op de allersteilste helling blijft het ABS gewoon aan. Dat het onder de 3 kilometer per uur niet werkt is in dit geval heel belangrijk: blijf je daaronder, dan heb je te allen tijde volledige controle. Nog een extra reden om het heel langzaamaan te doen dus. Dat merkten we snel toen we bij een volgende poging iets minder voorzichtig waren… en dáárom, beste kijkbuiskinderen, zijn we dus hier op het oefenterrein waar we ruime uitloopgelegenheid hebben als het eens mis mocht gaan. 

Hoe dan ook, gestaag leren we bij en groeit behalve ons niveau ook het enthousiasme en de ervaring. Dus worden ook de paadjes die we nemen listiger en technischer, volgen de obstakels elkaar sneller op en vloeien samen in gecombineerde uitdagingen, totdat we ook daar nagenoeg probleemloos voorbij zijn. Nagenoeg, omdat iedereen wel een keer zijn motor zachtjes neerlegt. Het pad waar we op rijden is niet breder dan de mountainbikeroutes die ik elk weekend neem, maar zijn nu ineens wel een stuk uitdagender. 'Goed zo. Maar goed: daar sta je nou. Dus wat ga je nu doen?'M’n fiets weegt twaalf kilo, de GS makkelijk het twintigvoudige. Maar het zelfvertrouwen waar ik nu het pad mee neem komt toch aardig in de buurt en ik bedenk me al snel dat ik best wel eens met een enduromotor een mountainbikeroute zou willen nemen. Lijkt me waanzinnig. Maar dat zal de boswachter waarschijnlijk anders zien. 

Terwijl we zo meer meters maken over steeds uitdagender terrein, blijkt dat we gaandeweg echt meer en meer leren. We stoppen eerst nog even bij een stuk mul zand, want ook dat vergt een bepaalde aanpak. Maar als iedereen uiteindelijk toch zonder vallen het einde haalt, kunnen we ook dat afstrepen. En dat diep, los grind ongeveer –maar niet helemaal- hetzelfde werkt, leren we niet veel later. Dit zijn de momenten dat we de tractiecontrole even laten voor wat het is, want dit is het moment om flink te ploegen. Eén keer haal ik het einde niet en moet de motor neerleggen, Ziet er herkenbaar uit? Toch is dit echt een archieffotowaarbij m’n pink onder de motor klem komt te zitten, maar als we de motor weer rechtop hebben gezet blijkt er geen blijvende schade. Daar is m’n moeder dan waarschijnlijk weer blij mee, als ik terugkom. 

Nou is het vandaag echt bloedheet, wat het er niet veel makkelijker op maakt. Regelmatige tussenstops om het verloren vocht weer aan te vullen geven wat verfrissing, waardoor we dus ook regelmatig terugkeren bij de centrale ruimte. De manier waarop verandert echter wél en als we na een succesvol verlopen laatste oefening voor de laatste keer terugkeren, kiezen we niet de gewone weg naar beneden, maar nemen we de expressroute: recht naar beneden via een tientallen meters hoge helling. Met een hellingspercentage waar we eerder vandaag nog goed over na moesten denken, een scherpe rand bovenaan en een gapende diepte... maar uiteindelijk blijkt het vooral spectaculair om te zien, want eenmaal in beweging gaat het allemaal kinderlijk eenvoudig.

Steile leercurve

Na afloop worden we allemaal nog één keer bijeen geroepen voor een dankwoord, samen met de overhandiging van een oorkonde en een T-shirt om ook aan de vrienden in de kroeg te kunnen laten zien wat we gedaan hebben. Het was hard werken, het was een steile leercurve, maar damn, wat krijg je een waarvoor je geld. Met een dergelijk niveau is het niet vreemd dat dit park al 25 jaar een begrip is. En met gemak nog eens 25 jaar.


 

Door:

Motorfreaks

Deel