Rijdende geschiedenisbus
Door: Norbert Meiszies
Kleine privé collectie
![]()
In the middle of nowhere in het kleine plaatsje Carcross, zo’n 150 inwoners rijk en gelegen tussen Whitehorse en Skagway, valt de oude GMC-schoolbus meteen op. Per slot van rekening wordt de bus omringd door afgedankte auto’s en pickups die inmiddels door roest flink zijn aangetast. Versierd met allerlei teddyberen oogt de ongebruikelijke o![]()
Rijk wordt 'ie er niet van, maar de bezoekers zijn wel een stukje Europese motorgeschiedenis rijker![]()
Museum, slaapplek, keuken, de oude bus is van alle markten thuis![]()
Met moderne motoren heeft de Duitser niks opldtimer in eerste instantie als een van de vele globetrotter-gevaarten die in de zomermaanden door deeltijd-avonturisten door het noordelijke deel van Canada worden gemanoeuvreerd. Jorg Michel is dan ook een soort van buitenbeentje, maar de uit Lehrte in Niedersachsen afkomstige Duitser leeft al 15 jaar 30 kilometer buiten Carcross in het niet mindere Tagish. Carcross trekt namelijk met de kleinste woestijn ter wereld en de historische Matthew Watson General Store nog een paar toeristen aan. “De bus heb ik zeven jaar geleden gevonden’, vertelt Michel. Destijds groeide het idee om een mobiel motormuseum in te gaan richten. “Ik was al altijd gek van motorfietsen, heb alleen maar tweewielers gereden. Auto’s houd ik eigenlijk helemaal niet van.”
Voor de nu 55-jarige is Canada sinds zijn jeugd zijn droomdoel geweest. Toen hij uiteindelijk 15 jaar geleden de beslissing nam te emigreren en zijn koffers had gepakt, om Duitsland definitief de rug toe te keren, nam hij zijn geliefde oldtimers mee in de container. Waaronder een DKW E 300, bouwjaar 1928, een NSU OSL 251 uit begin jaren ’30, een MZ ES 150 evenals een NSU 201 T met riemaandrijving uit het jaar 1929 - allen nog in originele staat. De motoren vormen de basis van een kleine privé collectie, die in Canada geleidelijk wordt uitgebreid. Daartoe hoort ook zijn BMW 25/3, waarbij de afgestudeerde motormonteur van Vancouver naar Alaska rijdt, om uit te zoeken of hij daar überhaupt in zijn levensonderhoud kan voorzien. “Het eerste jaar heb ik de winter bij een gast in zijn hut doorgebracht. Daar kun je weliswaar sneeuwscooters repareren, maar geld verdien je alleen in het korte zomerseizoen. Daar moet je je leven op inrichten.”
![]()
Sinds een jaar tokkelt Michel nu met zijn “Mobil Motorcycle Museum” door de Canadese provincie Yukon. De bus is een museum, werkplaats, keuken, archief en slaapkamer in een. Langs de wanden van de bus staan de motoren op podiums uitgestald, die allen rijklaar zijn gemaakt. De wanden zijn met allerlei posters, schilderijen en foto’s versierd. Entreegeld mag Jorg Michel niet vragen, hij is op de donaties, de vrijwillige giften van de bezoekers aangewezen. “Ik zie het idee van het museum als een experiment”. meet de levenskunstenaar. “Gemiddeld krijg ik zo’n 30 Canadese dollar (c![]()
Ich bin ein Berliner![]()
Ooit was dit het neusje van de zalm![]()
alles in het klein, dus ook de werkplaatsirca 25 euro) per dag. Als ik thuis kettingzagen voor de houthakkers repareer, verdien ik in één uur al twee jeer zo veel.” Michel verdient daarnaast ook een beetje geld door brandhout en oude autokentekens aan toeristen te verkopen. “Daarvoor ontmoet ik soms interessante mensen, met wie ik urenlang over motorren lullen kan. Mijn motorfietsen praten per slot van rekening niet met mij.”
Plaatsen als Carcross, Tagish en zelfs Dawson City zijn echter niet het centrum van het universum. Alleen als de touringcar bussen komen, is er volop activiteit. “De meeste mensen hebben echter weinig tijd”, beklaagt Michel zich een beetje. “IJsco’s, koffie, naar de w.c., ajuus en snel weer verder.” Diegenen die zich wel de tijd nemen steken er behoorlijk wat van op. Voor Noord-Amerikanen bestaat alleen Harley-Davidson en Indian, van namen als NSU of DKW weten ze helemaal niets. Wat oldtimers betreft is het noorden sowieso een soort van oldtimer-diaspora. Per slot van rekening werd het land pas halverwege de jaren ’40 met de bouw van de Alaska highway aan de bewoonde wereld toegevoegd. “Ik woon hier nu 15 jaar, maar ik weet pas sinds enkele weken dat hier een gast woont, die in zijn kroeg een 1938 Norton heeft staan,” zo weet Michel te vertellen.
Zo ziet de emigrant zich als een soort pionier, die de bezoekers de geschiedenis van zijn oorspronkelijk thuis en diens motoren bij wil brengen. Als volgende wil Jorg Michel toeren met zijn oldtimers gaan aanbieden. Met de R25/3 met zijspan de Dempster Highway omhoog of dagtripjes met zijn andere motoren naar bijvoorbeeld Skagway of Dawson City. Een probleem moet de oldtimer-fan echter nog overbruggen: hij moet nog met de tijd mee gaan, het Internet. Dat heeft hij namelijk tot nu toe altijd geweigerd, net als moderne motorfietsen.
![]()