Zoeken

Test: Ducati Cafe Racer

Merk binnen een merk

16 mei 2017

 

Ducati’s Scrambler merk-binnen-een-merk heeft de Italianen geen windeieren gelegd. Sinds z’n debuut eind 2014 hebben meer dan 34.000 klanten wereldwijd de weg naar de producten van het ‘Land of Joy’ weten te vinden. Het leverde Ducati het afgelopen jaar met 55.451 motoren, waarvan 30% Scrambler, een nieuw verkooprecord op.

Dat alleen al zal het voor Ducati onweerstaanbaar hebben gemaakt om de vijfman sterke Scrambler (Icon, Full Throttle, Classic, Sixty2 en de begin dit jaar gelanceerde Desert Sled als vervanging van de niet meer leverbare Urban Enduro) line-up met nog een zesde model uit te breiden – zelfs als de nieuwe Scrambler Café Racer wat naam betreft tegenstrijdig is. Ik bedoel, de gasten in het Ace Café in London die caféracen in de jaren ’50 van de vorige eeuw hebben uitgevonden haalden hun neus op voor stofhappers die Scramblers – voor de jeugd: beter bekend als motoCafé Racerossers in die tijd – reden. Asfalt was het toen helemaal en het idee van een Café Racer die van een Scrambler was afgeleid was een regelrecht oxymoron.

Ducati claimt dat de nieuwe Cafe Racer in het verlengde ligt van de Scrambler Classic, hoewel ‘ie met z’n Termignoni uitlaat en neosportief karakter eerder een geüpdatet versie van de Full Throttle lijkt. Net als de Desert Sled hangt er een behoorlijk prijskaartje aan de Café Racer, waarvoor bij ons maar liefst € 12.690 moet worden neergelegd (ten opzichte van € 10.190 voor de Scrambler Icon). Alleen leverbaar in de zogenaamde Black Coffee zwart/gouden kleurstelling is de Café Racer duidelijk geënt op de identiek gespoten 900SS V-Twin Café Racer die Ducati voor de korte periode van drie jaar produceerde in de jaren 1979-1981, met goudkleurige Campagnolo gietaluminium wielen in een poging om moderne looks te geven aan een verouderd design dat kort daarna zou worden vervangen door een goedkoper te produceren Pantah range.

Dat gezegd hebbend is het no. 54 nummerschild dat op elke nieuwe Scrambler Café Racer is gemonteerd een verder voorbeeld van verwarrende marketing. Ducati claimt dat dit een verwijzing is naar de 350 Desmo eencilinders met dat nummer waarmee fabrieksrijder Bruno Spaggiari racete in de periode 1966-1969, waarvan de eerste 350 Scrambler eencilinder z’n debuut maakte in 1967. Maar dat was een klepveer ontwerp, waar Spaggiari’s fietsen – waarvan ikzelf de eer heb gehad er eentje een decennium lang in bezit te hebben gehad en te hebben geracet – Desmodromisch waren en er dus geen echte link was. Daarbij is deze Café Racer een V-Twin en geen eencilinder. Hallo jongens, stop met de LOI Marketing cursus en stop zo hard te proberen om een link met het retro verleden te leggen. Geef ons gewoon een leuke fiets om mee te rijden.

Laat Ducati dát in ieder geval wél goed hebben gedaan bij deze nieuwe Café Racer, die door hetzelfde luchtgekoelde 803cc 90° V-Twin motorblok als de andere Scrambler familieleden wordt aangedreven. Het blok levert 75 pk bij 8.250 toeren en een koppel van 68 Nm bij 7.750 toeren per minuut. De twin krijgt z’n verse lucht via een enkel 50mm gasklephuis en heeft nokkenassen die zijn ontworpen voor een zo lineair mogelijke vermogensafgifte, mede ook dankzij z’n 11° klepoverlap. Hoewel de motor nu aan Euro4 voldoet zijn de engineers erin geslaagd om de vermogensafgifte exact gelijk te houden aan het Euro3 model. Tegelijkertijd hebben ze ook aandacht besteed aan de initiële gasrespons, die bij de eerste Scrambler in de eerste drie versnellingen nog weleens irritant kon zijn. Volgens Ducati’s Head of Vehicle Project Management Federico Sabbioni was dat trouwens een technisch en geen elektronisch mapping probleem, de Scrambler heeft namelijk geen ride-by-wire maar een gewone ‘ouderwetse’ gaskabel. Door twee poelies van verschillende radius aan elkaar te linken aan het enkele gasklephuis kon een gasklepopening worden gerealiseerd die in het begin langzaam en daarna sneller gaat. 

Buiten de gewijzigde geometrie is het stalen buizenframe overgenomen van de andere Scrambler modellen. Daarnaast heeft de Café Racer ook asfaltvriendelijke 17” wielen met Pirelli Diablo Rosso II banden in de maten 120/170 ZR 17” voor en 180/55 ZR 17” achter, die beter passen bij het sportieve karakter van de fiets. Dankzij de kleinere wielen is de Café Racer net wat korter en scherper dan de andere Scrambler modellen. Ten opzichte van het Icon basismodel is de wielbasis van 1.455 naar nu 1.436 mm ingekort, bij het balhoofd zijn de verschillen nog radicaler: de niet instelbare 41 mm Kayaba upside down voorvork staat onder een hoek van 21,8° met slechts 93,9 mm naloop, waar die bij de Icon onder een meer gebruikelijke 24° met 112 mm naloop staat. Behoorlijk sportieve waardes dus voor de Café Racer, die MotoGP waardig zijn.